Klasseboeren – Twitter oefening

Wat is Twitter (Wikipedia)

  1. Bekijk de twitterpagina van bijvoorbeeld een van de onderstaande personen:
    – @KoeWonnie
    , @denelshorst @michellepoort (boerderijeducatie)
    – @boerhoes
    , @kampeerboerin, @boerenstee (boerderijrecreatie / agrologies)
    – @hansketien
    , @HarryvanWenum, @stroesedame (bio geitenhouders)
    – @PiggyPower1
    , @petratielemans, @smarij01 (LTO)
    – @kempengoed
    (streek)
    – @landvanremus
    (groene BSO), @marjanwagenaar (speelnatuur)
    – @boerenverstand
    , @ingerameijer (Duurzaam Boer Blijven)
    – @mkoot
    , @dorineruter (Netwerk Platteland)
    – Overheid: @dididorrestijn (wethouder), @henkaalderink (burgemeester), @wimpjvandijk, @jvaaken (ambtenaar), @janabeekman, @waterviolier, @BJMvanEssen, (provincie) @HarryKeereweer (gedeputeerde)
  2. Waar schrijven ze over? Wat schrijven ze? Begrijp je de berichten? (Een klein “twitterwoordenboekje” vind je onderaan dit bericht.)
  3. Maak zelf een account aan via www.twitter.com en schrijf zelf ook eens een ‘tweet’. Voeg in je bericht de hashtag #guusnet toe. Dit is een tag die veel wordt gebruikt door mensen die zich bezighouden met plattelandsontwikkeling. Je bericht verschijnt dan automatisch in een kanaal dat zij al volgen.
  4. Bekijk eens een van de volgende “kanalen”:
    – Guusnet

    Agrologies
    Biovak
  5. Zou een kanaal #Klasseboeren nuttig zijn?
  6. Wanneer je wilt gaan twitteren is een programma als Tweetdeck of Hootsuite handig, om te zorgen dat niet alle tweets op een grote hoop komen, maar in verschillende kolommen die je zelf aanmaakt. Bijvoorbeeld een kolom met alle openbare berichten die aan jou gericht zijn of alle tweets met een bepaalde hashtag.
  7. Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken? Documenteer je bevindingen in ons gezamenlijke Google document (voor iedereen toegankelijk).

Twitterwoordenboekje:

  • Een bericht dat start met @janjansen betekent dat ze aan deze twittergebruiker “janjansen” een bericht sturen. Dit bericht is openbaar, maar door JanJansen zelf makkelijk te zien.
  • Het teken # heet in het Engels hash. Op twitter zie je veel gebruik van de combinatie met # en een woord. Dat noem je een hashtag. Een bericht met de hashtag #durftevragen creëert automatisch een link waarop je kunt klikken en waarmee je bij een overzicht terecht komt van alle berichten van de afgelopen periode die deze tag gebruiken. Een soort kanaal waarop je afstemt.
  • Je kunt een bericht van iemand anders overnemen, door het zelf opnieuw te publiceren. Dit heet retweeten. Her-twitteren dus. Hiermee kun je een boodschap die je interessant of belangrijk vindt of waar je het mee eens bent verder verspreiden en de verzender een groter publiek geven. Bij elke retweet (afkorting RT) is te zien dat jij het bericht doorstuurde, en van wie het oorspronkelijke bericht was.
  • Wanneer twee mensen elkaar over en weer volgen binnen Twitter, kunnen ze elkaar een Direct Message sturen (DM). Dit is een tweet die niet voor anderen te zien is

Practica Digitaal Netwerken, HAS Den Bosch

Dinsdag en woensdag geef ik practica over Digitaal Netwerken aan tweedejaars studenten Dier en Veehouderij van de HAS Den Bosch. Ik wil wat betreft de tools in elk geval kijken naar LinkedIn en Twitter.

