Gluren bij de buren (boeren?)

Krispijn Beek haalt op Twitter een bericht van TreeHugger aan, over een nieuwe site genaamd Real Time Farms. De ondertitel op de site is mooi:

Whether you are looking to eat out or eat in, Real Time Farms allows you to see your food, learn how it was grown and visualize the journey it took to reach your table!

Maar de intro c.q. invulling van Treehugger zelf zet mij wel aan het denken.

Where it will get interesting is if the guide starts to branch out from the locavore set. Given its stated aim of documenting “the entire food system”, and given that ANYONE can upload photos and tell the story of their food, it seems like there is an opportunity for activists to tell the stories of the industrial food system through this platform too.

Zo bekeken, zie ik een tegenstelling in doel en aanpak van de site. Ik houd ook van boerenmarkten en ambachtelijke boerenproducten (zie de tabs op Real Time Farms). Maar het gros van ons voedsel wordt op een andere manier gemaakt. Wil je dat inzichtelijk maken om mensen beter te laten kiezen in hun dagelijks menu? Super! Maar dan hebben we het dus niet over een neutraal voedselsysteem-in-kaart-brengen. Dan hebben we het over food champions op een voetstuk plaatsen en (vanuit Treehugger’s invalshoek) misstanden aan de kaak stellen.

Dat eerste zijn we allemaal voor, denk ik, maar dat tweede valt nog meer over te zeggen? Sociale media zijn een mooie tool om meerdere kanten van een verhaal te laten zien. Als Real Time Farms in staat is om zo lang mogelijk een neutraal platform voor alle voedselproducten (en andere partijen in het systeem) te zijn om hun verhaal te doen en te illustreren, heb je een mooie bodem voor een dialoog. Wordt het al snel een wereldwijde “Ongehoord“, dan heb je wellicht effect op consumentenkeuzes (is de impact van dit soort campagnes wel eens onderzocht om koopgedrag? lange termijn?), maar zal je niet meer welkom zijn aan de keukentafels van de boeren in kwestie. En daarmee mis je een kans om samen een gezond voedselsysteem te ontwikkelen. Want met alleen de knuffelprojecten komen we er niet.

Advertenties

Multifunctionele media voor multifunctionele ondernemers

Een paar weken terug werd ik geïnterviewd over kansen van sociale media voor multifunctionele ondernemers. Voor een artikel in de online nieuwsbrief van de Taskforce Multifunctionele Landbouw (TMFL), die eind juni uitkwam. Ik herken me zelf niet helemaal in alle uitspraken, maar wel in de kern: veel kansen voor multifunctionele ondernemers via sociale media! Juist het werken in meerdere sectoren (dus in meerdere netwerken), het tonen van de verschillende gezichten van je bedrijf, het contact houden met de maatschappij en laten zien wat er op je bedrijf gaande is, zijn allemaal dingen die door sociale media extra ondersteund kunnen worden. Leuke bij multifunctionele bedrijven is dat je online ook écht wat kunt vertellen of laten zien: er gebeurt doorgaans veel op je erf. En dit zichtbaar maken vergroot vervolgens weer de betrokkenheid van burgers / consumenten bij je onderneming. Klanten worden ambassadeurs, de foto van je streekwinkel die je op Facebook plaatst, delen ze met hun kennissen. Laat je weten dat je nog ideeën zoekt voor de eerstvolgende streekmarkt, geheid dat er mensen reageren.

Samen blijven leren

Een week na het interviewtje, bezocht ik met ETC collega Inge de TMFL in Zegveld, waar we spraken met Arjan Monteny. In het gesprek borduurden we voort op de uitkomsten van 4 winteravondworkshops rondom sociale media, die de Taskforce ons afgelopen winter vroeg te organiseren. Ook als team ziet de TMFL de waarde van sociale media. Hopelijk lukt het om de komende maanden de multifunctionele ondernemers  nog een extra aanmoediging te geven. Onder andere via een concrete pilot m.b.t. regionaal leren via sociale media. Na het afbouwen van de Taskforce zou het geweldig zijn als er een sterk netwerk van ondernemers blijft bestaan, dat sociale media weet te benutten om samen verder te leren en innoveren!

