Kinderopvang als een klusje ‘erbij’

De Taskforce Multifunctionele Landbouw wijst op een uitzending van Omroep Zeeland over agrarische kinderopvang. Titel van de korte reportage “Boer klust bij met eigen kinderopvang“.

Kinderopvang op het agrarisch bedrijf kan veel meerwaarde bieden voor de ontwikkeling van het kind, als je het vergelijkt met reguliere opvang. Wel heel jammer dat het zo vaak wordt aangekondigd als ‘bijklussen’ en ‘financiële risicospreiding’ voor het boerenechtpaar.

Kinderen zijn geen klusje voor erbij, ze verdienen de volledige aandacht en gediplomeerde begeleiding. Enkel boer(inn)en die een pedagogische visie hebben gevormd over de bijdrage die hun erf en boerenbedrijf kan leveren aan de ontwikkeling van kinderen, kunnen die potentiële meerwaarde van agrarische kinderopvang echt gaan realiseren.

Advertenties

Multifunctionele media voor multifunctionele ondernemers

Een paar weken terug werd ik geïnterviewd over kansen van sociale media voor multifunctionele ondernemers. Voor een artikel in de online nieuwsbrief van de Taskforce Multifunctionele Landbouw (TMFL), die eind juni uitkwam. Ik herken me zelf niet helemaal in alle uitspraken, maar wel in de kern: veel kansen voor multifunctionele ondernemers via sociale media! Juist het werken in meerdere sectoren (dus in meerdere netwerken), het tonen van de verschillende gezichten van je bedrijf, het contact houden met de maatschappij en laten zien wat er op je bedrijf gaande is, zijn allemaal dingen die door sociale media extra ondersteund kunnen worden. Leuke bij multifunctionele bedrijven is dat je online ook écht wat kunt vertellen of laten zien: er gebeurt doorgaans veel op je erf. En dit zichtbaar maken vergroot vervolgens weer de betrokkenheid van burgers / consumenten bij je onderneming. Klanten worden ambassadeurs, de foto van je streekwinkel die je op Facebook plaatst, delen ze met hun kennissen. Laat je weten dat je nog ideeën zoekt voor de eerstvolgende streekmarkt, geheid dat er mensen reageren.

Samen blijven leren

Een week na het interviewtje, bezocht ik met ETC collega Inge de TMFL in Zegveld, waar we spraken met Arjan Monteny. In het gesprek borduurden we voort op de uitkomsten van 4 winteravondworkshops rondom sociale media, die de Taskforce ons afgelopen winter vroeg te organiseren. Ook als team ziet de TMFL de waarde van sociale media. Hopelijk lukt het om de komende maanden de multifunctionele ondernemers  nog een extra aanmoediging te geven. Onder andere via een concrete pilot m.b.t. regionaal leren via sociale media. Na het afbouwen van de Taskforce zou het geweldig zijn als er een sterk netwerk van ondernemers blijft bestaan, dat sociale media weet te benutten om samen verder te leren en innoveren!

Workshops en leertrajecten

Het artikel uit de TMFL nieuwsbrief is hier te lezen. Per ongeluk is men vergeten te vermelden dat we vanuit het Netwerk Platteland verschillende soorten introducties, interactieve workshops en langere (deels online) leertrajecten aanbieden, rondom het thema sociale media en platteland. Heb je interesse, neem dan gerust contact op via info@netwerkplatteland.nl of laat een berichtje achter op dit blog, via Twitter, LinkedIn etcetera.

