Klasseboeren – Flickr & YouTube oefening

Flickr

  1. Flickr is een website om foto’s op te slaan en met anderen te delen. Bekijk Flickr en gebruik de zoekfunctie om naar foto’s te zoeken. Bijvoorbeeld naar Brabant, boerderijeducatie of platteland.
  2. In veel sociale media wordt gewerkt met een soort ‘labels’ die je kunt meegegeven aan de informatie die je publiceert. Die labels noem je tags. Ook foto’s in Flickr hebben tags. Een foto over je boerderij kun je bijvoorbeeld taggen met ‘boerderij’, ‘platteland’ en ‘brabant’. Via tags kun je nog wat preciezer door je eigen foto’s of door die van anderen zoeken.
  3. Via de geavanceerde zoekfunctie van Flickr kun je je zoekactie richten op een specifieke tag. Je kunt ook bij een geopende foto in de rechterkolom kijken welke tags de foto heeft meegekregen. Door op de tag te klikken vind je meer foto’s.
  4. (Foto’s die gedeeld zijn via Creative Commons licentie kun je onder bepaalde voorwaarden gratis gebruiken. Ik heb mijn Flickr account zo ingesteld dat al mijn foto’s automatisch via de Creative Commons licentie worden gedeeld.)
  5. De tags kun je ook gebruiken om een “kanaal” te creëren waarmee je binnen een bepaalde groep foto’s deelt. Bijvoorbeeld door je eigen foto’s de tag klasseboeren mee te geven. Als klasseboer kun je steeds deze tag in de gaten houden en zo zien welke foto’s door of over klasseboeren worden gedeeld.
  6. Je kunt je ook abonneren op dit kanaal, via bijvoorbeeld Google Reader. (Laat het weten als je hier meer informatie over wilt.)
  7. Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken? Documenteer je bevindingen in ons gezamenlijke Google document (voor iedereen toegankelijk).

YouTube

  1. YouTube is een website om filmpjes op te slaan en te delen met anderen. De filmpjes kun je op YouTube zelf bekijken, maar ze kunnen ook heel makkelijk worden getoond op een andere website, of bijvoorbeeld in een weblog. Bekijk YouTube en zoek eens wat filmpjes die je interessant vindt.
  2. Als je een leuk filmpje vindt, probeer dan eens een reactie achter te laten. Als er al reacties staan, blader er eens doorheen. Wat vind je ervan?
  3. Bekijk welke informatie en opties je bij verschillende filmpjes ziet. Wie heeft het filmpje gemaakt? Wat schrijft hij/zij erover? Hoe kun je het filmpje delen met anderen? Hoe kun je verder zoeken naar meer filmpjes?
  4. Het is mogelijk om je te abonneren op bepaalde filmpjes (in YouTube zelf of – wederom – via iets als Google Reader) of om de link van een filmpje voor jezelf op te slaan zodat je hem later makkelijk terug kan vinden.
  5. YouTube draagt ook suggesties aan van filmpjes die gerelateerd zijn aan het filmpje dat je hebt uitgezocht. Zitten er interessante suggesties bij? (Als je wilt, kun je eens verder klikken.)
  6. Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken? Documenteer je bevindingen in ons gezamenlijke Google document (voor iedereen toegankelijk).

 

Klasseboeren – Weblog oefening

Wat is een weblog (Wikipedia)

  1. Bekijk de weblogs van een of meer van de volgende personen / groepen en laat bijvoorbeeld een reactie achter wanneer je een interessant bericht leest.
    – Clara van Ravenhorst (‘multicultifunctieboerin’)
    – Joyce Visser (kampeerboerin)
    – Josien Kapma
    (melkveehouder en web2.0 specialist)
    – Mirjam Buil
    (melkveehouder)
    – Antje Kingma
    (recreatieboerderij)
    – Foodlog (over ons voedsel)
    – Netwerk Platteland

