Tagarchief: Voedsel

Food and the city | Wayne Roberts 2/2

Als we in Nederland bezig zijn met het thema ‘voedsel en de stad’, dan doen we met name twee dingen, namelijk 1) praten over stadslandbouw en 2) pogen om tot een voedselstrategie te komen. Hoe plaatst Wayne Roberts van de Toronto Food Policy Council (FPC, zie eerdere post) deze twee onderwerpen?

Waarde van stadslandbouw

Stadslandbouw gaat naar Roberts’ idee over het vormen van nieuwe relaties. Over het ontwikkelen van sociaal kapitaal. Over het opnieuw bekijken en ontwerpen van steden. Over de transformatie van passieve consumenten in actieve burgers en (co)producenten. En ook gewoon over samen plezier beleven. Let wel, stadslandbouw biedt kansen aan een andere multifunctionaliteit dan de multifunctionele landbouw die we in de rest van ons peri-urbane land zien. Het draait tenslotte om heel verschillende soorten van landbouw, dus beiden logischerwijs met een eigen opgave om de verbinding met mensen aan te gaan.

En voedselstrategieën?

Hoewel Roberts’ betoog draait om de immense invloed van voedsel op ons dagelijks leven en de noodzakelijke doorwerking hiervan in o.a. stedelijk beleid, snijdt hij uit zichzelf het onderwerp voedselstrategie niet aan. Toch droeg de FPC voor een belangrijk deel bij aan het tot stand komen van de voedselstrategie van Toronto. Let wel, dit was pas in 2010 en op verzoek van de gemeente.

Ik lees hierin dat de policy council tijdens een succesvol bestaan van 19 jaar (1991-2010) allerlei beleid naar tevredenheid wist te beïnvloeden, zonder de behoefte te voelen aan een overkoepelende voedselstrategie. Gemeenten die het succes van Toronto willen bereiken, doen er m.i. dan ook goed aan vooral te blijven richten op een stapsgewijze ontwikkeling via praktische initiatieven. En aan alle community animators, al dan niet deel uitmakend van een formele council: “Move where you can move!”

Food is everything | Wayne Roberts 1/2

Verschillende bezoeken aan stadslandbouwprojecten in Rotterdam op woensdag, en een plenaire keynote speech en twee Q&A sessies op donderdag. Het bezoek van Wayne Roberts van de Toronto Food Policy Council aan Nederland voor de Dag van de Stadslandbouw op 8 maart, gaf me een mooie gelegenheid eens wat meer te horen van deze inspirerende man. Voedsel is zijn ding. Maar niet als doel; altijd als middel ‘om anderen te helpen beter te doen wat ze nu al doen’.

De Toronto Food Policy Council

In 1990 was Toronto de eerste stad die het Healthy City charter van de World Health Organization (WHO) ondertekende. Een duidelijk besef was er toen, dat echte grootschalige verbeteringen van de gezondheid niet te verwachten waren vanuit de medische wereld, maar van voedsel. De oprichting van de Toronto Food Policy council in 1991 was dan ook een logische volgende stap. De council activiteiten, zijn het analyseren hoe voedsel zich verhoudt tot het voorkomen of oplossen van stedelijke problematiek, gemeentelijk beleid adviseren, vooral veel mensen en organisaties met elkaar in contact brengen om slimme lokale samenwerkingsverbanden te smeden.

Food is everything

Als 1 op de 5 verkeersbewegingen voedselgerelateerd is, dan loont het zowel milieutechnisch (uitstoot) en economisch (efficiëntie) om je voedselsysteem opnieuw in te richten. Als een derde van het afval voedsel gerelateerd is (verpakkingsmateriaal, groenafval) loont het om naar consumentengedrag en verpakkingsindustrie te kijken. Als iemand met obesitas in zijn leven 1 miljoen euro aan zorgkosten met zich mee brengt, dan heb je een educatieprogramma rondom gezond eten voor kinderen er zo uit. De voorbeelden hoe voedsel onze hele samenleving beïnvloedt, buitelen constant over elkaar heen in Roberts’ verhalen. Veel ervan gebaseerd op onderzoeksgegevens of praktijkervaringen die door of voor Roberts en de Food Policy Council werden verzameld.

Met deze gegevens heb je in feite goud in handen. Dat ook anderen dit zien blijkt uit opgevolgde beleidsadviezen en geïnitieerde projecten in en om Toronto. Zo is voedsel door de gemeente ingezet als hét instrument om problematiek rondom bendes aan te pakken.