Zie ook:
[
Sociaal versus Moreel kapitaal ]
[ Selecteren en organiseren ]
[
Van netwerken naar samen leren ]

LinkedIn

LinkedIn kun je vergelijken met een online kaartenbak. Het mooie aan een tool als LinkedIn is o.a. dat je interessante mensen kunt blijven volgen, ook als zij van baan wisselen. Daarnaast maakt het je netwerk inzichtelijk; niet alleen je directe connecties, maar ook de connecties van de mensen die jij kent. Verder biedt LinkedIn plaats aan een groeiend aantal groepen (geografisch, thematisch, etc.) waar mensen zich bij kunnen aansluiten en andere contacten opdoen in een bepaald werkveld. Binnen die groepen vinden ook steeds vaker gesprekken plaats waar je als professional aan deel kunt nemen of meelezen.

  • Bekijk het filmpje: Social networking in plain English (NL ondertiteld).
  • Ga naar www.linkedin.com en maak een account aan.
  • Zoek 1 of meer mensen die je in je professionele netwerk hebt. Bijvoorbeeld een docent, een medestudent, een praktijkbegeleider van een stage, of iemand waarvan je eens een interessant gastcollege bijwoonde. Je kunt o.a. zoeken op naam of op email adres. Wanneer je wilt kun je deze contacten aan je netwerk toevoegen.
  • Bekijk (voor zover mogelijk) hun LinkedIn profiel eens, en kijk of hun netwerk van contactpersonen ook bekenden bevat. Voeg deze eventueel toe aan je netwerk.
  • Zoek via de Groups zoekfunctie (rechtsbovenaan) een LinkedIn groep die je interessant vindt, of kies een van de onderstaande en bekijk de leden en discussies:
    Linked PAARD
    Veehouderij
    Dieren in Zorg en Welzijn
    GUUS
    Netwerk Platteland
  • Wat spreekt je aan? Wat nodigt uit? Wanneer zou jij LinkedIn goed kunnen gebruiken?


Zelf verder kijken?
Na dit practicum kun je nog je profiel verder bijwerken, meer contacten toevoegen door je email adreslijst in te voeren, etcetera. Via je LinkedIn ‘status’ kun je mensen informeren van waar je mee bezig bent. Zorg ervoor dat je geen dubbel werk gaat doen of steeds heen en weer moet surfen. Als je een Twitter account hebt kun je via het programma Tweetdeck zowel je Twitter als je LinkedIn status bijwerken. Verder zijn er talloze koppelingen te maken tussen je LinkedIn profiel en bijvoorbeeld je weblog of andere plekken waar je online actief bent.


Twitter

Een tool die drijft op het sociale gedrag van mensen is Twitter. Oorspronkelijk een losstaande tool waarmee je je status kan aangeven, zoals in netwerk sites als Hyves, Facebook en LinkedIn kan. Al snel uitgegroeid tot een reusachtig “plein” waar talloze interessante conversaties plaatsvinden. Binnen Twitter is het heel gebruikelijk om mensen te volgen die je nog niet kent, puur omdat je aan hun profiel of aan hun eerdere berichtjes ziet dat ze zich met interessante dingen bezig houden.

  • Bekijk dit introductiefilmpje over Twitter;
  • Ga naar www.twitter.com en meld je aan.
  • Schrijf een korte profieltekst: een micro elevator pitch of enkele trefwoorden.
  • Laat een eerste ‘tweet’ achter.
  • Zoek iemand op die je kent (via Google zoeken op naam + Twitter gaat vaak het snelst), lees eens enkele van hun berichten en voeg de mensen eventeel toe aan je contacten als je op de hoogte wilt blijven van nieuwe dingen die ze schrijven.
  • Wanneer iemand iets interessants twittert kun je een berichtje replyen. Dit doe je door het bericht te beginnen met @twitternaam (de naam van degene wiens bericht je op reageert).
  • Kijk bij bekenden op Twitter naar degenen die zij volgen, of kijk bijvoorbeeld bij een van de onderstaande Twitter gebruikers:
    http://twitter.com/guusnet
    (volgt en retweet uitgebreid netwerk rondom platteland)
    http://twitter.com/boerenverstand
    (o.a. van duurzaam boer blijven)
    http://twitter.com/RBD45
    Robert Bodde (vakblad Boerderij)
    http://twitter.com/dorpsboerderij
    (twittert vanaf Zorgboerderij Zandweer)
    http://twitter.com/connygiessen
    (pets4care, dieren in zorg en welzijn)
    http://twitter.com/theequinest
    (volgt ruim 3000 twitteraars rondom thema paard)
    http://twitter.com/Dierbescherming
    (vooral nieuws berichten)
  • Via zogenaamde #hashtags zijn je berichten te ‘taggen’ zodat anderen ze makkelijker oppikken. Zo wordt er binnen de online community GUUS gebruikt gemaakt van de hashtag #guusnet om berichten over platteland aan elkaar mee te geven. Bekijk de berichten eens die via een tag voorbij komen (beste via Tweetdeck, tijdens practica helaas niet voor handen) en schrijf zelf een bericht met een tag.
  • Wat zijn je eerste indrukken? Wat zijn dingen die je wel / niet zou willen delen op Twitter?