    – Frank Verhoeven
    (Boerenverstand, Duurzaam Boer Blijven)
    – Rurale Sociologie Groep
    – Wageningen UR
  2. Nieuwe blogs kun je onder andere vinden via de hiervoor bedoelde Google Blog Search. Als je wilt, zoek eens een blog rondom een onderwerp dat je interesseert of de regio / plaats waar je woont.
  3. Welke berichten spreken je nou aan? Wat voor berichten zou je graag lezen op een weblog en waarom? Wat zou het schrijven van zulke berichten jou zelf kunnen opleveren?
  4. Als je wilt kun je zelf binnen enkele minuten een gratis weblog aanmaken, via www.wordpress.com. Vanmiddag kun je er even mee oefenen en vragen over stellen. Thuis kun je als je wilt er mee verder aan de slag. Je kunt ook doorgaan met de volgende oefening, om te leren hoe je meerdere blogs makkelijk kunt volgen:
  5. Elk weblog, maar ook veel andere web2.0 tools geven een signaal af wanneer er een nieuw brokje informatie wordt gepubliceerd. Via een RSS reader, zoals Google Reader, kun je je abonneren op die signalen. Zo hoef je niet steeds bij verschillende weblogs langs om te kijken of er iets nieuws is gepubliceerd. Nieuwe berichten verschijnen automatisch in je reader. Je kunt je ook abonneren op een YouTube kanaal of bijvoorbeeld op een zoekopdracht. Steeds wanneer Google nieuwe zoekresultaten vindt, krijg je via je reader een seintje.
  6. Bekijk Google Reader (vraag evt de workshopleider om in te loggen o een bestaande account) en blader door de berichten in verschillende mapjes.
  7. Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken? Documenteer je bevindingen in ons gezamenlijke Google document (voor iedereen toegankelijk).

Klasseboeren – Twitter oefening

Wat is Twitter (Wikipedia)

  1. Bekijk de twitterpagina van bijvoorbeeld een van de onderstaande personen:
    – @KoeWonnie
    , @denelshorst @michellepoort (boerderijeducatie)
    – @boerhoes
    , @kampeerboerin, @boerenstee (boerderijrecreatie / agrologies)
    – @hansketien
    , @HarryvanWenum, @stroesedame (bio geitenhouders)
    – @PiggyPower1
    , @petratielemans, @smarij01 (LTO)
    – @kempengoed
    (streek)
    – @landvanremus
    (groene BSO), @marjanwagenaar (speelnatuur)
    – @boerenverstand
    , @ingerameijer (Duurzaam Boer Blijven)
    – @mkoot
    , @dorineruter (Netwerk Platteland)
    – Overheid: @dididorrestijn (wethouder), @henkaalderink (burgemeester), @wimpjvandijk, @jvaaken (ambtenaar), @janabeekman, @waterviolier, @BJMvanEssen, (provincie) @HarryKeereweer (gedeputeerde)
  2. Waar schrijven ze over? Wat schrijven ze? Begrijp je de berichten? (Een klein “twitterwoordenboekje” vind je onderaan dit bericht.)
  3. Maak zelf een account aan via www.twitter.com en schrijf zelf ook eens een ‘tweet’. Voeg in je bericht de hashtag #guusnet toe. Dit is een tag die veel wordt gebruikt door mensen die zich bezighouden met plattelandsontwikkeling. Je bericht verschijnt dan automatisch in een kanaal dat zij al volgen.
  4. Bekijk eens een van de volgende “kanalen”:
    – Guusnet

    Agrologies
    Biovak
  5. Zou een kanaal #Klasseboeren nuttig zijn?
  6. Wanneer je wilt gaan twitteren is een programma als Tweetdeck of Hootsuite handig, om te zorgen dat niet alle tweets op een grote hoop komen, maar in verschillende kolommen die je zelf aanmaakt. Bijvoorbeeld een kolom met alle openbare berichten die aan jou gericht zijn of alle tweets met een bepaalde hashtag.
  7. Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken? Documenteer je bevindingen in ons gezamenlijke Google document (voor iedereen toegankelijk).

Twitterwoordenboekje:

  • Een bericht dat start met @janjansen betekent dat ze aan deze twittergebruiker “janjansen” een bericht sturen. Dit bericht is openbaar, maar door JanJansen zelf makkelijk te zien.
  • Het teken # heet in het Engels hash. Op twitter zie je veel gebruik van de combinatie met # en een woord. Dat noem je een hashtag. Een bericht met de hashtag #durftevragen creëert automatisch een link waarop je kunt klikken en waarmee je bij een overzicht terecht komt van alle berichten van de afgelopen periode die deze tag gebruiken. Een soort kanaal waarop je afstemt.
  • Je kunt een bericht van iemand anders overnemen, door het zelf opnieuw te publiceren. Dit heet retweeten. Her-twitteren dus. Hiermee kun je een boodschap die je interessant of belangrijk vindt of waar je het mee eens bent verder verspreiden en de verzender een groter publiek geven. Bij elke retweet (afkorting RT) is te zien dat jij het bericht doorstuurde, en van wie het oorspronkelijke bericht was.
  • Wanneer twee mensen elkaar over en weer volgen binnen Twitter, kunnen ze elkaar een Direct Message sturen (DM). Dit is een tweet die niet voor anderen te zien is