“Als er iets moet gebeuren waarvoor geld nodig is, draaf ik op om te laten zien hoe men zijn investering binnen de kortste keren terugverdient in directe of indirecte besparing. Dat is vaak alles wat nodig is om geld los te maken en relevante projecten te kunnen starten”, aldus Wayne Roberts. Met een eigen budget van slechts $ 5000 per jaar plus salariskosten van Roberts zelf, bereikt de council omvangrijke resultaten. “Zet me dus niet weg in het rijtje van kosten, maar in het lijstje van opbrengsten.”

Zie ook Wayne Roberts 2/2 over stadslandbouw en voedselstrategieën >>

Join the #FoodRevolution

Foto door Florian Wolff (via Twitter - @florianwolff)

Het borrelde al een tijdje op vele plekken in het land. Onvrede, nieuwe ideeën, nieuwe samenwerking. Vandaag kwam ‘het moet anders’ en ‘het kan anders’ samen. Door de #FoodRevolution te benoemen hebben Dick Veerman en Sandra van Kampen hem ook echt ontketend! Teken ook het manifest met 9 punten voor een gezond en duurzaam voedselsysteem en ga aan de slag in grote en kleine initiatieven.

Het statement van gratis eten…

Vrijdag wordt er een kwart miljoen uien gelost voor de Mediamatic fabriek tijdens een uien feest. Het hele weekend gratis af te halen. De Youth Food Movement dumpt dit weekend toevallig nog eens 30 ton aardappelen op de Dam. Gratis. Als er nog iemand een truck load winterpeen over heeft, heb je al een mooie hutspot bij elkaar. Vlees is tegenwoordig ook haast gratis af te halen bij de supermarkt…

Dumpen die hap

Het onderliggende idee van de acties – het aankaarten van een pervers systeem dat overproductie en voedselverspilling in de hand werkt – spreekt me aan. De keuze om de boel dan maar gratis weg te geven veel minder. Niet dat ik me zo’n zorgen maak om supermarkten die inkomsten gaan missen doordat een groep mensen dit weekend geen uien of aardappelen koopt. We zijn geen ontwikkelingsland met kleine ondernemers die door dit soort gedump (en ja, dat gebeurt nog dagelijks) in een keer uit de markt worden geslagen. Misschien merken ze het niet eens, die supermarkten. Of leert het hen wat over de downward spiral van dat eeuwige gratis en goedkoop. Maar ik vraag me af: welke indruk laat je nu achter? Welk statement maak je nou eigenlijk écht door eten gratis weg te geven?

afzetten | zet af | afgezet

Even een vergelijking. Nog deze week sprak een collega van mij er schande van dat een autoreparateur flink zakte in prijs toen zij via via een concurrent was tegen gekomen die haar auto voor een prikkie kon repareren. Haar reactie: Ik werd gewoon belazerd, en pas toen ik hem onder druk zette zakte hij tot de werkelijke prijs! Of misschien nog niet eens en zitten ze daar beiden nog altijd boven! Wie weet is dat zo, ik heb geen auto dus weet niets van autoreparaties. Maar zou het ook zo kunnen zijn dat beiden naarstig opzoek zijn naar die ene klant, en gewoon op of zelf onder de kostprijs gaan zitten? Zo komen gemeenten aan hun spotgoedkope bestemmingsplannen, of vul maar in waar dit allemaal nog meer gebeurt. Als Jan het goedkoper levert dan Piet, is Piet natuurlijk een afzetter? Zo simpel is het niet. Maar weten mensen dat, als ze gratis eten in handen gestopt krijgen?

Aanpakken die hap

Misschien onderschat ik het publiek dat hier (naast de Youth Food Movement leden zelf) op af komt. Maar ik vraag me vooral af of het lossen van de enorme vracht voedsel niet statement genoeg is en je een alternatieve aanpak zou kunnen kiezen om het gesprek met mensen aan te gaan. Verkoop als contactmoment, een echte ‘transactie’. Een beetje a la de Grieken, hoewel ik eerder zei dat zelfs die verkoop tegen kostprijs me al onnodig laag leek. Maar laat mensen het zelf anders maar bepalen. Regel een lege melkbus voor iedereen die aardappelboer Krispijn ook echt zou willen betalen voor zijn harde werk. Wordt die bus ook echt gevuld, dan heb je nog een veel groter statement gemaakt: er leeft een wil om het systeem aan te pakken. Niet dumpen, niet aankaarten, maar aanpakken die hap!

