Bufferen, buffelen en laten gaan

Wanneer men zich in Italië bezig houdt met landbouw en zorg heet dat “sociaal boeren”. Ik vind dat altijd een mooie term, die heel breed kijkt naar de sociale functie van de zorgboer (en zijn andere sociale collega’s) binnen de samenleving.

Sociale boer

Een geweldig voorbeeld van zo’n sociale boer in Nederland is Jaap Gorter. Jaap heeft decennia lang ervaring als tuinder / zorgboer, in Nederland (bij de Noaberhoeve in Echten) en daarbuiten. Ik maakte kennis met hem op een ontmoetingsdag van Stichting Omslag en de CoP Farming for Health. Afgelopen vrijdag nam Jaap uitgebreid de tijd om mij flink opweg te helpen met de plannen voor Dorpstuin Nunspeet.

Balanceren

Eén aspect van het zorgboeren dat steeds weer terugkwam in ons gesprek, was de moeilijke en uitdagende balans tussen de hoeveelheid werk en hoeveelheid hulp op de tuin. Hoe zorg je dat er steeds genoeg geschikt werk ligt voor de vaste deelnemers, maar dat je het werk ook kunt behappen wanneer de verwachtte hulp om wat voor reden dan ook tegenvalt.

Om te zorgen dat je genoeg werk achter de hand hebt, kun je bufferklussen creëren (hout hakken of aardappelzakken naaien, bijvoorbeeld) voor de rustiger periodes. Wanneer er over het geheel genomen meer werk nodig lijkt te zijn, moet je soms een structurele klus aanhalen, zoals uitbreiding van je tuin. Toch kan het zijn dat dat werk daarna moeilijk bij te benen is, omdat deelnemers minder gaan werken of wegblijven, de inzet van vrijwilligers afneemt, of bijvoorbeeld door eigen ziekte.

Inhalen

Je rekent op veel hulp, maar wanneer die hulp tegen valt moet je ook de nodige maatregelen kunnen nemen. Dat betekent werk snel in je eentje uitvoeren of dingen laten gaan. Wat de eerste optie betreft kun je door mechanisatie in weinig tijd veel werk uitvoeren. Werken met de rolschoffel – “de beste uitvinding sinds de fiets”  aldus Jaap – als voorbeeld. Bij de inrichting van de tuin moet je hier rekening mee houden. Op zo’n manier inrichten dat er genoeg duidelijke klussen voor deelnemers zijn, en tegelijk zó dat er makkelijk en snel door te tuin kan worden gegaan om te planten, schoffelen of oogsten.

Laten gaan

Dingen laten gaan is misschien nog veel moeilijker dan die inhaalslag maken. Wanneer het werk in een deel van de tuin toch uit de hand loopt en onkruid alles overwoekert, is het soms beter dat stukje tuin te  frezen en opnieuw te beginnen. Het is tegelijk een beetje hard zijn – een streep trekken door je werk en je plannen – als ook jezelf fouten toestaan en verder gaan.

Daarin vormt het werken in de tuin weer een mooie metafoor voor je eigen leven op andere niveaus, lijkt me. Niet alleen voor deelnemers aan je tuin of boerderij, maar ook voor zorgboeren en werkbegeleiders.

Advertenties

Symposium “Natuurlijk groen voor de zorg”

Wilde Weelde

Wilde Weelde is de vakvereniging van natuurvriendelijke ondernemers in het groen.  U vindt hier hoveniers, kwekers, boomverzorgers en leveranciers van verantwoorde tuinmaterialen. Er zijn ontwerpers die gespecialiseerd zijn in ecologisch gericht tuinadvies. Op het gebied van buurtgroen en natuurspeelplaatsen wordt groene vakkennis gecombineerd met expertise op het gebied van de begeleiding van sociale processen.

Therapeutsche tuin en symposium

In 2009 bestaat de vereniging 10 jaar. Er is besloten, dat we in dit jaar als Wilde Weelde-leden een therapeutische tuin gaan aanleggen als jubileumcadeau van Wilde Weelde aan een zorginstelling. Op 6 november volgt een symposium over het thema “Natuurlijk groen voor de zorg”. In een ontmoeting tussen mensen uit de zorg en uit het groen willen we mogelijkheden verkennen en van elkaar leren. Voor informatie en eventueel deelname: mail naar het secretariaat.

