Studiedag ‘Dorpsplannen in uitvoering’

Gastschrijver aan het woord!

Nijkerk, 14 mei 2009

De Schakel, NijkerkWe zijn vandaag aanwezig in de Schakel (Nijkerk) op de studiedag ‘Dorpsplannen in uitvoering‘ van cursusorganisatie Facta. ‘We’ zijn mijn collega Henk van Paassen, indertijd mijn afstudeerbegeleider en deze week nog uitgeroepen tot ‘Landschapsknokker 2009‘, en Michiel Noordzij. Beiden zijn we werkzaam bij Amer, ruimtelijke ontwikkeling in Amersfoort, als planoloog landelijk gebied. Facta heeft ons gevraagd de inleiding van de studiedag te verzorgen, als experts op het gebied van dorpsplannen, of leefbaarheidsplannen zoals wij ze bij Amer noemen.  

Subsidie en zelfwerkzaamheid

Even lijkt het erop dat een aantal deelnemers verstek laat gaan, maar uiteindelijk kunnen we rond 10:15 uur toch van start gaan met een bijna voltallige club van circa 50 deelnemers en 10 sprekers. Prof. Dr. Strijker, hoogleraar Plattelandsontwikkeling aan de Rijksuniversiteit Groningen, treedt op als voorzitter van de dag en na zijn korte welkom zijn Henk en ik aan de beurt.

Henk vertelt over dorpsplannen, over essentiele elementen zoals de burgerparticipatie door middel van een bottom-up proces en eventueel een top-down proces. Daarna komt de uitvoering van het dorpsplan, wat niet altijd een gemakkelijke opgave is. Hij vertelt over mogelijke subsidies zoals het Investeringsbudget Landelijk Gebied en LEADER+, waarmee respectievelijk het Rijk en de EU gelden toen toekomen aan het opstellen en uitvoeren van dorpsplannen. Maar subsidie alleen is niet genoeg. De gemeente dient mee te betalen aan de uitvoering, maar ook zelfwerkzaamheid van burgers speelt een grote rol bij het realiseren van de projecten uit het dorpsplan.  

Dorpsplan als bouwsteen voor structuurvisie

Na Henk ben ikzelf aan de beurt. Ik ben vorig jaar afgestudeerd van mijn studie Ruimtelijke Ordening & Planologie aan de Hogeschool Utrecht en heb mijn scriptie geschreven over Leefbaarheidsplannen en kleine kernen. Dat onderzoek was gericht op adviesbureaus en daarom lijken de conclusies in eerste instantie minder relevant voor mijn toehoorders, wat grotendeels ambtenaren van provincies en gemeenten zijn. Ten behoeve van het onderzoek heb ik echter circa 40 dorpsplannen in 9 provincies geevalueerd en daar zijn toch enkele punten uit naar voren gekomen die wel relevant kunnen zijn op deze dag.
De benaming van het plan (Dorpsplan, Leefbaarheidplan, Dorpsvisie, iDOP) geeft aan met wat voor soort plan we te maken hebben. Is het een plan wat alleen ruimtelijke thema’s behandeld, of ook sociale en economische of misschien integraal? Is het een onderzoeksplan naar de wensen van de burgers, of een uitvoeringsplan, of een combinatie van beiden? Ik vertel over nieuwe kansen die zijn ontstaan met de (inmiddels niet meer zo nieuwe) Wet ruimtelijke ordening. Gemeenten zijn nu verplicht structuurvisies op te stellen voor hun grondgebied, maar dat hoeft niet een groot plan te zijn. Het mogen ook kleine plannen voor dorpen zijn en dit is waar het opstellen van een dorpsplan een goede bouwsteen is voor het opstellen van een structuurvisie. 

Wensenlijst

DSC00328Na onze presentatie neemt Marc Jense het van ons over. Marc is wijkmanager bij de gemeente Heerenveen en vertelt hoe belangrijk de communicatie tussen burger en gemeente is. Het is belangrijk dat men weet wat men van elkaar kan verwachten. Veel gemeenten zijn bang voor het opstellen van een dorpsplan. ‘Straks hebben we een lijst met wensen van de bewoners en kunnen we niet meer sturen’. Toch is in de praktijk gebleken dat dit helemaal niet zo is. Eén van de dorpsplannen van de gemeente Heerenveen kent 450 actiepunten, waarvan maar een klein deel voor de gemeente zelf is. Een groot deel betreft punten die de burgers zelfs kunnen uitvoeren. 