Gluren bij de buren (boeren?)

Krispijn Beek haalt op Twitter een bericht van TreeHugger aan, over een nieuwe site genaamd Real Time Farms. De ondertitel op de site is mooi:

Whether you are looking to eat out or eat in, Real Time Farms allows you to see your food, learn how it was grown and visualize the journey it took to reach your table!

Maar de intro c.q. invulling van Treehugger zelf zet mij wel aan het denken.

Where it will get interesting is if the guide starts to branch out from the locavore set. Given its stated aim of documenting “the entire food system”, and given that ANYONE can upload photos and tell the story of their food, it seems like there is an opportunity for activists to tell the stories of the industrial food system through this platform too.

Zo bekeken, zie ik een tegenstelling in doel en aanpak van de site. Ik houd ook van boerenmarkten en ambachtelijke boerenproducten (zie de tabs op Real Time Farms). Maar het gros van ons voedsel wordt op een andere manier gemaakt. Wil je dat inzichtelijk maken om mensen beter te laten kiezen in hun dagelijks menu? Super! Maar dan hebben we het dus niet over een neutraal voedselsysteem-in-kaart-brengen. Dan hebben we het over food champions op een voetstuk plaatsen en (vanuit Treehugger’s invalshoek) misstanden aan de kaak stellen.

Dat eerste zijn we allemaal voor, denk ik, maar dat tweede valt nog meer over te zeggen? Sociale media zijn een mooie tool om meerdere kanten van een verhaal te laten zien. Als Real Time Farms in staat is om zo lang mogelijk een neutraal platform voor alle voedselproducten (en andere partijen in het systeem) te zijn om hun verhaal te doen en te illustreren, heb je een mooie bodem voor een dialoog. Wordt het al snel een wereldwijde “Ongehoord“, dan heb je wellicht effect op consumentenkeuzes (is de impact van dit soort campagnes wel eens onderzocht om koopgedrag? lange termijn?), maar zal je niet meer welkom zijn aan de keukentafels van de boeren in kwestie. En daarmee mis je een kans om samen een gezond voedselsysteem te ontwikkelen. Want met alleen de knuffelprojecten komen we er niet.

Pompoensoepwedstrijd

Pompoensoep lijkt als gerecht te passen bij veel van de dingen die we op dit moment belangrijk vinden. Het is gezond. Gemakkelijk en snel te maken, ook samen met kinderen thuis, op school of op de opvang. Pompoen is in ons klimaat goed te telen en te bewaren. Veel mensen zetten dan ook hun moestuin vol met pompoenen en verkopen de opbrengst op een lokale markt of aan de weg, vaak voor weinig geld. Suggestie: koop er een paar. Ze zijn namelijk lang te bewaren!

Het Idee

Tijdens het koken van pompoensoep gisteren (met schil en al, uitje erbij, in bouillon koken, pureren, klaar) bedacht ik een leuke actie voor de Dorpstuin. Als Dorpstuin willen we mensen betrekken bij het ecologisch telen van lokaal, gezond voedsel en willen we consumenten bewust maken van de weg die ingrediënten afleggen voor ze een lekker maaltje vormen op ons bord. Eten maken – from seed to table – kan heel mooi een sociale activiteit zijn en dat willen we aanmoedigen.

Vaak zie je tegen het eind van het jaar wedstrijden van de grootste pompoen. Maar meer of groot is niet altijd hetzelfde als lekker, gezond en duurzaam. Wat meer past bij de Dorpstuin is een pompoensoepwedstrijd. Hieronder de “ingrediënten”. Aanvullingen of alternatieven van harte welkom!