Bron: www.wildeweelde.org

Persoonlijke reflectie op Dag van de Zorglandbouw

Dinsdag 21 april 2009, vond in Apeldoorn de Dag van de Zorglandbouw plaats. Verschillende mensen schrijven erover op verschillende weblogs. Op het blog van GUUS vindt je o.a. mijn globaal verslag. Hier op mijn eigen weblog een meer persoonlijke reflectie.

headerbeheer_afbeeldingheader_2

Man-vrouw verhouding

Een kleine observatie om mee te beginnen. (Misschien beïnvloed door de focus die hier op ligt in de sector van ontwikkelingssamenwerking – die andere tak van sport waar ETC zich mee bezig houdt.) Het viel mij op dat er een hele mooie balans was tussen aantal mannen en vrouwen dat deelnam aan de dag. Heeft dat te maken met de zorglandbouw combinatie op zich, waarin traditionele taken en vaardigheden flink door elkaar gehusseld en vermengd worden?

Persoonlijke ervaring

Tijdens de eerste sessie van de dag werd zorgboerin Hetty geïnterviewd, samen met een oud-deelnemer en zijn vader. Hetty verhaalt onder andere hoe zij geïnteresseerd raakte in de zorglandbouw combinatie door het positieve effect dat zij zag bij vriendjes die met haar kinderen meekwamen naar de boerderij. Veel mensen die zich actief en gepassioneerd bezig houden met zorglandbouw hebben naar mijn idee een vergelijkbaar verhaal. Merk ik ook bij mensen die zich aanmelden bij de CoP Farming for Health en hun Strawberry harvestverwantschap met het werkveld uitleggen. Hoewel er inmiddels voorbeelden van zorgboerderijen te over zijn, ligt de eerste kiem van interesse voor zorglandbouw vaak in de persoonlijke ervaring. Misschien wel de sterkste basis ook, die hele persoonlijke ervaringskennis.

(De) weg van het geld?

Jan de Vries, Tweede Kamerlid voor het CDA, benadrukte dat gemeenten naast WMO gelden ook de beschikking hebben over participatie budgetten. Wanneer zorgboerderijen de dagbesteding (of andere zorgdiensten) niet meer kunnen bekostigen uit de AWBZ/WMO, zouden ze zich kunnen richten op een diversificatie van doelgroepen en diensten, en daarmee voor andere financiering in aanmerking komen.

De Vries reageerde hiermee op een vraagsteller uit het publiek, die aangeeft dat zijn deelnemers (jonge schoolverlaters) maar 2 dagdelen dagbesteding vergoed krijgen omdat de jongeren nog leerplichtig zijn en dus de rest van de tijd op school horen te zitten. In feite is de zorgboerderij echter zo’n beetje de laatste strohalm voor deze groep. Ze zijn er 9 dagdelen per week en volgen hiernaast geen school meer.

Voor de vraagsteller bieden de participatie budgetten dus wellicht uitkomst, en dat het werken met verschillende typen doelgroepen bij elkaar zijn nut heeft is al eerder aangetoond. Maar als een zorgboer zich vanwege de budgetten op verschillende doelgroepen gaat richten lijkt me dat een zorgelijke ontwikkeling. Je kunt dan weinig meer spreken van ‘de cliënt centraal’. En de cliënten die je hiermee aan de kant zet, kunnen die dan voldoende op andere zorgboerderijen terecht?

Babylonische spraakverwarring – Professionalisering of Professionalisering?

Tijdens deze dag en vele andere gesprekken over zorglandbouw keert steeds de term ‘professionalisering’ terug. Wel kan die term op hele verschillende manieren worden ingevuld. Praat je over de professionalisering van de mensen die in de zorglandbouw werkzaam zijn, dan heb je het m.i. over zaken als de vakbekwaamheid van zorgboeren om niet alleen de landbouw, maar ook de zorgaspecten van hun vak te beoefenen. Die professionalisering kun je vergroten door scholing en opleiding, door intervisie, door bij elkaar in de keuken kijken of werkervaring opdoen, etcetera.
Ik heb echter het gevoel dat wanneer mensen uit de overheid of zorgsector (instelling, zorgloket, verzekeraar) spreken over professionalisering van de zorglandbouw als sector, het meer gaat om de presentatie van de sector naar buiten toe. Het bewijzen van de professionaliteit volgens de regels van andere sectoren. Doormiddel van soepele procedures voor intake en plaatsing van cliënten, door kwaliteitskeurmerken, registraties en erkenningen (vooral uit medische hoek), etcetera.