Workshops en leertrajecten

Het artikel uit de TMFL nieuwsbrief is hier te lezen. Per ongeluk is men vergeten te vermelden dat we vanuit het Netwerk Platteland verschillende soorten introducties, interactieve workshops en langere (deels online) leertrajecten aanbieden, rondom het thema sociale media en platteland. Heb je interesse, neem dan gerust contact op via info@netwerkplatteland.nl of laat een berichtje achter op dit blog, via Twitter, LinkedIn etcetera.

Landbouw niets voor echte mannen

Tussen het voeden van onze jongste spruit en voorlezen van de oudste ben ik me wat aan het verdiepen in de lokale geschiedenis, met name op het gebied van de landbouw. Kom zo leuke dingen tegen, zoals over de naam van ons dorp, waarvan ik tot nu toe alleen de meest gebruikelijke uitleg tegenkwam. (Zie hier, over Landbouw in Nunspeet.)

Nog iets anders wat ik las: Onder de Germanen, die rond het begin van onze jaartelling in onze regio woonden, waren het vooral de vrouwen en slaven die landbouw bedreven. Het zwoegen op het land werd als laf en onmannelijk gezien, zo schrijft Tacitus. Waarom grond bewerken en eten verbouwen wanneer je zoiets ook als buit kon binnenhalen na een gevecht?

Tegenwoordig zijn het toch eigenlijk juist mannen die zich als boer met de landbouw en veeteelt bezig houden. Hun vrouw noemt zich zelden meer boerin, heeft vaak een baan buitenshuis, zorgt voor de kinderen en/of neemt nevenactiviteiten in het verbrede bedrijf op zich, zoals de zorg op de zorgboerderij of verkoop in de landwinkel.

Aan de andere kant lijkt de situatie van de afgelopen decennia misschien toch nog veel op die van tweeduizend jaar geleden. Voor velen lijkt het werk op het land nog altijd een minderwaardige manier van bestaan te zijn. Alleen besteedt men nu het gezwoeg vooral uit aan anonieme werkers ver buiten ons gezichtveld, in plaats van directe ondergeschikten.

Een gevecht om dat voedsel te krijgen wordt echter niet meer gevoerd. Een stukje plastic rondzwaaien en het heldhaftig intoetsen van vier cijfers is voldoende.

lecturespourtous1917wwi3paysannes - Bertie van der Meij - Kophieps weblog

De toekomst van de landbouw en ons voedsel – Debatreeks

Binnengekomen post via Netwerk Platteland partner CLM, bij deze integraal overgenomen. Klinkt erg interessant. Hopelijk kan ik zelf enkele debatten bijwonen (hoewel met verlof tot eind November). Zo niet, dan hoop ik zeker op interessante verslagen via het wereldwijde web!

Start 7-delige debatreeks met Felix Rottenberg in de Rode Hoed:

‘De toekomst van de landbouw en ons voedsel’

Dinsdag 22 september 2009, 20.00 uur in De Rode Hoed
 
Ieder mens heeft recht op voldoende en gezonde voeding. Toch lijden 1 miljard mensen wereldwijd honger. Tegelijk lijden bijna evenveel mensen door veranderende eetpatronen aan overgewicht. Er is dus sprake van een tweevoudige voedselcrisis. Dat moet anders, zou je zeggen. Wat zijn de oorzaken? Wie zijn de belangrijkste spelers? In welke richting moeten we de oplossingen zoeken?
 
Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM), De Rode Hoed en Biologica nodigen burgers en professionals uit om deel te nemen aan deze unieke debatreeks met inleidingen van vooraanstaande denkers uit de landbouw en de voedselketen. De debatcyclus omvat een reeks van zeven avonden in De Rode Hoed in Amsterdam onder leiding van Felix Rottenberg. Inleiders en publiek zoeken samen naar oplossingen om de landbouw te verduurzamen en naar het verdelingsvraagstuk. Wat is de rol van de diverse spelers in de voedselketen, inclusief de consument?
 