Minicursus sociale media & platteland

Samen schrijven

  1. Bekijk dit filmpje over Google Docs: http://dotsub.com/view/17eaa9f0-787b-4fd8-b1c7-f8d61db2e310 en het filmpje over wiki’s: http://dotsub.com/view/77366331-a04d-48f0-8cab-cb5e278c4033.
  2. Een wiki is een website waarop gebruikers samen kunnen werken aan een document of een website. Zij kunnen eenvoudig zinnen of pagina’s toevoegen, bewerken en verwijderen. Wikipedia, de online open-community encyclopedie, is de grootste en bekendste wiki van het web. Google Docs is een vergelijkbare tool, voor het online, zelfs gelijktijdig, samen schrijven in één document. Wat maakt het gebruik van dit soort tools zo aantrekkelijk?
    • Iedereen (geregistreerd of ongeregistreerd – dat laatste indien dat gewenst is) kan content toevoegen, wijzigen of verwijderen.
    • De software houdt automatisch het versiebeheer bij en je ziet in één oogopslag wat er veranderd is en door wie.
    • Oude versies van een pagina of document, kunnen altijd worden opgehaald en hersteld.
    • Gebruikers hoeven geen kennis te hebben van HTML om aan de tekst te werken. Een eenvoudige tekstverwerker zorgt voor de juiste opmaak en structuur.
      (Bron: 23dingen.nl)
  3. Open het lege Google document dat voor deze workshop is aangemaakt. Bespreek met degene  die naast je zit(ten) aan wat voor tekst je zou willen schrijven om te oefenen met Google Docs. Beschrijf bijvoorbeeld een anecdote die de kracht van de Leader-aanpak toont of schrijf samen een ideeenlijstje voor toepassingen van sociale media binnen je werk. Probeer daarbij beiden vanaf je eigen computer te werken, maar wel aan een gezamenlijke tekst.

Weblogs en RSS

  1. Bekijk eens dit filmpje over weblogs:
    http://dotsub.com/view/dc75c2e2-ef81-4851-8353-a877aac9fe3c
  2. Bekijk de weblogs van een of meer van de volgende personen / groepen en laat bijvoorbeeld een reactie achter wanneer je een interessant bericht leest.
    – Netwerk Platteland

    – Rurale Sociologie Groep

    Foodlog
    Limes Nederland
    Krijn Poppe
    Innovatie Netwerk
  3. Op de weblogs van bijvoorbeeld Netwerk Platteland en de Rurale Sociologie Groep zijn voorbeelden van tag clouds te zien. Elke individuele blog post (een bericht) krijgt een trefwoord mee, een tag. De tag cloud geeft de groep veel voorkomende tags weer, waarbij de meest gebruikte tags groter worden weergegeven dan de andere tags. De tags zijn aanklikbaar, waarna een lijst verschijnt van alle blog berichten met deze tag.
  4. Nieuwe blogs kun je onder andere vinden via de hiervoor bedoelde Google Blog Search. Als je wilt, zoek eens een blog rondom een onderwerp dat je interesseert of de regio / plaats waar je woont.
  5. Reflectie: Welke berichten spreken je aan? Wat voor berichten zou je graag lezen op een weblog en waarom? Wat zou het schrijven van zulke berichten jou zelf kunnen opleveren?
  6. Als je wilt kun je zelf binnen enkele minuten een gratis weblog aanmaken, via www.wordpress.com. Thuis kun je als je wilt er mee verder aan de slag. Je kunt ook doorgaan met de volgende oefening, om te leren hoe je meerdere blogs makkelijk kunt volgen:
  7. Elk weblog, maar ook veel andere web2.0 tools geven een signaal af wanneer er een nieuw brokje informatie wordt gepubliceerd. Via een RSS reader, zoals Google Reader, kun je je abonneren op die signalen. Zo hoef je niet steeds bij verschillende weblogs langs om te kijken of er iets nieuws is gepubliceerd. Nieuwe berichten verschijnen automatisch in je reader. Je kunt je ook abonneren op een YouTube kanaal of bijvoorbeeld op een zoekopdracht. Steeds wanneer Google nieuwe zoekresultaten vindt, krijg je via je reader een seintje. Bekijk eens dit filmpje over RSS: http://dotsub.com/view/69aa48a4-a95f-4bc8-a511-bb0a1ee95e12
  8. Bekijk Google Reader (vraag evt de workshopleider om in te loggen op een bestaande account) en blader door de berichten in verschillende mapjes.
  9. Reflectie: Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken?
  10. Laat eventueel wat van je bevindingen achter in dit Google document dat we voor deze workshop aanmaakten.