440119001_ac5a98b357_mAls vakbekwame zorgboeren zorg- en landbouwdiensten leveren van hoge kwaliteit – gemeten naar de beleving van cliënten en de beleving en waarneming van hun systeem – kunnen we dan spreken van een professionele sector? Of krijg je dat label pas als je dezelfde werkprocessen hebt in de gangbare zorg? Is die manier van werken het ideale uitgangspunt? Hoeveel moet daarin geïnvesteerd worden? Wat moet en kan er nog allemaal gemeten worden voordat we toch echt “weten” dat zorglandbouw werkt?

Voor herhaling vatbaar?

Was de dag voor herhaling vatbaar? Wat mij betreft wel, als gelegenheid om elkaar te ontmoeten, om ideeën en ervaringen uit te wisselen, om nieuwe samenwerkingen te starten. Een meer ontspannen en betrokken dagvoorzitter (toch een significant leerpuntje voor Job Boot…) en een interactiever programma met meer tijd voor workshops en meer interactie van deelnemers tijdens die workshops zouden wat mij betreft wel een voorwaarde zijn.

Eén van de deelnemers die naast mij zat gaf aan elk jaar wel een dergelijke dag te willen bijwonen:

“Nu hebben we wel allerlei zaken over wetgeving en financiering besproken, maar volgend jaar kan er wel weer een hele andere situatie zijn. Je wilt toch bij blijven en weten waar je aan toe bent.” 

Netwerken in de zonHoewel de interesse er dus is, is een vraag natuurlijk: Wie neemt het initiatief? Gaat “de sector” wachten op een nieuwe boost vanuit Taskforce/LNV en Reed Business om dit op te pakken? Wat zou het argument zijn voor die partijen om die kar te blijven trekken? Of, wie doet het anders: Stichting Verenigde Zorgboeren? Met opnieuw sponsoring van (private) clubs met belang in de sector? Genoeg om zorgboeren te helpen aan een kaartje met korting, of betaalt volgend jaar iedereen 300 euro…? Ben benieuwd hoeveel mensen er dan nog komen.

In de tussentijd zou ik (jaja, nogmaals) iedereen willen aanmoedigen de opgedane contacten te blijven onderhouden, ook met gebruik van internet. Manieren om dat te doen zijn:

  • Email en ander direct contact (zie adressenlijst van deelnemers, het meest waardevolle papiertje dat je kunt krijgen op een conferentie);
  • Forum Platteland 2.0;
  • Weblogs (lezen of zelf schrijven of beide), onder andere zichtbaar gemaakt via GUUS;

En als nieuwe voeding ook af en toe een echte bijeenkomst maar dan op kleinere schaal, zoals van stichting Omslag (met aanmoediging aan Omslag om hun uitnodigingen nog wat breder te versturen…), regionale bijeenkomsten op initiatief van de zorgboeren verenigingen, of natuurlijk de community of practice Farming for Health.

Blog interview – Landbouw en zorg

Ik ben per email geïnterviewd (zie alhier) door Josien Kapma (o.a. Guus community manager). Over landbouw en zorg, de community of practice Farming for Health en onze morgen te houden CoP netwerkdag. (Vreemd om je eigen tekst zo terug te lezen als je het niet zelf op je eigen weblog hebt geplaatst.)

Het hele stuk, en dus ook mijn bedenksels over ‘de toekomst’ van landbouw en zorg, is mijn persoonlijke mening. Ik ben wel heel benieuwd of andere CoP leden (of niet-leden) hier hetzelfde of juist heel anders over denken. Josien heeft een discussie ruimte aangemaakt op de  zogeheten Platteland Ning (netwerk website). Van harte welkom daar mijn ideeën te weerleggen of andere ideeën te plaatsen. Even inloggen om mee te praten.

Group workWe zullen morgen ons best doen wat mooie foto’s te maken en mensen te spreken/interviewen om wat van de Farming for Health dag terug te koppelen, via dit en hopelijk ook andere weblogs. Wordt vervolgd.

* Foto door Marjolein Elings. Tweede bijeenkomst CoP Farming for Health in 2005, Wageningse Berg.