De openingsavond is op dinsdag 22 september tijdens de Week van de Smaak over voedsel in historisch perspectief, met o.a. bijdragen van wethouder Marijke Vos over Amsterdam als Hoofdstad van de Smaak, Prof. Frits Muskiet over het gezonde oerdieet van onze verre voorouders, directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum over smaak en identiteit en schrijver Ronald Giphart over de ‘goede smaak’.

De reeks wordt op 1 december afgerond met een slotmanifestatie met vier inspirerende initiatieven vanuit het bedrijfsleven voor innovatie en verduurzaming van de voedselketen; discussie over de belangrijkste inzichten/conclusies uit de debatreeks en de ‘snacks van de toekomst’ met Pierre Wind.
 
Sprekers op de andere debatavonden zijn o.a. Prof. Tim Lang, Prof. Rudy Rabbinge, Prof. Jan Douwe van der Ploeg, emiritus hoogleraar Niels Röling, landbouwbestuurder Antoon Vermeer en directeur Natuurmonumenten Teo Wams. Verder zullen onderzoekers en voortrekkers uit het bedrijfsleven bijdragen leveren aan de reeks. Topkok Eric van Veluwen zorgt elke debatavond voor een toelichting op enkele hapjes passend bij het thema.
 
Organisatie: Centrum voor Landbouw en Milieu en Biologica i.s.m. De Rode Hoed.
Mediapartners: de Volkskrant en Foodlog.nl  
De cyclus is mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
 
Datum: Vanaf 22 september 2009, slotmanifestatie op 1 december 2009
Plaats: De Rode Hoed, Keizersgracht 102, 1015 CV Amsterdam
Aanvang: 20.00 uur (ontvangst vanaf 18.45 uur)
Toegang: Kaartjes à 10 euro aan de kassa of 9 euro via
http://www.derodehoed.nl / Passe-partout à € 45,- voor zeven debatten. Inclusief hapjes en bij binnenkomst een gratis kopje koffie of thee op vertoon van uw kaartje.

Informatie: Voor data en het programma zie: www.rodehoed.nl, www.clm.nl of www.biologica.nl

Tuinieren op een postzegel

Afgelopen vrijdag vond in Den Haag het door Stroom georganiseerde Foodprint Symposium plaats. Een goed gevuld programma met interessante sprekers rondom stadslandbouw en andere voedsel-in-de-stad onderwerpen. Als decor de aan het eind van de dag officieel geopende Foodprint tentoonstelling.

Vele pagina’s aantekeningen gemaakt, dus genoeg voor enkele blog posts hier en op het Engelse blog. Ik zal kijken hoe ver ik kom. Eerst Paula Sobie en haar SPIN-Farming training.

SPIN-Farming staat voor Small Plot Intensive Farming, letterlijk: intensief boeren op een klein stukje grond. De Canadese Paula Sobie begon enkele jaren geleden als SPIN farmer. Tijdens het Foodprint Symposium verhaalde ze van haar eigen ervaringen, inclusief enkele missers, en gaf ze praktische tips.

Stadslandbouw

Sobie past SPIN-farming toe in de stad waar ze woont. Een aantal voordelen van (kleinschalige) landbouw in de stad:

  • Er is rechtstreeks schoon water beschikbaar (vaak gratis grondwater via de buiten tap), en op een klein stuk grond ook te gebruiken zonder ingewikkelde irrigatie installaties;
  • Je hebt nauwelijks of geen last van wild als herten of konijnen die van je oogst meegenieten;
  • Je zit dichtbij je afnemers, dus kunt hen zeer verse producten leveren;
  • Het microklimaat in de stad is iets warmer, zodat je eerder kunt oogsten;
  • Door al deze voordelen maak je minder kosten, wat betekent dat je high value crops tegen een goedkopere kostprijs kunt produceren of (als je wilt) met meer winst verkopen op de lokale markt.