Twitter

Twitter is smsʼjes sturen in de ether. Berichtjes van 140 tekens lang. Het wordt ook wel microbloggen genoemd. Iedereen die het wil kan afstemmen op jou ʻtweetsʼ (de berichtjes die je schrijft). In principe zijn alle tweets openbaar. Zo kun je allerlei contacten op je radar houden, en anderen van je eigen wel en wee op de hoogte houden.

Twitter account aanmaken

  1. Surf naar Twitter http://twitter.com en klik op ʻsign upʼ.
  2. Vul de verplichte gegevens in, zoals je naam, gewenste Twitter naam en je (zelf gekozen) wachtwoord. (Zie de Tips hieronder.)
    Onthoud username en password goed.
  3. Wanneer je alle gegevens hebt ingevuld, druk je op Create my account. Hiermee wordt je nieuwe Twitter account aangemaakt.
  4. Ter beveiliging tegen spammers wordt er een plaatje met twee woorden getoond. Type deze over en druk op Finish. De stappen die Twitter vervolgens voorstelt, zoals een uitleg over hoe je vrienden kan toevoegen, slaan we nu even over.
  5. Je krijgt nu een email ter controle toegestuurd op het adres dat je hebt doorgegeven. Ga naar je email en klik op de bevestigingslink in de mail. Gefeliciteerd, je Twitter account is aangemaakt, en klaar voor gebruik!

Tips

  • Om de account te kunnen bevestigen straks, heb je toegang tot het ingevulde emailadres nodig.
  • Kies een niet te lange, duidelijke twitter naam. Een korte Twitternaam scheelt tekens in elke Tweet die verstuurt wordt met jouw naam erin. Omdat veel namen al ʻbezetʼ zijn, is het soms even zoeken.
  • Je twitternaam kun je achteraf aanpassen. Wat je voor nu kiest is dus niet zo belangrijk.
  • Het invullen van je ʻbioʼ, (dat is meer informatie over jezelf) en uploaden van een foto / afbeelding is heel belangrijk. Het zorgt dat je herkenbaar en vindbaar bent, en dat mensen je eerder gaan volgen. Het is beter dit achteraf, rustig in te vullen, maar vergeet het niet!

Twitteren!

  1. Ga naar je eigen Twitter pagina (via ʻsign inʼ)
  2. Zet je cursor in het vakje “Whatʼs happening” en type je eerste twitterbericht. Vergeet niet de hashtag #guusnet in het bericht te typen. (Zie het Twitterwoordenboekje hieronder.) Druk op de knop “Tweet”.
  3. Je tweet verschijnt in je eigen ʻtimelineʼ. Klik nu op de hashtag #guusnet. Dit heeft hetzelfde resultaat als een zoekopdracht uitvoeren op de hashtag #guusnet.
  4. Bekijk de andere twitteraars die twitteren met #guusnet, en ga hen volgen
  5. Stuur een antwoord naar een van de anderen, door je tweet te beginnen met @ en dan (eraan vast!) de twitternaam van deze persoon. Gebruik opnieuw #guusnet.
  6. Stuur eens een ʻdirect messageʼ naar iemand (bijvoorbeeld uit deze groep) die jou is gaan volgen.
  7. Wie zou je willen volgen op Twitter? Kijk eens op de twitterpagina van bv @guusnet bij ʻfollowingʼ of ʻfollowersʼ en abonneer je op mensen die je interessant lijken.
  8. Alvast wat mensen en groepen uitgelicht hieronder:
    Enkele netwerken en groepen:
    @vitaaloldambt
    (Netwerk Vitaal Oldambt), @kempengoed (Streekhuis Kempengoed), @woordvoerderVLM (Vlaamse Landmaatschappij), @ruralnetwork (Ierse Rural Network, @cmoflevoland (CMO Flevoland) @dbgajk (Gelders AJK), @zajkzeeland (Zeeuws AJK)
    Enkele personen actief binnen Netwerk Platteland:
    @mkoot
    (ETC), @rjanmaat (De Lynx),  @allepostmus (VKKL)
    Enkele mensen bij de overheid:
    @dididorrestijn
    (wethouder), @henkaalderink (burgemeester), @jvaaken (ambtenaar), @janabeekman, @waterviolier, @BJMvanEssen, (provincie) @HarryKeereweer (gedeputeerde)
  9. Je kunt op Twitter Search bepaalde steekwoorden zoeken en volgen, zodat je een gevoel krijgt wat er over bepaalde themaʼs gezegd wordt. Een snelle manier om de publieke opinie in beeld te krijgen. Kijk bijvoorbeeld eens wat ʻkrimpʼ oplevert of bijvoorbeeld ‘Westerkwartier’.
  10. Om makkelijker overzicht te houden, of voor je twitter op je mobiel, zijn er programmaatjes als Tweetdeck of Hootsuite.
  11. Laat eventueel wat van je bevindingen achter in dit Google document dat we voor deze workshop aanmaakten.