Klasseboeren – LinkedIn oefening

Wat is een Social Network website? Wat is LinkedIn? (Wikipedia)

  1. Ga naar www.LinkedIn.com en meld je aan, aan de rechterkant van het scherm. Voor deze oefening kun je beginnen met heel beknopt de minimale gegevens in te vullen. Als je later meer wilt invullen kan dat.
    Voor degenen die nog geen account willen aanmaken: Als een van de mensen naast je wel een LinkedIn account heeft of wil maken, kun je voor een deel van deze oefening wellicht meekijken of samen doen.
  2. LinkedIn zal je vragen of ze vast een begin moet maken met het in kaart brengen van je netwerk. Hiervoor kun je bijvoorbeeld toegang geven tot je email adressen bestand. Mensen die een LinkedIn account hebben kun je daarmee makkelijk opsporen en aan je netwerk toevoegen. Je kunt deze stap ook overslaan (en evt later uitvoeren).
  3. Zoek in LinkedIn (rechtstreeks via www.linkedin.com of via www.google.com) eens een persoon die je kent. Bekijk de contacten van deze persoon voor zover deze openbaar zijn. Hebben jullie wederzijde bekenden? Ook nieuwe namen die misschien interessant voor je zijn?
  4. Wanneer je het profiel van iemand hebt geopend die nog geen rechtstreeks contact van je is in LinkedIn, kun je in de rechter kolom (even naar beneden scrollen) zien welke van je kennissen deze persoon wellicht wél rechtstreeks kennen. Soms levert dit interessante inzichten in hun én jouw eigen netwerk op.
  5. Als je wilt kun je de persoon toevoegen aan je netwerk (rechts bovenaan).
  6. Bekijk eens de groep Netwerk Platteland / GUUS of zoek een groep via Search rechts bovenaan in LinkedIn.
  7. Is de groep open of gesloten voor buitenstaanders? Kun je je ervoor aanmelden? Welke omschrijving trekt je aan om lid te worden en welke niet? Wie zijn er lid en ken je die leden? Blader door de leden en de eventuele discussies die worden gevoerd (voor zover openbaar). Zou dit voor jou werken? Om te discussiëren en/of contact te houden met mensen?
  8. Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken? Documenteer je bevindingen in ons gezamenlijke Google document (voor iedereen toegankelijk).

Van wortels naar ankers

Een paar weken geleden zond Tegenlicht de eerste van korte serie documentaires uit over de toekomst van onze plattelandsregio’s – Nederland op de tekentafel. Socioloog Zygmunt Bauman sprak daarin over nieuwe manieren waarop mensen hun identiteit opbouwen. Waar men vroeger veel meer in een fysieke omgeving (local) was geworteld voelen velen zich nu op meerdere plekken thuis (global). Zij nemen hun identiteit met zich mee, reizen rond, gooien hun anker uit.

Ik vraag me af wat dat betekent voor (ons denken en werken met betrekking tot) sociale cohesie op het platteland, opbouw van sociaal of ‘moreel’ kapitaal, verbondenheid met de streek, samenwerking in de regio, topdorpen – netwerkdorpen. Moeten we gaan nadenken over aantrekkelijke ankerplaatsen? Over havens waar mensen willen aanmeren, maar ook van hun luxe jacht of cruiseschip af komen? Waar mensen hun meegebrachte grondstoffen verwerken tot nieuwe producten met meerwaarde – deels voor de lokale ‘markt’ en deels als vracht om weer mee te nemen naar volgende havens?

Virtuele zeekaart?

Gisteren startten we met onze 24uurs Unconference als onderdeel van het leertraject Platteland 2.0 over kansen van web2.0 voor het platteland. Ook hier komt dit onderwerp van identiteit & ankers al snel weer bij me op. Kunnen sociale media een rol spelen in het te gelde maken van onze complexe en ‘mobiele’ identiteit, van onze meervoudige ankerplaatsen? Door de opgebouwde identiteit van mensen – en daarbinnen: hun waardevolle bagage en passie – zichtbaar te maken voor anderen, bijvoorbeeld? Door in de ‘haven’ (waar? hoe?) duidelijker wegwijzers te plaatsen, ‘sjouwers’ in te schakelen waarmee mensen hun meegebrachte waren zo goed mogelijk in meerwaarde kunnen omzetten? Door virtueel de banden tussen mensen en plekken te bestendigen zonder hen geografisch (fysiek) te beperken?