Zelf verder kijken?
Je kunt je profieltekst nog aanpassen, een webadres invullen, en een foto uploaden. Gebruik bij voorkeur overal dezelfde foto, zoals je bijvoorbeeld ook op LinkedIn hebt gebruikt. Dit vergroot je herkenbaarheid. Verder kun je natuurlijk nieuwe mensen en bepaalde hashtags gaan volgen, etcetera. Je zult merken dat je veel nieuwe mensen tegenkomt wanneer ze door anderen (die jij al volgt) genoemd worden. Je bestaande netwerk biedt je dus goede kansen om je netwerk uit te breiden. Het programma Tweetdeck (www.tweetdeck.com) is een aanrader voor iedereen die Twitter wil gaan gebruiken. Het biedt je mogelijkheden om mensen en hashtags beter te volgen, en helpt je om vanaf 1 plek LinkedIn en Twitter te updaten.

Digitaal netwerken – sessie voor JAV Utrechtse Venen

Vanavond ben ik te gast bij een groepje jonge agrarische vrouwen, JAV afdeling Utrechtse Venen, voor een sessie over ‘digitaal netwerken’. Uitgenodigd door Saskia, JAV lid en een van de deelnemers aan ons leertraject Platteland 2.0 afgelopen februari.

Deze blog post is ter voorbereiding van die sessie, en bevat een bulk aan links die mogelijk voorbij komen. Ik neem voor het gemak een ruime opvatting van het onderwerp “netwerken” en laat hieronder verschillende web2.0 toepassingen de revu passeren. Iedereen netwerkt op zijn eigen manier, dus heeft weer behoefte aan zijn eigen setje tools.

Ronde Venen - Woerdse verlaat - Foto door Frans de Wit

Social media, web 2.0, …

Hoe werkt het:

LinkedIn
Tool: www.Linkedin.com

Tags

  • Terugvindbaarheid, labeltjes, ‘belonging’ – het horen bij, community vorming.
  • Zie per tool hieronder.

Weblogs
Tools: www.wordpress.com / www.blogger.com

Twitter
Tool: www.twitter.com

  • Geroezemoes, prikbord, koffiehoek, vluchtig, breed, radar, kabbelen. Wat ben jij aan het doen, wat zijn de mensen in je netwerk aan het doen, wat voor nieuws komt er voorbij, wat vindt men van dat nieuws, wat vind jij zelf?
  • Wie zit’r op Twitter? Saskia en ikke, maar bijvoorbeeld ook Josien Kapma (GUUS), Joyce de Visser (kampeerboerin uit Zeeland), Erik Koldewey (Syntens), Frank Verhoeven (Boerenverstand / Duurzaam Boer Blijven) Dick Veerman (Foodlog), …
  • Via Twitter kun je mensen volgen, zoals bovenstaande mensen. Goede volgtips krijg je via http://twitter.com/guusnet, en van de mensen uit je eigen netwerk. 
  • Hashtags zijn handig om een onderwerp in de gaten te houden. Door iedereen te gebruiken. Bijvoorbeeld GuusNet, of platteland.
  • Om overzicht te bewaren: download www.tweetdeck.com voor op je PC of laptop, of iets vergelijkbaars als je een mobiel internet apparaat voor in je broekzak hebt.
  • Zie voor een lijstje begrippen en afkortingen mijn eerdere blog post voor Vrouwen van Nu (retweeten, direct message, …)
  • Nog iets: Twitter als ecosysteem, 5 voorbeelden (status updates, klantenservice, conversatie met je fans, kanaliseren van informatie, data data data > Twitter community)