Planning

Voor haar SPIN-farm maakt Sobie gebruik van andermans tuinen, een veel gebruikte manier van werken onder SPIN-farmers.  De eigenaren stellen de tuin gratis ter beschikking, Sobie ontgint de boel en begin haar mini stadsboerderij. Sommige SPIN-farmer huren grond, maar Sobie werkt het liefst met mensen die de achterliggende gedachte delen en bijvoorbeeld een deel van de tuin die ze toch niet gebruiken ter beschikking te stellen aan een ander. (Bas de Groot liet trouwens weten dat in Nederland gewoon via Marktplaats tuinen worden aangeboden waar je van gebruik zou kunnen maken. Ook handig te weten! )

Zolang je gebruik maakt van private tuinen heb je waarschijnlijk weinig last van verontreinigde grond. Zou je uitwijken naar meer industrie gerelateerde stukken grond in de stad, dan heb je veel werk aan het zuiveren van de grond.

Sobie adviseert te werken op stukken grond van minimaal 300 m2 (1000 square feet). Heb je meerdere kleine stukken grond tot je beschikking, dan is transport tussen de locaties (je eigen reistijd, het verplaatsen van eventueel gereedschap) relatief inefficienter.

Paula Sobie explaining ideal size of plant bedsEen plantbed heeft een ideale groote van 2 voet breed (60 cm) bij 25 voet lang (7,5 m). Tussen de bedden ongeveer 1 voet looppad. De breedte van de bedden zelf maakt het bewerken en oogsten makkelijker omdat je over je bed heen kunt lopen (zie Sobie’s demonstratie).

Als SPIN-farmer reken je met terugwerkende kracht uit hoe/wat je wilt planten. Je weet hoeveel land je ter beschikking hebt, hoeveel plantenbedden hier in gaan en hoeveel je eraan zou willen verdienen. Als je het aantal weken per jaar inschat dat je kan oogsten en verkopen kun je vervolgens uitrekenen welke soorten gewassen je wilt telen. Sommige gewassen kun je voor meer geld verkopen dan anderen, anderen zijn weer sneller te oogsten waarna het plantbed vrij komt voor nieuwe teelt, etcetera. Uiteraard houd je in je aanbod rekening met de lokale vraag.

Cropping & Planting

Wat Sobie betreft is het denkwerk rondom het telen (zoals de rotatie van gewassen) ware hersengymnastiek. Ze maakt van haar stuk grond een schematische spreadsheet waarop ze in verschillende gekleurde vlakken aangeeft welke gewassen in welk bed groeien en hoe ze zou moeten roteren om de grond niet uit te putten. De spreadsheet mag je van haar overnemen. Email: tofubella (apenstaartje) shaw (punt) ca

En er zijn meer tips. “Vergeet IJsheiligen!” bijvoorbeeld. Er zijn genoeg planten die tegen een stootje kunnen. Hoe vroeger je begint met zaaien / planten, hoe eerder je oogst hebt en dus meer weken per jaar omzet kunt maken. SPIN-farming is het optimaal benutten van het kleine beetje grond dat je hebt, ook in dit soort zaken.

Tools & Weeding

Paula Sobie explaining the "seeder"Als SPIN-farmer moet je snel en efficiënt te werk gaan. Bepaalde praktijken die je als hobby moestuinhouder zou kunnen aanhouden lonen niet. Gereedschappen kunnen waardevolle hulpmiddelen zijn om efficiënt te werken. Maak vooral gebruik van gereedschappen die makkelijk hanteerbaar en liefst ook zelf te repareren zijn. (En die weinig ruimte innemen. Alle ruimte gaat ten kostte van de grond die je kunt gebruiken voor de planten.)

Verschillende gereedschappen passeren de revue tijdens Sobie’s presentatie. Een aantal standaard tuingereedschappen die hier overal verkrijgbaar zijn, maar ook zaken die je hier iets moeilijker kunt vinden, zoals de hand/duw zaaier. (Ze zijn er wel, zie bijv hier.) Als ik het goed heb begrepen maak je gebruik van een patroon voor de zaadjes (zelf te vullen, ga ik vanuit), verstel je eventueel de opening afhankelijk van de grootte van de zaadjes (?) en je wandelt snel en in een rechte lijn over je plantbed. Geen lijntjes trekken. Gewoon lopen. Sobie demonstreert:

Paula Sobie explaining the "seeder"

Paula Sobie explaining the "seeder"

Paula Sobie explaining the "seeder"

Een ander handig machientje (niet op de foto) maakt het mogelijk om kleine blokjes compost te fabriceren (soil blocks) met een kuiltje voor zaad. Daarmee zorg je voor gezonde voedingsbodem voor je plantje, maar ga je toch zo geconcentreerd (en dus efficiënt) mogelijk met de compost om.  

