Jamie Oliver over Topdorpen

Vanuit het Netwerk Platteland organiseren we een reeks bijeenkomsten over krimp. Of eigenlijk over dorpen in krimpregio’s, die hun energie willen inzetten op het creëren van kansen. Topdorpen, noemde oud-minister Verburg dat eerder dit jaar, als een soort plattelandsequivalent van de stedelijke krachtwijken.

Hier vind je een blog post van enkele deelnemers aan de bijeenkomst vorige week in Zijldijk. Heb je te maken met topdorpen of juist een tobbend dorp dat de koers wil wijzigen, voel je vrij je aan te melden voor een vervolgbijeenkomst.

Jamie Oliver schreef ook eens iets over topdorpen en topsteden op het platteland. Het Italiaanse platteland welteverstaan. In het inleidende hoofdstuk van het boek Jamie’s Italië schrijft hij:

Ik ben al sinds mijn tienertijd helemaal gek van de liefde, passie en bezieling voor eten, famillie en het leven zelf die zo’n beetje alle Italianen in zich hebben, ongeacht waar ze vandaan komen of hoe rijk of arm ze zijn. En daar gaat het mij om – goed voedsel voor iedereen, hoe dan ook. Je zult Italianen maar zelden horen zeggen dat ze uit Italië komen – ze komen altijd uit Venetië, van Sicilië of uit Napels, en dat is het hele punt: hun streekbewustzijn is enorm. Maar ik heb tijdens mijn reis ook geleerd dat het begrip regionaal, als het op koken aankomt, slechts het topje van de ijsberg is. Er zijn veel meer ‘vakjes’. Eigenlijk zou je er een nieuw woord voor moeten verzinnen in de trant van ‘dorpelijk’, omdat Italiaanse dorpelingen, al dan niet terecht, denken dat ze in hun dorp een bepaald product het allerbeste maken en met de nodige minachting neerkijken op wat ze er in een ander dorp van brouwen. (…) Ze kibbelen er al jaren over waar de beste stoofschotel vandaan komt, of de beste pappardelle, olijfolie of het beste zeebanket. Als je ooit zo’n verhit debat hebt meegemaakt, weet je dat ze niet aggressief zijn – ze willen gewoon hun standpunt verdedigen! Ik vind de overtuiging dat hun eigen regionale manier van koken de allerbeste is, de trots op hun eigen producten en de passie waarmee Italianen over eten praten echt schitterend. (…)

Maar wat ik het meest in Italianen waardeer is dat ze weliswaar een paar van de beste modeontwerpers en auto’s ter wereld hebben, maar op de een of andere manier toch een uniek gevoel voor traditie  en dorpsgeest hebben weten te behouden. Ook nu kom je in heel Italië nog mensen tegen die kaas ruilen voor ingemaakte groenten, of een fles huisgestookte raketbrandstof die ze grappa noemen voor een pot even sterke mostarda di Cremona. Verder vind ik het ongelofelijk hoe ze vasthouden aan de tradities en festivals rond bepaalde producten of gerechten; happenings die wekelijks, maandelijks of jaarlijks terugkomen – massaal, op pleinen in grote steden, maar evengoed in het klein, ook in de meest dunbevolkte gebieden van Italië. Het is pas honderdvijftig jaar geleden dat de toenmalige zevenentwintig staatjes dankzij die goeie ouwe Garibaldi samengevoegd werden tot het huidige Italië. Daarom zijn er ook zulke verschillen in levensstijl. keukens, tradities en dialecten.

En verderop:

Een van de redenen waarom ik deze reis naar Italië gemaakt heb was om te leren, maar ook om te voelen waarom het land zijn ongelofelijke eetcultuur behouden heeft. Ik heb er mijn eigen idee over – ik denk dat het gedeeltelijk komt door het geweldige weer en de fantastische natuurlijke hulpbronnen om lekker eten te maken; het heeft ook te maken met tradities en familiewaarden en volgens mij op de een of andere manier ook met de katholieke kerk, want elk excuus voor een feest of samenkomst wordt aangegrepen. Maar ik denk dat de belangrijkste oorzaak is dat men gewoon geen keus heeft. Plattelandsbewoners, en dan vooral de arbeidersklasse, hebben bij lange na niet dezelfde keuzemogelijkheden als mensen in grote delen van de rest van de wereld. Ik heb zoveel jonge mensen en tieners in Italië gezoen wier ‘moderne leven van nu’ eruitziet zoals we dat in het Engeland van zeventig jaar geleden kenden – ja, ze hebben wel mobieltjes en computers, maar die worden niet beschouwd als een onderdeel van het dagelijks leven en er zijn daar ook veel minder mensen die ze hebben dan hier. Verder is de arbeidersklasse heel groot en zijn er in verhouding maar weinig rijken.