Foto’s delen
www.flickr.com / www.picasa.com

  • Meer dan 1000 woorden, illustratie, sfeer, gevoel, passie, je gebied / boerderij als merk, gezicht bij een naam.
  • Foto’s zoeken op tekst: Ronde Venen, veenweide, platteland. Nog niets op Utrechtse Venen …
  • Foto’s die je mag gebruiken (Creative Commons licencie – aanvinken via geavanceerd zoeken), bijvoorbeeld weer van de Ronde Venen.
  • Op tags Ronde Venen,  guusnet  
  • Zorgvuldig zijn met foto’s van mensen (incl kinderen) die je boerderij bezoeken.

Vergelijkbaar: filmpjes delen via bijvoorbeeld YouTube of Vimeo.

  • Verhaal overbrengen, interview, bezoekers of klanten aan het woord, impressie, kort-maar-krachtig.

RSS

  • RSS Reader: Filter, zeef, volgen, up-to-date, krant – lezen wanneer je wilt.
    www.google.nl/reader
  • RSS als technologie: lijm, olie, cement, (metafoor vrij invullen), samenvoegen, uitwisselen, verbinden.
  • Voorbeeld van RSS gebruik in websites: zie eerder genoemde weblogs en de tools die geintegreerd zijn in de sidebars (de kolommen aan de zijkant), bijvoorbeeld Boerenverstand (blijf ik een mooi voorbeeld vinden).

* * *

Het eigen bloggen schiet er een beetje bij in de laatste tijd, maar mogelijk vind je in een volgende blog post of in de reacties hieronder een terugkoppeling van de avond. Ook reacties van anderen zijn welkom.

Vrouwen van Nu 2.0

[Update: Alweer een dagje later. Enkele updates toegevoegd in schuin, zie hieronder. De fotodienst Flickr is niet meer ter sprake gekomen, hoewel we heel even een kijkje hebben genomen bij het Vrouwen van Nu foto album in Picasa, waarin de foto’s van een recent bezoek uit Wit-Rusland zijn opgenomen.]

Web 2.0 in 60 minuten

Vanmiddag mag ik tijdens een bijeenkomst van de NBvP / Vrouwen van Nu een introductie sessie over web 2.0 verzorgen. In de beperkte 60 minuten wordt dat vooral een inspiratie sessie. Nou zijn er wel twee beren op de weg:

  1. Beer 1.) Ik houd ervan mensen meteen dingen zelf te laten doen. Maar daarvoor zijn wel veel computers nodig. Geloof niet dat die er zijn in de geplande ruimte. De sessie is natuurlijk maar een klein deeltje van het geheel. Ik kan pogen die dynamiek er toch in te krijgen via het aloude “roept u maar”. 
  2. Beer 2.) Het web is zo goed gevuld dat de één helemaal nieuwsgierig wordt en de ene kant uit wil rennen, terwijl de ander overrompeld wordt, twijfels en vragen heeft, en hard de andere kant op holt. In mijn ervaring knappen veel mensen af op al dat web-gedoe vanwege het gevoel teveel te moeten en te weinig te snappen. Alleen al van het NUT ervan! Tijd nemen voor degenen met vragen is dus zeker belangrijk. In een kleine groep kan dat wel, maar ook dan ben je met 6 vragen al vaak weer een halfuur verder. Hoe de vaart erin te houden en toch tijd en aandacht geven aan aarzeling? Mijn gevoel: aan te moedigen eerst voor spek-en-bonen mee te doen (niets moet!), taaie vragen parkeren voor eventuele vervolgsessies én vooral in de komende periode elkaar helpen en bevragen. Voorlopers die nu al een eindje opweg zijn kunnen hier een rol in spelen. En dat hoeft niet eens een actieve rol te zijn. Ook bij hen afkijken kan al heel behulpzaam zijn.