De Ingrediënten

  • In het voorjaar zaaien we pompoenzaden in afbreekbare potjes. De kleine plantjes worden verkocht in het dorp, mogelijk tijdens een officiële opening van de Dorpstuin Nunspeet. De kopers – mensen van alle leeftijden – krijgen meteen een deelnamecertificaat om mee te kunnen doen aan de pompoensoepwedstrijd. Ook wat instructies voor de pompoenteelt worden meegegeven. Een pompoen groeit bijvoorbeeld heel goed op een composthoop. De plek geeft de plant veel voeding en andersom onttrekt de plant de compost aan het oog. Als je nog geen composthoop had is dit een mooie gelegenheid er eentje op te zetten.
  • Een wedstrijddag wordt georganiseerd eind September / begin Oktober. Deelnemers melden zich x weken van tevoren aan zodat een goede locatie kan worden gezocht waar alle soepjes warm kunnen worden aangeboden. Geïnteresseerden die destijds geen plantje hebben gekocht kunnen wellicht nog een pompoen uit de Dorpstuin kopen, mits het aantal deelnemers de max nog niet heeft bereikt.
  • Op de dag zelf – via de VVV en de lokale kranten aangekondigd – wordt natuurlijk de late oogst uit de Dorpstuin verkocht, inclusief pompoenen. Ook andere lokale voedselproducenten zijn welkom. Biologische eieren, kippen en rundvlees. Honing, kaas, walnoten, etcetera. Misschien nog wat leuke activiteiten, zoals een kookworkshop rondom (verschillende soorten) pompoenen.
  • Een jury wordt samengesteld. Een goede kok of andere smaak-expert, een jeugdig jurylid (hiervoor kunnen kinderen zich aanmelden) en bijvoorbeeld een wethouder.
  • Beoordeling voor de soep door de jury gebeurt aan de hand van verschillende aspecten. Hoe ziet de soep eruit, hoe ruikt hij, hoe smaakt hij? Maar ook: hoe creatief is het recept, hoe lokaal / duurzaam zijn de ingrediënten, hoe makkelijk is de soep te bereiden, en hoe gezond is het soepje uiteindelijk? Nog andere, goede criteria?
  • De jury proeft wat van alle soepjes en roept een prijswinnaar uit: de Pompoenen Prins of Prinses. Met hulp van de lokale media kan de winnaar in het zonnetje worden gezet. Het winnende recept wordt op de website van Dorpstuin Nunspeet geplaatst (www.dorpstuinnunspeet.nl). Ook ontvangt de winnaar een leuke prijs. (Nog te bedenken. Hangt ook af van de leeftijd van de winnaar natuurlijk. Een kind van 10 heeft misschien niet zoveel zin in een duurzaam diner voor twee.)
  • Het publiek kan stemmen voor een publieksprijs (op kleur, geur en smaak). Uiteraard wordt ook deze winnaar beloond en bekroond. Verder worden de bezoekers aangemoedigd de Dorpstuin suggesties doen, zich aanmelden als vrijwilliger voor het nieuwe seizoen en/of zich aanmelden voor de nieuwsbrief.

Lijkt me een leuke actie die mensen al aan het begin van het jaar betrekt, en een mooie afsluiting vormt van het oogstseizoen. Wanneer we e.e.a. voor elkaar hebben met de Dorpstuin verschijnt een aankondiging aldaar op de website.

Volkstuinders over de Hongerwinter

Vandaag start de Week van de Geschiedenis met dit jaar als thema Oorlog en Vrede. In Utrecht is er o.a. een activiteitendag georganiseerd in het Volksbuurtmuseum Wijk C aan de Waterstraat 27. Onderwerp van de dag is de Hongerwinter 1944/1945.

hongerwinter

Kunnen u of uw kinderen zich voorstellen hoe het moet zijn geweest om te leven tijdens de Hongerwinter 1944/1945? In het kader van de Week van de geschiedenis, die dit jaar het thema ‘Oorlog en Vrede’ draagt, vindt er in het Volksbuurtmuseum Wijk C een bijzonder evenement plaats. Op 17 oktober kunt u ervaren hoe het leven er tijdens de Hongerwinter in Nederland uit moet hebben gezien.

Geheel in de geest van het Volksbuurtmuseum worden er laagdrempelige activiteiten georganiseerd waarbij de inwoners van Wijk C zijn betrokken. Direct bij binnenkomst zal u ervaren dat de ruilhandel belangrijk was om aan voedsel te komen. U moet uw lievelingseten even vergeten, want u ontvangt ‘waardevolle’ spullen waarmee hopelijk voedsel gekocht kan worden. Aan de hand van illustraties over de hongerwinter en door het maken van opdrachten volgt u een route in het museum.
U kunt zelf ervaren hoe het is om een kinderwagen te trekken, gevuld met wat aardappelen, knollen en bieten. U kunt aanschuiven aan tafel om te luisteren naar verhalen van enkele inwoners van Utrecht die in de oorlog een volkstuin hadden. Er wordt op een petroleumstel ‘oorlogsvoedsel’ klaar gemaakt waarvan u mag proeven. Ook kunt u kennismaken met de moestuinverenigingen die er nu nog zijn in Utrecht. Wat kan er verbouwd worden in een moestuin en wat is er nog meer mogelijk met een moestuin? Ook kunt u te weten komen hoe u aan een moestuin kunt komen.

