Het statement van gratis eten…

Vrijdag wordt er een kwart miljoen uien gelost voor de Mediamatic fabriek tijdens een uien feest. Het hele weekend gratis af te halen. De Youth Food Movement dumpt dit weekend toevallig nog eens 30 ton aardappelen op de Dam. Gratis. Als er nog iemand een truck load winterpeen over heeft, heb je al een mooie hutspot bij elkaar. Vlees is tegenwoordig ook haast gratis af te halen bij de supermarkt…

Dumpen die hap

Het onderliggende idee van de acties – het aankaarten van een pervers systeem dat overproductie en voedselverspilling in de hand werkt – spreekt me aan. De keuze om de boel dan maar gratis weg te geven veel minder. Niet dat ik me zo’n zorgen maak om supermarkten die inkomsten gaan missen doordat een groep mensen dit weekend geen uien of aardappelen koopt. We zijn geen ontwikkelingsland met kleine ondernemers die door dit soort gedump (en ja, dat gebeurt nog dagelijks) in een keer uit de markt worden geslagen. Misschien merken ze het niet eens, die supermarkten. Of leert het hen wat over de downward spiral van dat eeuwige gratis en goedkoop. Maar ik vraag me af: welke indruk laat je nu achter? Welk statement maak je nou eigenlijk écht door eten gratis weg te geven?

afzetten | zet af | afgezet

Even een vergelijking. Nog deze week sprak een collega van mij er schande van dat een autoreparateur flink zakte in prijs toen zij via via een concurrent was tegen gekomen die haar auto voor een prikkie kon repareren. Haar reactie: Ik werd gewoon belazerd, en pas toen ik hem onder druk zette zakte hij tot de werkelijke prijs! Of misschien nog niet eens en zitten ze daar beiden nog altijd boven! Wie weet is dat zo, ik heb geen auto dus weet niets van autoreparaties. Maar zou het ook zo kunnen zijn dat beiden naarstig opzoek zijn naar die ene klant, en gewoon op of zelf onder de kostprijs gaan zitten? Zo komen gemeenten aan hun spotgoedkope bestemmingsplannen, of vul maar in waar dit allemaal nog meer gebeurt. Als Jan het goedkoper levert dan Piet, is Piet natuurlijk een afzetter? Zo simpel is het niet. Maar weten mensen dat, als ze gratis eten in handen gestopt krijgen?

Aanpakken die hap

Misschien onderschat ik het publiek dat hier (naast de Youth Food Movement leden zelf) op af komt. Maar ik vraag me vooral af of het lossen van de enorme vracht voedsel niet statement genoeg is en je een alternatieve aanpak zou kunnen kiezen om het gesprek met mensen aan te gaan. Verkoop als contactmoment, een echte ‘transactie’. Een beetje a la de Grieken, hoewel ik eerder zei dat zelfs die verkoop tegen kostprijs me al onnodig laag leek. Maar laat mensen het zelf anders maar bepalen. Regel een lege melkbus voor iedereen die aardappelboer Krispijn ook echt zou willen betalen voor zijn harde werk. Wordt die bus ook echt gevuld, dan heb je nog een veel groter statement gemaakt: er leeft een wil om het systeem aan te pakken. Niet dumpen, niet aankaarten, maar aanpakken die hap!

Advertenties

Voedsel in de Stad – Excursie

Vorige week woensdag (4 nov 2009) organiseerde het Kenniscentrum Recreatie voor het LNV programma Groen en de Stad een excursie. Thema: Voedsel in de Stad.

Almere heeft principes

In Almere startte de dag in het Stadsbouwhuis waar door (?) interessante plannen werden gepresenteerd om de stad richting 2030 flink uit te breiden (schaalsprong – kwantiteit) en tegelijk te voldoen aan een aantal zelf opgelegde principes – en geïnspireerd op de Hannover Principles (William McDonough) – om ook de kwaliteit op een goed pijl te houden. Stadslandbouw neemt daarin een belangrijke plaats in. De stad wil graag voor 20% kunnen voorzien in de eigen voedselbehoefte. Belangrijke voorwaarde voor slagen van deze plannen is of na de gemeenteraadsverkiezingen van 2010 de Almere Principles al dan niet serieus genomen worden door de nieuwe bestuurders van de stad.