Marketing

Het is leuk om te tuinieren, moestuinhouders kunnen erover mee praten, maar als je geen markt bereikt blijft het een hobby, en geen bron van inkomsten. Omdat je te maken hebt met kleine hoeveelheden oogst moet je slim te werk gaan in je verkooptechnieken. Sobie noemt enkele mogelijke verkoopkanalen:

  • Zeker wanneer je net begint en je niet precies weet hoeveel je gaat produceren en wanneer je oogst klaar is, kun je proberen je waar te slijten aan de groothandel. Dit betekent ook de minste investering in de verwerking van de producten (wassen, verpakken). Dit doet de groothandel zelf.
  • Heb je een beter beeld van wat je te bieden hebt, dan kun je aankloppen bij natuurwinkels of andere lokale verkopers, of bijvoorbeeld aansluiten bij bestaande lokale (boeren)markten.
  • Een eigen markt opzetten is ook een mogelijkheid, mits je toestemming hebt van de gemeente.

Strawberry harvestQua marketing benadrukt Sobie de persoonlijke aanpak. Je moet er allereerst voor zorgen dat je een band opbouwt met je klanten. Mensen willen weten van wie ze hun eten kopen. Omdat je zelf rechtstreeks kunt verkopen in de stad / wijk waar je ook produceert heb je al een voorsprong op de onzichtbare boer die via de groothandel levert. Daar kun je op voort bouwen.

Zorg vervolgens dat je te allen tijde je verhaal kunt vertellen. Waarom run je je ‘boerderij’ zoals je hem runt? Hoe pak je het aan? Wat is je motivatie en wat is je geschiedenis? Sobie zelf verwerkte ook haar eigen tegenslagen in haar verhaal. Zo kwam zij bijvoorbeeld pas drie maanden nadat zij met het opzetten van haar tuinen van start was gegaan erachter dat het commercieel verbouwen en verkopen van voedsel in private tuinen illegaal was in haar gemeente. Met steun van haar (potentiele) klantenkring bracht ze haar zaak onder de aandacht bij de gemeente, die vervolgens de regelgeving aanpaste. Binnen een jaar was SPIN-farming legaal. Dit verhaal geeft de band met de lokale gemeenschap weer en het vertellen ervan versterkt die band alleen maar.

Leuk idee: Sobie maakte zelf gebruik van Google Maps om aan te geven waar haar tuinen zich bevonden en de markt waarop ze verkocht. De precieze afstand tussen tuin en markt schreef ze vervolgens op bordjes die ze bij haar marktwaar plaatste. “Deze wortel groeide hier 1000 meter vandaan.” Een mooie manier om de verbinding tussen voedsel en stad tastbaarder te maken.

NB. Hoewel de actieve maanden voor goed inkomen zorgden neemt Sobie in de winter maanden wat extra opdrachten aan op gebied van natuur en milieu educatie – haar originele beroep.

Meer informatie

De engelstalige SPIN-farming website (www.spinfarming.com) bevat uitgebreide informatie over de manier van werken van SPIN-farmers. Hoewel elke farmer zijn eigen werkwijze heeft, omdat uiteraard ook alle gevallen van elkaar verschillen, zijn er toch een aantal handige tips, zoals bovenstaande en nog vele andere.

Zie ook deze korte video waarin Paula Sobie uitlegt wat SPIN-farming is.