LinkedIn

  1. Bekijk de korte video intro over social networking: http://dotsub.com/view/3d2a8e25-fca0-465d-83e0-3c2ceca3e6a9.
  2. Ga naar www.LinkedIn.com en meld je aan, aan de rechterkant van het scherm. Voor deze oefening kun je beginnen met heel beknopt de minimale gegevens in te vullen. Als je later meer wilt invullen kan dat.
  3. LinkedIn zal je vragen of ze vast een begin moet maken met het in kaart brengen van je netwerk. Hiervoor kun je bijvoorbeeld toegang geven tot je email adressen bestand. Mensen die een LinkedIn account hebben kun je daarmee makkelijk opsporen en aan je netwerk toevoegen. Je kunt deze stap ook overslaan en later thuis uitvoeren als je wilt.
  4. Zoek in LinkedIn (rechtstreeks via www.linkedin.com of via www.google.com) eens personen die je kent, bijvoorbeeld mensen die vandaag aanwezig zijn. Voeg ze toe als contactpersoon, (rechtsbovenaan > Add this person).
  5. Bekijk eens het netwerk van de door jou toegevoegde  contacten. Zijn er nieuwe namen bij die misschien interessant voor je zijn? Als je doorklikt op een van die mensen, bekijk eens welke andere wederzijdse bekenden jullie wellicht hebben. Dit zie je snel in de rechterkolom, even naar beneden scrollen. Soms levert dit interessante inzichten in je eigen netwerk op, en aanknopingspunten voor als je je netwerk wilt uitbreiden.
  6. Bekijk eens de groep Netwerk Platteland / GUUS of zoek een groep via Search rechts bovenaan in LinkedIn.
  7. Is de groep open of gesloten voor buitenstaanders? Kun je je ervoor aanmelden? Welke omschrijving trekt je aan om lid te worden en welke niet? Wie zijn er lid en ken je die leden?
  8. Blader door de leden en de eventuele discussies die worden gevoerd (voor zover toegankelijk, als je nog geen lid bent van de groep) en laat bijvoorbeeld een bijdrage achter bij een discussie. Zou dit voor jou werken? Om te discussiëren en/of contact te houden met mensen?

Klasseboeren – Flickr & YouTube oefening

Flickr

  1. Flickr is een website om foto’s op te slaan en met anderen te delen. Bekijk Flickr en gebruik de zoekfunctie om naar foto’s te zoeken. Bijvoorbeeld naar Brabant, boerderijeducatie of platteland.
  2. In veel sociale media wordt gewerkt met een soort ‘labels’ die je kunt meegegeven aan de informatie die je publiceert. Die labels noem je tags. Ook foto’s in Flickr hebben tags. Een foto over je boerderij kun je bijvoorbeeld taggen met ‘boerderij’, ‘platteland’ en ‘brabant’. Via tags kun je nog wat preciezer door je eigen foto’s of door die van anderen zoeken.
  3. Via de geavanceerde zoekfunctie van Flickr kun je je zoekactie richten op een specifieke tag. Je kunt ook bij een geopende foto in de rechterkolom kijken welke tags de foto heeft meegekregen. Door op de tag te klikken vind je meer foto’s.
  4. (Foto’s die gedeeld zijn via Creative Commons licentie kun je onder bepaalde voorwaarden gratis gebruiken. Ik heb mijn Flickr account zo ingesteld dat al mijn foto’s automatisch via de Creative Commons licentie worden gedeeld.)
  5. De tags kun je ook gebruiken om een “kanaal” te creëren waarmee je binnen een bepaalde groep foto’s deelt. Bijvoorbeeld door je eigen foto’s de tag klasseboeren mee te geven. Als klasseboer kun je steeds deze tag in de gaten houden en zo zien welke foto’s door of over klasseboeren worden gedeeld.
  6. Je kunt je ook abonneren op dit kanaal, via bijvoorbeeld Google Reader. (Laat het weten als je hier meer informatie over wilt.)
  7. Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken? Documenteer je bevindingen in ons gezamenlijke Google document (voor iedereen toegankelijk).