Voor de uitbreiding van de stad is gekozen voor een “organisch ontwerp”. De oorspronkelijke loop van de Eem werd hierbij aangehouden, zo krijgen we te horen. Ik durfde niet te vragen hoe het nou kan dat de Eem liep waar nu Flevoland is, en waar toch vroeger gewoon de Zuiderzee lag.

Grappig te horen trouwens, dat Almere ooit is ontworpen met het oog op duurzaamheid. Het was voor mij een eerste bezoek aan deze stad, maar de reputatie “lelijkste stad van Nederland” had ik wel meegekregen. Dat rijmt toch weinig met mijn (meestal groen gekleurde) idee van duurzaamheid. Maar als ik kijk hoe Cradle-to-Cradle principes nu klaar liggen om langzaam in stadsbeleid te worden geïntegreerd, is dat zowel bewonderenswaardig als hoopgevend.

De Stadsboerderij Almere

Na het Stadsbouwhuis toerden wij naar De Stadsboerderij, waar we ontvangen werden door Tineke van den Berg. Uit de Stadslandbouwgids van Wageningen UR (al eens genoemd op mijn andere weblog) had ik begrepen dat de stadsboerderij al een aantal jaren geleden was opgericht na een concrete vraag van burgers voor een dergelijke boerderij. Tineke vertelde echter ook dat zij nog niet zo lang geleden in de krant las over de stadslandbouw plannen van de gemeente, en vervolgens contact heeft gezocht om Stadsboerderij Almere één van de actoren in dat plan te laten zijn. Mij doet dat vermoeden dat er door de gemeente toch weinig is gekeken naar en gepraat met de bestaande actoren, voordat er zo’n visie over het gebied werd uitgerold. Hoe dan ook, wel fijn dat stad en boer elkaar nu hebben gevonden.

Proeftuin Amsterdam

Restaurant De Kas in Amsterdam vormde de volgende stop van de excursie. Even pauze voor een overheerlijke – hoewel ietsje te lichte – lunch met groenten en kruiden uit de eigen kas. Na de lunch het woord aan Geert Timmermans van de gemeente Amsterdam om een toelichting te geven op het project Proeftuin Amsterdam. Proeftuin Amsterdam is een samenwerkingsverband tussen meerdere lokale overheidsspelers, met als doel initiatieven te ontwikkelen en/of ondersteunen rondom duurzame, lokale voedselketens. Ook vanuit elders in het land lijkt er steeds veel interesse te zijn in dit project. Tot nu toe werden er – voor zover ik begreep – geen partners uit bijvoorbeeld de private sector betrokken, om te kijken of de rol van zo’n proeftuin na het lopende traject kan worden voortgezet. Het lijkt mij dat zoiets de relevantie van het ingezette traject op de lange duur zou kunnen vergroten. En met de huidige interesse van private partijen om “iets te doen” met lokale, smakelijke voeding ook niet uit de lucht gegrepen.

Zorglandbouw project Klarenbeek

Wim Schoonhoven van zorginstelling Cordaan verwelkomde ons op aankomend stadslandgoed Klarenbeek, ten zuiden van Amsterdam. Als locatie op de aanvliegroute naar Schiphol komt er hier elke drie-en-een-halve minuut een vliegtuig over, wat praten vrijwel onmogelijk maakte. (Dan heeft de Noord-Veluwe niets te klagen, zelf niet als Lelystad Airport straks meer over onze huizen heen gaat vervoeren.) In mini gesprekjes konden wij toch heel wat horen van de immense klus die Cordaan zich op de hals haalde met het opknappen en in gebruik nemen van deze vervallen maar toch monumentale boerderij en omliggende veengrond. Het is te hopen dat de instelling de opgedane expertise ook op andere locaties kan gebruiken. Eén andere zorglandbouw locatie is al in de maak.