Persoonlijke reflectie op Dag van de Zorglandbouw

Dinsdag 21 april 2009, vond in Apeldoorn de Dag van de Zorglandbouw plaats. Verschillende mensen schrijven erover op verschillende weblogs. Op het blog van GUUS vindt je o.a. mijn globaal verslag. Hier op mijn eigen weblog een meer persoonlijke reflectie.

headerbeheer_afbeeldingheader_2

Man-vrouw verhouding

Een kleine observatie om mee te beginnen. (Misschien beïnvloed door de focus die hier op ligt in de sector van ontwikkelingssamenwerking – die andere tak van sport waar ETC zich mee bezig houdt.) Het viel mij op dat er een hele mooie balans was tussen aantal mannen en vrouwen dat deelnam aan de dag. Heeft dat te maken met de zorglandbouw combinatie op zich, waarin traditionele taken en vaardigheden flink door elkaar gehusseld en vermengd worden?

Persoonlijke ervaring

Tijdens de eerste sessie van de dag werd zorgboerin Hetty geïnterviewd, samen met een oud-deelnemer en zijn vader. Hetty verhaalt onder andere hoe zij geïnteresseerd raakte in de zorglandbouw combinatie door het positieve effect dat zij zag bij vriendjes die met haar kinderen meekwamen naar de boerderij. Veel mensen die zich actief en gepassioneerd bezig houden met zorglandbouw hebben naar mijn idee een vergelijkbaar verhaal. Merk ik ook bij mensen die zich aanmelden bij de CoP Farming for Health en hun Strawberry harvestverwantschap met het werkveld uitleggen. Hoewel er inmiddels voorbeelden van zorgboerderijen te over zijn, ligt de eerste kiem van interesse voor zorglandbouw vaak in de persoonlijke ervaring. Misschien wel de sterkste basis ook, die hele persoonlijke ervaringskennis.

(De) weg van het geld?

Jan de Vries, Tweede Kamerlid voor het CDA, benadrukte dat gemeenten naast WMO gelden ook de beschikking hebben over participatie budgetten. Wanneer zorgboerderijen de dagbesteding (of andere zorgdiensten) niet meer kunnen bekostigen uit de AWBZ/WMO, zouden ze zich kunnen richten op een diversificatie van doelgroepen en diensten, en daarmee voor andere financiering in aanmerking komen.

De Vries reageerde hiermee op een vraagsteller uit het publiek, die aangeeft dat zijn deelnemers (jonge schoolverlaters) maar 2 dagdelen dagbesteding vergoed krijgen omdat de jongeren nog leerplichtig zijn en dus de rest van de tijd op school horen te zitten. In feite is de zorgboerderij echter zo’n beetje de laatste strohalm voor deze groep. Ze zijn er 9 dagdelen per week en volgen hiernaast geen school meer.

Voor de vraagsteller bieden de participatie budgetten dus wellicht uitkomst, en dat het werken met verschillende typen doelgroepen bij elkaar zijn nut heeft is al eerder aangetoond. Maar als een zorgboer zich vanwege de budgetten op verschillende doelgroepen gaat richten lijkt me dat een zorgelijke ontwikkeling. Je kunt dan weinig meer spreken van ‘de cliënt centraal’. En de cliënten die je hiermee aan de kant zet, kunnen die dan voldoende op andere zorgboerderijen terecht?

Babylonische spraakverwarring – Professionalisering of Professionalisering?

Tijdens deze dag en vele andere gesprekken over zorglandbouw keert steeds de term ‘professionalisering’ terug. Wel kan die term op hele verschillende manieren worden ingevuld. Praat je over de professionalisering van de mensen die in de zorglandbouw werkzaam zijn, dan heb je het m.i. over zaken als de vakbekwaamheid van zorgboeren om niet alleen de landbouw, maar ook de zorgaspecten van hun vak te beoefenen. Die professionalisering kun je vergroten door scholing en opleiding, door intervisie, door bij elkaar in de keuken kijken of werkervaring opdoen, etcetera.
Ik heb echter het gevoel dat wanneer mensen uit de overheid of zorgsector (instelling, zorgloket, verzekeraar) spreken over professionalisering van de zorglandbouw als sector, het meer gaat om de presentatie van de sector naar buiten toe. Het bewijzen van de professionaliteit volgens de regels van andere sectoren. Doormiddel van soepele procedures voor intake en plaatsing van cliënten, door kwaliteitskeurmerken, registraties en erkenningen (vooral uit medische hoek), etcetera.