YouTube

  1. YouTube is een website om filmpjes op te slaan en te delen met anderen. De filmpjes kun je op YouTube zelf bekijken, maar ze kunnen ook heel makkelijk worden getoond op een andere website, of bijvoorbeeld in een weblog. Bekijk YouTube en zoek eens wat filmpjes die je interessant vindt.
  2. Als je een leuk filmpje vindt, probeer dan eens een reactie achter te laten. Als er al reacties staan, blader er eens doorheen. Wat vind je ervan?
  3. Bekijk welke informatie en opties je bij verschillende filmpjes ziet. Wie heeft het filmpje gemaakt? Wat schrijft hij/zij erover? Hoe kun je het filmpje delen met anderen? Hoe kun je verder zoeken naar meer filmpjes?
  4. Het is mogelijk om je te abonneren op bepaalde filmpjes (in YouTube zelf of – wederom – via iets als Google Reader) of om de link van een filmpje voor jezelf op te slaan zodat je hem later makkelijk terug kan vinden.
  5. YouTube draagt ook suggesties aan van filmpjes die gerelateerd zijn aan het filmpje dat je hebt uitgezocht. Zitten er interessante suggesties bij? (Als je wilt, kun je eens verder klikken.)
  6. Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken? Documenteer je bevindingen in ons gezamenlijke Google document (voor iedereen toegankelijk).

 

Klasseboeren – Weblog oefening

Wat is een weblog (Wikipedia)

  1. Bekijk de weblogs van een of meer van de volgende personen / groepen en laat bijvoorbeeld een reactie achter wanneer je een interessant bericht leest.
    – Clara van Ravenhorst (‘multicultifunctieboerin’)
    – Joyce Visser (kampeerboerin)
    – Josien Kapma
    (melkveehouder en web2.0 specialist)
    – Mirjam Buil
    (melkveehouder)
    – Antje Kingma
    (recreatieboerderij)
    – Foodlog (over ons voedsel)
    – Netwerk Platteland

    – Frank Verhoeven
    (Boerenverstand, Duurzaam Boer Blijven)
    – Rurale Sociologie Groep
    – Wageningen UR
  2. Nieuwe blogs kun je onder andere vinden via de hiervoor bedoelde Google Blog Search. Als je wilt, zoek eens een blog rondom een onderwerp dat je interesseert of de regio / plaats waar je woont.
  3. Welke berichten spreken je nou aan? Wat voor berichten zou je graag lezen op een weblog en waarom? Wat zou het schrijven van zulke berichten jou zelf kunnen opleveren?
  4. Als je wilt kun je zelf binnen enkele minuten een gratis weblog aanmaken, via www.wordpress.com. Vanmiddag kun je er even mee oefenen en vragen over stellen. Thuis kun je als je wilt er mee verder aan de slag. Je kunt ook doorgaan met de volgende oefening, om te leren hoe je meerdere blogs makkelijk kunt volgen:
  5. Elk weblog, maar ook veel andere web2.0 tools geven een signaal af wanneer er een nieuw brokje informatie wordt gepubliceerd. Via een RSS reader, zoals Google Reader, kun je je abonneren op die signalen. Zo hoef je niet steeds bij verschillende weblogs langs om te kijken of er iets nieuws is gepubliceerd. Nieuwe berichten verschijnen automatisch in je reader. Je kunt je ook abonneren op een YouTube kanaal of bijvoorbeeld op een zoekopdracht. Steeds wanneer Google nieuwe zoekresultaten vindt, krijg je via je reader een seintje.
  6. Bekijk Google Reader (vraag evt de workshopleider om in te loggen o een bestaande account) en blader door de berichten in verschillende mapjes.
  7. Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken? Documenteer je bevindingen in ons gezamenlijke Google document (voor iedereen toegankelijk).