Goede vraag van Groen en de Stad stagiaire of de producten uit de moestuin ook binnen de eigen instelling gebruikt gaan worden. Zou theoretisch wel kunnen, als er op de boerderij faciliteiten waren om de groenten te wassen en snijden en in de juiste hoeveelheden en hygiënisch vervoerd naar de keukens van Cordaan vervoerd zou kunnen worden. Vooralsnog lijkt dat een schier onmogelijke klus. En zo blijkt een opmerking van Jan Willem van der Schans tijdens Foodprint maar weer al te waar; dat alles lokaal in eigen hand houden zelden een rendabele en echt duurzame manier van werken is. Lokale samenwerking, daarin liggen de mogelijkheden.

Boerderij educatie op Polderzicht

De al donker wordende dag werd afgesloten met een gesprek op melkveehouderij en bezoekboerderij Polderzicht bij Ouderkerk aan de Amstel. Negentig melkkoeien grazen alle dagen buiten op het veen. Machinale landbouw is geen optie op het veen dat weinig gewicht kan dragen. Naast melkkoeien lopen er ook geregeld kinderen over het bedrijf in het kader van boerderijeducatie. Iets dat je volgens ondernemers Annemiek en Gerard Korrel alleen doet wanneer je het leuk vindt. Het brengt – en dat gaf ook Tineke van den Berg ’s ochtends al aan – weinig tot geen geld op en kort vooral tijd en aanpassingsvermogen van de boer en zijn/haar bedrijf. Ook vormt de ligging van hun bedrijf op veenweide gebied met zich mee dat er geen gevaar is van de grond gejaagd te worden door de uitbreidende stad. Men wil dit gebied behouden en daarvoor is de boer nodig.

Voor mij was verrassend te horen dat de familie Korrel goed rond kan komen met de buitengrazers, zonder extra inkomsten uit nevenactiviteiten. Ik krijg vaak dat indruk dat alleen EKO boeren of zeer grootschalige, intensieve veehouders hun inkomsten puur uit de voedselproductie haalden. Wanneer de familie wel extra inkomsten nodig zou hebben gehad, zou een baan in de nabij gelegen stad meer voor de hand hebben gelegen. Dit is misschien ook een reden waarom er in de omgeving nauwelijks vergelijkbare activiteiten worden aangeboden op de boerderijen.

Interessante situatie: de vraag naar boerderijactiviteiten (educatie, toerisme, …) is rondom de stad juist groot en groeiende, maar voor de boeren die daar hun bedrijf hebben levert een baan in de stad meer op. Betekent dat dat stadsboeren die wél aan die vraag willen voldoen misschien per definitie een categorie boeren is dat daar ook het hart heeft liggen: in de wisselwerking tussen stad en land, consument en producent.

>> Foto’s van de excursie op Flickr

De kracht van sociale netwerken

Het Actiecomité

Beste Dorine, je naam heb ik doorgekregen van de directrice van de Noorderhoeve in Castricum. Ik zal me even voorstellen: ik heet Suzanne Kooij, ik woon in Amsterdam West en ik coördineer een reddingsactie voor zorgboerderij De Boterbloem in Amsterdam-Osdorp.

Zo begon het emailtje dat ik 31 Januari ontving van Suzanne Kooij, lid van het kersverse Actiecomité dat zich in wilde zetten voor het behoud van ecologische zorgboerderij De Boterbloem in de Lutkemeerpolder bij Amsterdam. Hannelore Speelman, die Suzanne naar mij had doorverwezen, is niet alleen directrice van de Noorderhoeve, maak ook bestuurslid van Stichting Omslag, en van daaruit een van de eerste leden van de Community of Practice Farming for Health, een netwerk rondom landbouw en zorg waar ook ik lid van ben. Hannelore was net als de andere Nederlandse leden van dat netwerk kort daarvoor door mij gemaild om de aandacht te vestigen op een praktische vraag die een van de leden had gesteld op een online forum rondom plattelandszaken. Van verschillende kanten kwamen reacties en de vraagsteller was snel geholpen. 