Het is maar even doordenkend op die metafoor van het anker, maar wat het concreet betekent weet ik niet. Ik ga er verder over denken, maar zou er ook graag ideen van anderen over horen!

Community vorming – Betekenisvolle online interactie

Gisteren en vandaag zijn we met een groep deelnemers van het leertraject Platteland 2.0 bij elkaar in Kaap Doorn voor een Unconference, onze afsluitende bijeenkomst. Na vier weken intensief online contact ervaar ik het als ontzettend waardevol om de gezichten van alle mensen te zien, stemmen te horen, lichaamstaal mee te pikken. Letterlijk de koppen bij elkaar te steken om projectideeën uit te dokteren en aan de slag te gaan. Gisteren in World Café stijl en vandaag in diverse Open Space sessies praten we over het online ondersteunen van regionale (geografische) communities, over landbouwcommunicatie, belangenbehartiging, online interactie in verenigingsverband, en nog veel meer.

Voor mij springen een aantal dingen eruit, dingen die al veel langer steeds boven komen drijven. In subgroepjes maakten we tijd om wat zaken hiervan te documenteren. In ons groepje deden we dat deels visueel. Hieronder mijn eigen (aan)tekeningen.

  • Blijf bij jezelf. Bij een boer is (was) privé en werk vaak onlosmakelijk verbonden, uit noodzaak en/of juist uit passie voor het vak. Die verbintenis werk-privé en daarmee verbonden houding is essentieel voor succesvolle online contacten. Ook als het gaat om het aanwakkeren van een potentiele community. Neem je het voortouw? Prima, maar blijf dicht bij jezelf, je eigen passie. Daar zit je energie, dat wat je te investeren hebt. Wat heb jij te zeggen, wat zijn jouw vragen?
  • Vraag centraal. Een community groeit vaak rondom een thema. Veel kracht kan er dan uitgaan van de vraag van individuele  leden. Tijd nemen en ruimte geven om vragen te stellen, door te vragen, iemand helpen zijn vraag expliciet te maken – kan zorgen voor onderlinge herkenning, ontdekking van thema’s, en zien van verbanden. Voor de aanpak van individuele vraagstukken kan het helder krijgen en uiten van de vraag al halve werk zijn of zelfs meer. Denkrichtingen en oplossingen doen zich dan soms vanzelf voor.
  • Tags lichten uit en voegen samen. “Ik ben niet in één label te vangen,” zei een van onze deelnemers enkele weken geleden, “behalve in het label [naam].” Goed punt, en het raakt aan de essentie van sociaal gebruik van tags. Iedereen is uniek. Duizenden tags zijn van toepassing, in een voor iedereen unieke samenstelling. Tags helpen ons om dingen kort te duiden. Afhankeljk van wat je tegen wie wilt zeggen, trek je enkele tags uit je repertoire. Gekozen tags zijn een samenvatting, een elevator pitch. Ze vormen geen totaalbeeld, maar een eerste aanknopingspuntje voor verder gesprek.
    Tags kunnen ook zijn: coderingen voor ingewijden, in geval van vakjargon bijvoorbeeld. Meetingspoints op het web. Bij een community die wil werken aan herdefiniëring van begrippen, of juist de ontwikkeling van nieuwe zienswijzen wil stimuleren, is het zaak een eigen vocabulair te ontwikkelen. Woorden die passen bij wat je werkelijk wilt zeggen. Overlap tussen “oude” (mainstream) en nieuwe woorden kan nodig zijn om potentiele communityleden mee te nemen.
  • Open Spaceals basisprincipe. Niet in de tekening, maar wel in de vorm van de onze Unconference (voor het gros Open Space). De principes van Open Space komen steeds weer naar voren in de basisprincipes waarmee je een potentiele community aanwakkert:
    • De mensen die er zijn, zijn de juiste mensen,
    • Wat er gebeurt is het enige dat kon gebeuren,
    • Het begint wanneer het begint,
    • Als het over is, dan is het over,
    • De wet van de twee voeten (neem je verantwoordelijkheid),
    • Waardeer de bij (kruisbestuiver),
    • Waardeer de vlinder (fladdert de wereld in).