Lekker mixen en mengen

Mijn eigen fascinatie met het web 2.0 als geheel heeft voor een deel temaken met mijn achtergrond in informatie- en kennismanagement. De mogelijkheid alles aan elkaar te lijmen op zoveel verschillende manieren. Foto’s, links, kleine Twitterberichtjes en weblog berichten: een heel netwerk van tools in korte tijd opgezet en gekoppeld in een compacte project website. Het finetunen en vullen gaat al naar gelang de site door projectgroep en bezoekers wordt gebruikt.

Maar ook het ontmoeten van anderen op het web is inspirerend. We ontmoeten elkaar via “tags” en “rss“, en vooral ook via via.  Bekenden uit mijn huidige netwerk, oude bekenden, en compleet vreemden die ineens opdoemen en al jarenlang met vergelijkbare onderwerpen bezig zijn. Soms is het web een grote Aha-Erlebnis.

De verschillende tools die je op het web vindt richten zich veel op die twee aspecten: aan de ene kant je eigen informatie beheren en lekker mixen en mengen, aan de andere kant de ontmoeting met anderen, het sociale netwerken.

Voorbeelden

Best kans dat de “roept u maar”- methode leidt tot het bespreken en zien van heel andere dingen, maar een beetje voorbereiden moet toch wel. Dus ik pik er wat zaken uit waarmee je een paar van de kwaliteiten van web 2.0 goed kunt zien.

De koffiehoek of het prikbord – Twitter

Twitter begon ooit als dienst om mensen te laten weten waar je mee bezig bent. Inmiddels is het verworden tot een soort micro-weblog dienst. Je kunt via je Twitter blog natuurlijk nog steeds laten weten wat jou bezig houdt. Zo las ik bijvoorbeeld dat Brigitte vandaag het proefnummer van het Vrouwen van Nu magazine zal ontvangen, collega Annet deze week 25 jaar in dienst is, en dat jullie voorzitter Ien Vinkenburg recent een Koninklijke onderscheiding ontving. Update: Nog niet alle aanwezige vrouwen hadden dit gehoord! Ook zijn er veel mensen die Twitter gebruiken om met elkaar te praten of vragen te stellen en beantwoorden. Zo is Twitter een soort kruising geworden tussen een koffiehoek en een prikbord, en misschien zo’n schriftje waar je als vriendinnen vroegr om beurten een krabbeltje in schreef.

Twitter begint pas leuk te worden als je andere mensen gaat volgen. Je abonneert je dan op die ander, waardoor jij op jouw Twitter pagina al de laatste berichten van die ander ziet. Je kunt eens beginnen met het volgen van:

Verder kun je op #trefwoorden en op @namen klikken (zie onder) in de berichten die anderen schrijven. Zo kom je nog weer nieuwe mensen tegen. Ook Twitter biedt natuurlijk hulp om je contacten uit je email ook op Twitter op te zoeken. Tot slot zullen er mensen zijn die jou willen volgen. Soms zijn dat SPAMers (die kun je blokkeren via “block”), maar er zullen ook hele interessante mensen tussen zitten. Die kun je op jouw beurt weer gaan volgen. Zo breid je langzaam je netwerk uit. Je kunt gebruik maken van Twitter software zoals Tweetdeck om alles een beetje overzichtelijk te houden (verschillende mensen in verschillende groepen indelen), maar je kunt ook gewoon altijd op Twitter.com kijken als het installeren van software je nog een stapje te ver is.  