Wezenlijk en werkzaam in landbouw en zorg

Vorige week vrijdag 21 November 2008 organiseerde Stichting de Omslag een publieke presentatie van het onderzoek ‘Verschuivende paradigma’s in de landbouw en zorg’ en de premiére van film Zaaijers, geïnspireerd door het uitgevoerde onderzoek.

Deelnemers hadden bij aanmelding steeds per tien mensen een bevestigingsmail gekregen. Hoewel veel mensen (inclusief ikzelf) dus een kleine bijeenkomst was de volle capaciteit van de zaal bij Antropia benut: maarliefst 250 geïnteresseerden!

De zaal met o.a. Simone Noortman en Cees van Veldhuizen (in wit)

Na de opening door Derk Klein Bramel (Stichting Omslag) die ons weet te vertellen dat er inmiddels al zo’n 12.000 clienten ‘rondlopen’ op zorgboerderijen in Nederland, volgt een korte inleiding door Jana Loose (AViN), die eindigt met woorden uit een oude spreuk:

Draag de zon naar de aarde,
O mens, gij zijt tussen licht en duisternis geplaatst,
Wees een strijder voor het licht
Houd van de aarde, zodat zij tot een stralende edelsteen wordt.
Herschep de plant, herschep het dier,
Herschep U zelf.

Hannelore vertelt

Dan is het woord aan Hannelore Speelman (Noorderhoeve – Schoorl, Noord-Holland). Hannelore is één van de pionierende zorgboeren die deelnam aan de rondetafel gesprekken die de basis vormden van het onderzoek.

Voor een grote zaal is het altijd moeilijk de juiste sfeer neer te zetten, maar Hannelore raakt al snel op dreef en vertelt vanuit haar eigen ervaringen, en vanuit haar hart.

Hannelore Speelman en de prei anekdote

Ze vertelt ze over de begindagen van de zorglandbouw, toen er nog geen kwaliteitshandboeken waren en het zorgboeren gepaard ging met uitproberen en dus met veel vallen en opstaan. Over de enorme ontwikkeling die de sector doormaakte de afgelopen 30 jaar. En over het wezenlijke en het werkzame, dat in de kern altijd hetzelfde is gebleven. Zoals die verbinding met de ander, met de natuur en daardoor weer met jezelf.

Herkenning

De anecdotes van Hannelore (geillustreerd door foto’s en een bos prei) roepen zichtbaar en hoorbaar herkenning op. Ook wordt er hier en daar geknikt wanneer Erik Baars van het Louis Bolk Instituut even later de hoogtepunten uit het onderzoek presenteert. Maar of er voor de aanwezige zorgboeren en andere betrokkenen veel nieuws ter tafel komt is de vraag. Gaat het dan om het staven van dat wat die pioniers jaren geleden al aanvoelden?

Wat is nou wezenlijk en werkzaam in de landbouw en zorg? Met het uitgevoerde onderzoek blijven veel verhalen van de pionierende boeren bewaard. Maar de gevoerde gesprekken vormen geen wetenschappelijk bewijs van de waarde van landbouw en zorg. Het onderzoek verzamelt; brengt mensen en hun verhalen samen. De pioniers, die lang geleden op hun gevoel de overstap maakten, zonder te weten waar het hen brengen zou, en deze vrijdag zo’n 250 mensen die in het wezenlijke en werkzame van die stap geloven en de waarde van landbouw en zorg aanvoelen.

Vanuit dat oogpunt biedt de film Zaaijers van Feico Hajonides een mooie impressie van de sfeer en achterliggende thematiek van landbouw en zorg. Een hele reeks boeken, brochures en andere publicaties – van Omslag, Steunpunt of WUR – geven inzicht in de tastbare en meetbare kanten van het vak. Zaaijers werpt wat schemerlicht op het gevoel en innerlijke dat erbij komt kijken. Overpeinzingen gewenst.

Michiel in de film Zaaijers

Enkele foto’s van de bijeenkomst hier: http://www.flickr.com/photos/dorineruter/tags/20081121.

Het boekje met uitkomsten van het onderzoek is voor 15 Euro te bestellen via het Louis Bolk Instituut. De film is (vermoed ik?) bij Omslag te bestellen, zolang de voorraad strekt.

Kwaliteitsgids landbouw en zorg

Vanmorgen kreeg ik de eerste elektonische nieuwsbrief toegestuurd van het Steunpunt Groene Zorg, de Vlaamse tegenhanger van ons (voormalig) Steunpunt Landbouw en Zorg in Nederland. 