Klasseboeren – Twitter oefening

Wat is Twitter (Wikipedia)

  1. Bekijk de twitterpagina van bijvoorbeeld een van de onderstaande personen:
    – @KoeWonnie
    , @denelshorst @michellepoort (boerderijeducatie)
    – @boerhoes
    , @kampeerboerin, @boerenstee (boerderijrecreatie / agrologies)
    – @hansketien
    , @HarryvanWenum, @stroesedame (bio geitenhouders)
    – @PiggyPower1
    , @petratielemans, @smarij01 (LTO)
    – @kempengoed
    (streek)
    – @landvanremus
    (groene BSO), @marjanwagenaar (speelnatuur)
    – @boerenverstand
    , @ingerameijer (Duurzaam Boer Blijven)
    – @mkoot
    , @dorineruter (Netwerk Platteland)
    – Overheid: @dididorrestijn (wethouder), @henkaalderink (burgemeester), @wimpjvandijk, @jvaaken (ambtenaar), @janabeekman, @waterviolier, @BJMvanEssen, (provincie) @HarryKeereweer (gedeputeerde)
  2. Waar schrijven ze over? Wat schrijven ze? Begrijp je de berichten? (Een klein “twitterwoordenboekje” vind je onderaan dit bericht.)
  3. Maak zelf een account aan via www.twitter.com en schrijf zelf ook eens een ‘tweet’. Voeg in je bericht de hashtag #guusnet toe. Dit is een tag die veel wordt gebruikt door mensen die zich bezighouden met plattelandsontwikkeling. Je bericht verschijnt dan automatisch in een kanaal dat zij al volgen.
  4. Bekijk eens een van de volgende “kanalen”:
    – Guusnet

    Agrologies
    Biovak
  5. Zou een kanaal #Klasseboeren nuttig zijn?
  6. Wanneer je wilt gaan twitteren is een programma als Tweetdeck of Hootsuite handig, om te zorgen dat niet alle tweets op een grote hoop komen, maar in verschillende kolommen die je zelf aanmaakt. Bijvoorbeeld een kolom met alle openbare berichten die aan jou gericht zijn of alle tweets met een bepaalde hashtag.
  7. Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken? Documenteer je bevindingen in ons gezamenlijke Google document (voor iedereen toegankelijk).

Twitterwoordenboekje:

  • Een bericht dat start met @janjansen betekent dat ze aan deze twittergebruiker “janjansen” een bericht sturen. Dit bericht is openbaar, maar door JanJansen zelf makkelijk te zien.
  • Het teken # heet in het Engels hash. Op twitter zie je veel gebruik van de combinatie met # en een woord. Dat noem je een hashtag. Een bericht met de hashtag #durftevragen creëert automatisch een link waarop je kunt klikken en waarmee je bij een overzicht terecht komt van alle berichten van de afgelopen periode die deze tag gebruiken. Een soort kanaal waarop je afstemt.
  • Je kunt een bericht van iemand anders overnemen, door het zelf opnieuw te publiceren. Dit heet retweeten. Her-twitteren dus. Hiermee kun je een boodschap die je interessant of belangrijk vindt of waar je het mee eens bent verder verspreiden en de verzender een groter publiek geven. Bij elke retweet (afkorting RT) is te zien dat jij het bericht doorstuurde, en van wie het oorspronkelijke bericht was.
  • Wanneer twee mensen elkaar over en weer volgen binnen Twitter, kunnen ze elkaar een Direct Message sturen (DM). Dit is een tweet die niet voor anderen te zien is