Wanneer je begint met Twitteren raak je soms misschien een beetje in de war van de terminologie. Hier eerste een lijstje begrippen en hoe het werkt:

  • Tweet = Twitterbericht, maximaal 140 tekens
  • Tweeps, twitteraars = Mensen op twitter
  • Follower = Iemand die jou “volgt” op Twitter
  • Following = Lijst van mensen die jij volgt op Twitter
  • @naam = Een berichtje verstuurd aan een specifieke persoon. Als je bericht begint met @ krijgen mensen die jou wel volgen maar die ander niet dat bericht ook niet te zien.
  • RT = Een twitter bericht dat door iemand anders (meestel in een @naam erbij vermeld) al heeft geschreven en dat wordt doorgegeven.
  • Please RT of Pls RT = “Wil je dit graag even doorsturen?”
  • # = Dit wordt een hash tag genoemd en kun je voor een trefwoord in je bericht zetten, of aan het eind van je bericht. Berichten van jou en anderen met dat woord zijn dan makkelijker samen terug te vinden. Het woord met de # wordt automatisch een link waar je op kunt klikken.
  • DM = Direct message. Een bericht dat je aan een specifieke persoon stuurt en alleen door hem/haar gelezen kan worden. Werkt niet altijd even goed omdat niet altijd alle mensen die jij volgt in je adreslijst voorkomen. Soms kun je iemand dus niet bereiken.
  • URL = Een URL is een webadres. Omdat 140 maar beperkt is kun je gebruik maken van URL verkorters om lange links om te toveren naar korte codes. Bijvoorbeeld via http://tinyurl.com en http://bit.ly. Twittersoftware zoals Tweetdeck heeft een ingebouwde URL verkorter.

Verbinden en verdiepen via weblogs

Een weblog (blog) is wat mij betreft vooral een tool om meerdere informatiestromen met elkaar te verbinden en de verdieping te zoeken. Sommige mensen gebruiken hun weblog om informatie te delen die ze elders zagen. Links naar interessante publicaties, weblog berichten van anderen, foto’s. Anderen bloggen over bijeenkomsten die ze bijwoonden. Verslaglegging voor anderen die ook aanwezig waren, of wat hoogtepunten delen met andere geïnteresseerden. Verder zijn er ook mensen die een weblog vooral gebruiken voor reflectie. Even de gedachten ordenen, wat ideeën op een rijtje zetten en delen, verbanden leggen tussen ontwikkelingen die je om je heen ziet. Met nut voor jezelf en mogelijk ook voor anderen.

Wanneer een weblog een groepje vaste lezers krijgt, dat commentaar achterlaat en/of op hun eigen beurt ook weer een blog bijhoudt en daar reageert of voortborduurt op het geschrevene, dan wordt er als het ware een nieuw web geweven. Een gezamelijke zoektocht, elkaar helpen vragen en ideeën vorm te geven en te weerleggen. Verbinding en verdieping.

Zoeken op handwerken, leesclub, of Benin (een van de maatschappelijke projecten van Vrouwen van Nu vindt plaats in Benin) en je vindt allerlei verschillende weblogs. Dat zoeken kun je doen via bijvoorbeeld de standaard Google zoekmachine of Google Blog Search (gewoon typen: “blog handwerken”). In Blogger, de tool die Google aanbiedt om zelf een blog bij te houden, kunnen mensen in hun profiel aangeven wat ze interessant vinden, zoals bijvoorbeeld wandelen. Grote kans dat zij daar dan ook over bloggen. Ook via websites als WordPress – een andere veel gebruikte weblog tool – kun je zoeken naar blogs. In dit geval naar alle mensen met een WordPress weblog die iets schreven over bijvoorbeeld leesclubs. Een beetje rondbladeren en doorklikken op links levert je al snel leuke weblogs op. Heel eerlijk gezegd vind ik veel leuke blogs vooral doordat ze door anderen worden aangeraden. Ook bij weblogs is het dus handig te beginnen met het volgen van het weblog van een bekende, zoals bijvoorbeeld het weblog van Brigitte Leferink (“Brigitte’s week”) of Josien Kapma (“Melken over de grens”).