440119001_ac5a98b357_mAls vakbekwame zorgboeren zorg- en landbouwdiensten leveren van hoge kwaliteit – gemeten naar de beleving van cliënten en de beleving en waarneming van hun systeem – kunnen we dan spreken van een professionele sector? Of krijg je dat label pas als je dezelfde werkprocessen hebt in de gangbare zorg? Is die manier van werken het ideale uitgangspunt? Hoeveel moet daarin geïnvesteerd worden? Wat moet en kan er nog allemaal gemeten worden voordat we toch echt “weten” dat zorglandbouw werkt?

Voor herhaling vatbaar?

Was de dag voor herhaling vatbaar? Wat mij betreft wel, als gelegenheid om elkaar te ontmoeten, om ideeën en ervaringen uit te wisselen, om nieuwe samenwerkingen te starten. Een meer ontspannen en betrokken dagvoorzitter (toch een significant leerpuntje voor Job Boot…) en een interactiever programma met meer tijd voor workshops en meer interactie van deelnemers tijdens die workshops zouden wat mij betreft wel een voorwaarde zijn.

Eén van de deelnemers die naast mij zat gaf aan elk jaar wel een dergelijke dag te willen bijwonen:

“Nu hebben we wel allerlei zaken over wetgeving en financiering besproken, maar volgend jaar kan er wel weer een hele andere situatie zijn. Je wilt toch bij blijven en weten waar je aan toe bent.” 

Netwerken in de zonHoewel de interesse er dus is, is een vraag natuurlijk: Wie neemt het initiatief? Gaat “de sector” wachten op een nieuwe boost vanuit Taskforce/LNV en Reed Business om dit op te pakken? Wat zou het argument zijn voor die partijen om die kar te blijven trekken? Of, wie doet het anders: Stichting Verenigde Zorgboeren? Met opnieuw sponsoring van (private) clubs met belang in de sector? Genoeg om zorgboeren te helpen aan een kaartje met korting, of betaalt volgend jaar iedereen 300 euro…? Ben benieuwd hoeveel mensen er dan nog komen.

In de tussentijd zou ik (jaja, nogmaals) iedereen willen aanmoedigen de opgedane contacten te blijven onderhouden, ook met gebruik van internet. Manieren om dat te doen zijn:

  • Email en ander direct contact (zie adressenlijst van deelnemers, het meest waardevolle papiertje dat je kunt krijgen op een conferentie);
  • Forum Platteland 2.0;
  • Weblogs (lezen of zelf schrijven of beide), onder andere zichtbaar gemaakt via GUUS;

En als nieuwe voeding ook af en toe een echte bijeenkomst maar dan op kleinere schaal, zoals van stichting Omslag (met aanmoediging aan Omslag om hun uitnodigingen nog wat breder te versturen…), regionale bijeenkomsten op initiatief van de zorgboeren verenigingen, of natuurlijk de community of practice Farming for Health.

Blog interview – Landbouw en zorg

Ik ben per email geïnterviewd (zie alhier) door Josien Kapma (o.a. Guus community manager). Over landbouw en zorg, de community of practice Farming for Health en onze morgen te houden CoP netwerkdag. (Vreemd om je eigen tekst zo terug te lezen als je het niet zelf op je eigen weblog hebt geplaatst.)

Het hele stuk, en dus ook mijn bedenksels over ‘de toekomst’ van landbouw en zorg, is mijn persoonlijke mening. Ik ben wel heel benieuwd of andere CoP leden (of niet-leden) hier hetzelfde of juist heel anders over denken. Josien heeft een discussie ruimte aangemaakt op de  zogeheten Platteland Ning (netwerk website). Van harte welkom daar mijn ideeën te weerleggen of andere ideeën te plaatsen. Even inloggen om mee te praten.

Group workWe zullen morgen ons best doen wat mooie foto’s te maken en mensen te spreken/interviewen om wat van de Farming for Health dag terug te koppelen, via dit en hopelijk ook andere weblogs. Wordt vervolgd.

* Foto door Marjolein Elings. Tweede bijeenkomst CoP Farming for Health in 2005, Wageningse Berg.