Ik denk dus dat Italië een heleboel van zijn briljante eigenschappen heeft weten te behouden omdat er gewoon weinig te kiezen is. Dat geloof ik echt. En volgens mij creëert dat een diep emotioneel leven; soms kun je door een veelheid aan keuzes de dingen die er echt toe doen uit het oog verliezen – je familie, je kinderen en je gezondheid.

Hoewel het hervinden van waarde en energie in het eigen dorp iets heel anders is dan het al dan niet noodgedwongen behouden van bepaalde eigenschappen en lokaal ingebakende energie – zit er voor mijn gevoel toch iets waardevols in dit stukje kookboek-literatuur. Goed, wanneer de couleur locale van de groeiende dorpen ooit werd opgeofferd aan de verstedelijking, is die mogelijk niet zo snel terug te vinden, en wellicht voorgoed verloren. Dan is het zaak gezamenlijk met oude en nieuwe inwoners opzoek gaan naar een nieuwe kleur die past en waarvoor men zijn energie wil inzetten. “Authentiek” gaat er dan niet om zaken terug te brengen naar hoe-alles-vroeger-was. Het gaat om een “echt” dat vanuit de mensen zelf komt.

3 gedachtes over “Jamie Oliver over Topdorpen

  1. Leuk dat je de link legt met een kookboek en italiaanse eetstijl en topdorpen in Nederland. Als ik dit zo lees denk ik dat we zeker iets kunnen leren van de italianen. Het streekbewustzijn is hierbij een sleutelwoord. Dit begint in Nederland ook steeds meer te groeien. Wat is de eigenheid van het gebied, trots zijn op je gebied als bewoner en met elkaar kijken naar wat je hebt te bieden voor elkaar en voor bezoekers van het gebied. Deze dorpstrost ophangen aan eten, lijkt mij persoonlijk (als kookliefhebber) erg leuk. Niet alleen om streekgerechten uit te wisselen, maar ook als integratiemiddel tussen nieuwe en oude bewoners. Gezamelijke dorpseetbijeenkomsten, een dorpskookboek, (zie ook kookboek voor de wijk Lombok in Utrecht) kookwedstrijden tussen dorpen?

  2. Wat ik leuk vind is de link die je legt met ‘vieren’. Elke gelegenheid aangrijpen om iets te vieren. Toen wij hier in Nieuwerbrug (1700 inw) kwamen wonen werden we al na een week uitgenodigd voor een 40 jarige huwelijksfeest. We kenden de mensen nog niet eens. We gingen, in de veronderstelling dat het een borrel was. Maar na de borrel kwam de soep en het eindigde met de koffie om 24 uur. Wat een verrassing en wat een prettige kennismaking. Een paar weken later volgde een uitnodiging voor een verjaardag van een buurman, een gezamenlijke wandeling ter nagedachtenis van een overleden buurvrouw, even later nog een huwelijksfeest, en wanneer we zin hadden waren we ook welkom in de kerk. Meedoen mag, hoeft niet. Wat een mooie manier om opgenomen te worden in een gemeenschap.
    Dus… vieren, laten we vooral kijken naar wat er in een gemeenschap valt te vieren (ook overlijden kun je vieren). Dan komt dat eten ook vanzelf, want vieren gaat altijd gepaard met eten en drinken.

  3. Dank voor het delen van je verhaal, Cora. Mooi!

    Ook bedankt voor jouw reactie, Marieke. Wat je in het voorbeeld ziet is dat de Italiaanse dorpstrots tot uiting wordt gebracht in een eetcultuur. Wat ik me afvraag is of eten al onderdeel van de cultuur moet zijn, wil het een ‘communicatiemiddel’ worden voor het uiten van dorpstrots of identiteit? Wellicht is eten een kip en een ei: onderdeel van de identiteit én een manier om die identiteit te laten zien. De kip en ei vergelijking om de vraag ‘welke komt eerst’ te benoemen. Kun je door het actief inzetten op een eetcultuur een identiteitsgevoel creëren? En houdt dat gevoel van identiteit dan ook nog samen met dat eten?

    Ook andere vormen om identiteit te definiëren zijn er in Nederland. Een deelnemer aan de bovengenoemde bijeenkomst in Zijldijk schreef me per email: “Ik heb je laatste weblog-bericht gelezen en zag ook een aantal raakvlakken met Limburg. Die gezonde rivaliteit (die voortkomt uit identiteit) uit zich onder andere in carnaval, schutterijen en de lokale dialecten. Dit laatste gaat soms zo ver dat elk dorp zijn eigen uitspraak kent, al dan niet vastgelegd in een woordenboekje. De verschillen tussen twee buurdorpen zijn soms zelf voor een niet-limburger zoals ik, hoorbaar.”

    Dus: Hoe vind je in een dorp ingangen / startpunten voor ontwikkeling van identiteit en het communiceren hiervan? Hoe hangen identiteit en de uiting ervan met elkaar samen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s