Door commentaar achter te laten op een interessant of leuk blog bericht geef je de schrijver van het bericht wat feedback. Alleen al te weten dat iemand het bericht las en de moeite waard vond kan heel bemoedigend zijn om te blijven bloggen. Mocht je zelf een weblog starten dan zul je dat ook snel merken.
De meeste weblog berichten hebben onderaan de tekst een linkje met commentaar / comments / reacties. Soms staat er “0 reacties”. Als je op die link klikt kun jij daar, als eerste, een reactie plaatsen. Een reactie van jouw kan ook weer andere reacties opleveren, zodat een klein gesprekje ontstaat. Op sommige website wordt heel veel gediscussieerd via de reacties. Kijk bijvoorbeeld eens op Foodlog.
Om commentaar op een bericht achter te laten moet je vaak verplicht een naam en emailadres invullen. Als je hier niet van houdt kan je een apart email adres maken wat je standaard opgeeft of je kan een nepadres opgeven (…). Als je een goede SPAM filter hebt, zoals bijvoorbeeld de email via Google dat heeft, kun je gerust je email adres achterlaten. De eventuele SPAM wordt er wel uitgefilterd, en je krijgt dan tenminste een berichtje wanneer mensen nog weer po jouw reactie hebben gereageerd. Ook maakt dit het mogelijk voor de blogger op wie je reageerde om jouw een persoonlijk mailtje te sturen.

Zou je zelf de stoute schoenen aantrekken en een eigen weblog willen starten, dan kun je dat doen via bijvoorbeeld Web-Log.nl of WordPress.

Update: We wachten in spanning af of Vrouwen van Nu lid Gerry van Gorp haar weblog zal activeren en gaan gebruiken! In het kader van de activiteiten die zij en de andere leden uit haar groep aan het organiseren zijn, zou dat erg handig kunnen zijn voor de publiciteit.

Foto’s organiseren en delen via Flickr

Dan foto site Flickr – www.flickr.com. Deze laat goed zien hoe je eigen informatie (in dit geval foto’s en hun verhaal) zelf kunt beheren en organiseren, en tegelijk delen met anderen. 

Zoeken op Wit Rusland (waar de Nederlandse Vrouwen van Nu een helpende hand bieden aan plattelandsvrouwen terplekke) geeft bijvoorbeeld foto’s per locatie, per tag wit rusland of belarus en zelfs een hele groep van 274 mensen die foto’s uit of over Belarus uitwisselen. Let op de foto’s met een Creative Commons licentie: die mag je namelijk hergebruiken onder bepaalde voorwaarden (zie foto hier rechts). Je vindt ze via de Advanced Search.

Plaats je zelf je foto’s op Flickr, dan kun je ze organiseren in Sets, via titel en beschrijving het verhaal van de foto vertellen, via tags, locatie en je deelname aan groepen de foto onder de aandacht van anderen brengen. Via het commentaar op je foto’s kun je horen wat anderen van de foto of het verhaal vonden. Vergeet zelf ook niet af en toe te reageren op foto’s van bekenden. Vond je ze mooi, herkenbaar, en wie is ook alweer die persoon daar rechtsachter je vriendin? Door van je eigen email adreslijst gebruik te maken (de meeste web 2.0 tools bieden aan je hierbij te helpen) kun je meteen kijken welke van je kennissen ook “op Flickr zit”. Heb je meteen een start voor een eigen netwerkje.

Ook Google’s fotodienst Picasa is een goede manier om je eigen foto’s te organiseren in albums. Update: Kijk bijvoorbeeld naar de foto’s van het bezoek van de Wit-Russen.

Profiel websites

Update: Heel kort bespraken we gisteren nog LinkedIn, dat door Brigitte werd vergeleken met een digitale rolodex. Brigitte (namens het landelijke bureau van Vrouwen van Nu verantwoordelijk voor de communicatie) maakte eerder al een LinkedIn groep voor Vrouwen van Nu. Door van die groep lid te worden is het makkelijk andere leden te vinden en door hen gevonden te worden. Ook Facebook (persoonlijker) en Hyves (nog persoonlijker) werden even genoemd.

Uitproberen

Over deze en alle andere web 2.0 tools valt nog veel meer te zeggen, wat nooit in 1 uur past. Het gaat vooral leven als je het gaat uitproberen. En bevalt het je niet, dan laat je het gewoon (even) liggen. Wie weet gaat er later ineens nog een belletje rinkelen!