Toen Suzanne een tijdje later bij de Noorderhoeve aanklopte voor advies voor de reddingsactie verwees Hannelore haar vervolgens door, met de suggestie om wellicht op datzelfde forum een verzoek om hulp te plaatsen. Ik wisselde wat emails met Suzanne, onder andere met de suggestie een gratis WordPress blog te starten (http://reddeboterbloem.wordpress.com was nog vrij) en zo niet alleen bekendheid onder een breed publiek te krijgen, maar ook de mensen die de actie steunen steeds van informatie te blijven voorzien.

Het Resultaat

Inmiddels zijn er vijf maanden verstreken, werd er door het comité breed en soms keihard actie gevoerd en werden er via internet en ‘in het eggie’ vele duizenden handtekeningen verzameld. Een weblog Red de Boterbloem als continue informatiebron met al het laatste nieuws, goed en slecht. En afgelopen week viel dan eindelijk op het weblog te lezen dat de stadsdeelraad Osdorp heeft besloten de gebruiksovereenkomst met De Boterbloem te verlengen met nog eens twee jaar. “De Boterbloem is gered!“, kwam er via Twitter binnen, en de media zette het behaalde resultaat  nog eens mooi in het zonnetje.

De Herkenning

Hoewel een hele andere situatie en manier van werken, doet het succes van De Boterbloem me weer even denken aan het verhaal dat Hannelore Speelman (ja, alweer!) van De Noorderhoeve me eind vorig jaar vertelde. Zie filmpje. Hannelore verhaalde van de internationale steun die de Noorderhoeve had ontvangen toen de gemeente Bergen 7 hectare van hun grond in beslag wilde nemen voor woningbouw. Enkel een mailtje naar de verschillende contacten uit het zorglandbouw netwerk was voldoende om een stortvloed aan bezwaarschriften richting de gemeente te sturen, Henrik Grawert-Lundzelfs een brief van het Ministerie van Sociale Zaken van Zwitserland.

Basis voor die steun, zo is te horen in het gesprek, is de interesse die de mensen in het netwerk hadden om elkaars verhaal aan te horen, en de tijd die men nam om zich in elkaars verhaal ook te herkennen en verplaatsen.

En de gemeente Bergen? Die wijzigde de plannen. De Noorderhoeve kreeg er op de koop toe ook nog eens een sterkere band door met de andere bewoners uit het gebied.

Het Netwerken

Terug naar De Boterbloem. Vanavond ontving ik opnieuw een berichtje van Suzanne:

Hoi Dorine, bedankt voor je goede tips die je me gaf toen ik net de reddingsactie had gestart! Een blog van WordPress was echt een gouden greep. We hebben er ontzettend veel profijt van gehad. Veel dank ook voor het meeleven en meedenken de afgelopen maanden. Het is erg fijn om gesteund te worden met nuttig advies als je als leek zo’n reddingsactie start. Veel groeten, Suzanne

netwerkHoewel het natuurlijk fijn is te zien dat iets wat je hebt gezegd of gedaan een ander ook echt verder heeft geholpen (wie vindt dat nou niet?), is het verhaal van De Boterbloem wat mij betreft ook een heel mooi voorbeeld van de kracht van netwerken. Van elkaar opzoeken en om hulp vragen. Elkaar steunen en degenen die jouw steunen informeren en bedanken. Van je teleurstellingen en successen met anderen delen.

Dit kan via internet tools zoals online petities, weblogs en Twitter, via email, brieven of telefoontjes of combinaties van dat alles. Als je – in wat voor vorm dan ook – maar de tijd neemt om dat contact met anderen te zoeken en inhoud te geven. Dan bouw je niet alleen een netwerk op, maar vooral een netwerk waarop je kunt bouwen.