In de nieuwsbrief werd onder andere verwezen naar de online Kwaliteitsgids Groene Zorg – Tips voor zorgboerderijen en samenwerkende voorzieningen. In dit document gaat het Steunpunt in op allerlei praktische en inhoudelijke zaken rondom het opstarten en runnen van een zorgboerderij. Van matchmaking en kennismaking tussen boer, hulpverlener en cliënt, tot het uitwerken van doelstellingen, maken van praktische afspraken, begeleiden van cliënten, coachen van zorgboeren en het evalueren van het hele zorgtraject.

Het aantal zorgboererijen in Vlaanderen groeit – net als in Nederland – erg hard. Afgelopen jaar kwamen er zo’n 100 bij. De kwaliteitsgids kan reguliere boeren en tuinders helpen met de overstap naar een zorglandbouw combinatie, en bestaande zorgboeren helpen de kwaliteit van hun werk verder te verbeteren.

Massimo Vollaro
Farming for Health / Photograph by: Massimo Vollaro

Goede zorg

Een goed punt van deze publicatie vind ik de aandacht voor de afweging aan de kant van boer en hulpverlener of zorglandbouw voor hen een stap in de goede richting is. Goede zorgboeren, zo geeft het Steunpunt aan, moeten over een aantal eigenschappen beschikken, zoals geduld hebben, communicatief vaardig zijn, kunnen samenwerken, graag omgaan met mensen, respectvol en integer zijn, kunnen grenzen stellen, ook voor jezelf, mensen kunnen stimuleren, kansen kunnen geven aan mensen en je eigen werk erop kunnen organiseren zodat je wat tijd hebt om de cliënten te begeleiden en ondersteunen.

Verder zijn er andere randvoorwaarden waarover goed nagedacht moet worden: Hoe staan de andere gezinsleden t.o.v. de zorgboerderij? Welke dagen schikken het best voor opvang in je werkplanning? Hoeveel cliënten kan je gelijktijdig aan? Wat heb je te bieden? Welke doelgroep spreekt je intuïtief het meest aan of schrikt je net af? Welke activiteiten wil je aanbieden aan je cliënt?

Voordat een hulpverlener op een zorgboer afstapt moeten ook hier een aantal zaken uitgedacht worden: Wat wil mijn cliënt? Kan mijn cliënt in zekere mate zelfstandig werken of heeft mijn cliënt wat meer zorg en begeleiding nodig? Hoe kan mijn cliënt zich verplaatsen? Zijn er bepaalde gedragsmatige eigenschappen van de cliënt die best worden doorgegeven aan de zorgboerderij? bv. kleptomanie, opvliegendheid, drankmisbruik, … Waarom schakel ik als hulpverlener momenteel een zorgboerderij in voor deze cliënt? Is dit een langdurig begeleidingstraject of een traject van bepaalde duur?

Wanneer het zorgtraject al gaande is, is reflectie en begeleiding nodig. De gids benoemt verschillende niveaus van coaching: 1) de zorgboer coacht de cliënt en 2) de welzijnsvoorziening coacht de zorgboer bij het coachen.

Goedkope arbeid = goede zorg?

Afgelopen week citeerde het Weekblad Groente en Fruit Landzijde directeur Hoek Spaan over de grote vraag naar zorgboeren en -tuinders in de Randstad: “Er zijn genoeg zorgklanten die prima kunnen werken. De tuinders profiteren dan van grote premiekortingen en subsidies”.

Men kan zich afvragen of de zoektocht van zorginstellingen naar boeren die de switch naar zorglandbouw willen maken risico’s met zich meebrengt voor het type zorglandbouw dat ontstaat. Stimuleert het benadrukken van financiele argumenten ook de ‘goede zorgboeren’ zoals hierboven beschreven, met oog en aandacht voor de kwetsbare medemens en genoeg tijd die te begeleiden? Wat zijn goede oplossingen voor het samenbrengen van de groeiende zorgvraag enerzijds en de interesse van boeren om een bredere bijdrage te leveren aan de maatschappij?

>> Jaap Gorter, zorgboer van de Noaberhoeve in Drenthe gaf zijn commentaar op dit nieuwsbericht op het Platteland 2.0 forum, in de discussiegroep rondom landbouw en zorg. Reacties welkom! >>