DorpsplanPlus

Rob Engbers, wethouder in de gemeente Dinkelland (Overijssel) vertelt vervolgens over de totstandkoming van een leefbaar en uitvoerbaar dorpsplan in de praktijk. Zijn gemeente heeft Deurningen, een dorp met 1.950 inwoners, ondersteund bij het opstellen van een DorpsplanPlus, op initiatief van de kern(raad). Het Dorpsplanplus is een dorpsplan inclusief de sociale en economische aspecten, dat wordt gesubsidieerd door provincie en gemeente en ondersteund door het consortium Dorpsplanplus, in samenwerking met de kernraad en alle inwoners van (in dit geval) Deurningen. Het consortium bestaat onder andere uit de vereniging kleine kernen Overijssel, Landschap Overijssel en de cultureel maatschappelijke organisatie Variya. Het plan voor Deurningen is het eerste Dorpsplanplus binnen de provincie Overijssel.  

Aandacht voor sociale en economische aspecten

Er vindt vervolgens een panelgesprek plaats, waarin Rob Engers plaatsneemt naast William Prinsen, consulent plattelandsontwikkeling bij de Brede Overleggroep Kleine Dorpen Drenthe (BOKD). Onderwerp van het gesprek is of er wel voldoende aandacht is voor sociale en economische aspecten in dorpsplannen. De respons en vragen vanuit de zaal is groot en mensen beantwoorden elkaars vragen vanuit ervaringen binnen de eigen gemeente of organisatie. 

De rol van jongeren

Als laatste spreker treedt Frank van Driessche op. Frank is wethouder Werk en Inkomen, Onderwijs en WMO en tevens Projectwethouder gebiedsontwikkeling Perkpolder in de gemeente Hulst (Zeeland). Zijn presentatie gaat over de rol van jongeren bij de ontwikkeling en uitvoering van dorpsplannen. Het is moeilijk om jongeren te betrekken, is er eerder op de dag gezegd, omdat er geconcurreerd moet worden met programma’s op tv en de hobby’s van jongeren. Frank vertelt hoe dat in zijn gemeente gaat. Daar is in 2005 door de dorpsraad Lamswaarde een zogenaamd droomproject georganiseerd. Jongeren mogen als het waren hun wensen ‘dromen’. Daarnaast voeren kinderen een leefbaarheidsonderzoek uit en wordt er een junior dorpsraad ingesteld. Toch geeft ook Frank aan dat het lastig is de jeugd structureel betrokken te houden. 

In het panelgesprek wat de afsluiting van de dag vormt gaat men hier verder op in. In Noord-Holland zijn ervaring dat het gebruik van de verplichte maatschappelijke stages bij kunnen dragen aan het opstellen en uitvoeren van een dorpsplan. Jeroen Weyers en Ibolyka Cicilia, adviseurs van K2 – Brabants Kenniscentrum Jeugd beamen dat zij hun ingang bij de gemeente via de school vinden. Kinderen weten feilloos aan te wijzen waar je wel veilig kunt spelen en waar niet. Hun hulp is essentieel. Ook moet er rekening worden gehouden met het plaatsen van voorzieningen voor kinderen. Op een plan lijkt het heel mooi als een oude speelvoorziening verdwijnt en een grotere, mooiere 3 straten verderop wordt aangelegd. Dat dit een flinke impact heeft op kinderen die in de oude speelvoorziening speelden, wordt daarbij snel over het hoofd gezien. Het panelgesprek van plan naar uitvoering wordt bijgewoond door Connie Hameeteman, projectleidster IDOP Sterksel in de gemeente Heeze-Leende (Noord-Brabant). 

Van samenwerking naar sociale cohesie

Een mooie afsluiting van de dag wordt verwoord door H. Najja, directeur a.i. Wonen Venray en directeur Wonen Horst en eveneens deelnemer aan het panelgesprek. Hij geeft aan dat leefbaarheid niet alleen het plan of het gebouw is, maar het samen werken om te voorzien in een behoefte, met een kwaliteitsslag omdat de inzet zo enorm is. Jong en oud werkt samen en dat bevordert de sociale cohesie. Iets wat ik vanuit mijn onderzoek ook zeker onderschijf. 

Ing. M.R.(Michiel) Noordzij, planoloog landelijk gebied bij Amer, ruimtelijke ontwikkeling te Amersfoort. 

Een gedachte over “Studiedag ‘Dorpsplannen in uitvoering’

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s