Oral history project

De activiteitendag is een initiatief van Gerhard van de Berg, Tico Koopmans en Iris van Meer. Met deze dag hopen de drie initiatiefnemers o.a. positieve aandacht te krijgen voor een mondeling geschiedenis (oral history) project waar zij al langere tijd aan werken. In dat project staan verhalen centraal van mensen die een volkstuin hielden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Doormiddel van interviews wil het team onderzoeken in hoeverre deze volkstuinen hebben bijgedragen aan het verbeteren van de toenmalige voedselsituatie.

Verhaal in beeld

Van de Berg, Koopmans en Van Meer willen met hun project een start maken om verhalen rondom volkstuinen tijdens de Tweede Wereldoorlog op te sporen en vast te leggen. Zij willen deze data gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek en mogelijk voor een documentaire. Volkstuinvereniging De Pioniers, die komend jaar 75 jaar bestaat, is van plan de verhalen te gebruiken voor een essay.

Enkele getuigen zijn al opgespoord. Deze ouderen hadden tijdens de oorlog een moestuin en willen hierover vertellen. Twee van hen zijn aanwezig tijdens de activiteitendag in het Volksbuurtmuseum. Zij zullen vragen beantwoorden van bezoekers, om zo een beter beeld te geven van die periode. De initiatiefnemers van het oral history project hopen dat n.a.v. de activiteitendag ook andere getuigen zich melden.

Er is nog maar weinig informatie over het onderwerp te vinden, en steeds minder mensen die er iets over zouden kunnen vertellen. Met dit project willen we verhalen vastleggen voordat dit niet meer kan.

Onduidelijkheden

Afgelopen week sprak ik met Gerhard van de Berg (eerder coördinator van het project Levende Herinneringen) over het moestuinenproject. Van de Berg geeft aan dat er nog veel vragen zijn die met dit project hopelijk opgehelderd kunnen worden.

Was er wel genoeg zaai- en pootgoed? Werd de groente niet gestolen zodra het rijp was? In Utrecht is er een NSB commissie ingesteld bij een aantal moestuincomplexen. Wilde je daar dan nog wel komen? Had je tijd om de moestuin te onderhouden? Was het niet meer een last dan een zegen?

Volkstuinen vandaag

Zijn stadsmensen vandaag de dag eigenlijk nog wel geïnteresseerd in het onderhouden van een volkstuin?

Interessant is dat er de afgelopen maanden tegenstrijdige berichten in kranten staan. Er wordt geschreven dat er meer moestuinen bijkomen en aan de andere kant wordt er geschreven dat er een afname is van moestuinen.

In elk geval, ook vandaag de dag kan de volkstuin van waarde zijn voor (mensen in) de stad, vindt Van de Berg.

Het kan kinderen leren waar groente en fruit vandaan komt. Wat seizoensgebonden groente is. Oogst uit de tuin is vaak een stuk lekkerder, en kan hierdoor een stimulans zijn om kinderen verse, zelfverbouwde groente te laten eten. Je leert als volkstuinder om te plannen, onderhouden en geduld te hebben.

De volkstuin heeft verder ook een sociale functie. Iedereen kan er bij betrokken worden. Het kan een extra sociale afdeling zijn van bejaardentehuizen/aanleunwoningen en ‘prachtwijken’ om gezamenlijk iets op te bouwen.

Volkstuinen kunnen er ook voor zorgen dat steden hun groene hart behouden. Misschien wel een vervanging voor de parken of een nieuwe functie voor braakliggende gronden in steden, waarbij de functie van park en moestuin gecombineerd kunnen worden.

Prijs

Het oral history project – dat uitgevoerd moet worden met lokale fondsen – is opgezet in samenwerking met Landschap Erfgoed Utrecht. Om het project meer bekendheid te geven, is ook het Volksbuurtmuseum Wijk C erbij betrokken en werd de eerder genoemde activiteitendag georganiseerd, als onderdeel van de Week van de Geschiedenis.

Aan de Week van de Geschiedenis is ook een prijs verbonden die bestaat uit een cheque van 5.000 euro. Uit ruim 700 inzendingen is een selectie van 10 activiteiten gemaakt, waarbij ook de activiteitendag in het Volksbuurtmuseum is genomineerd. Vanaf 17 oktober is op de website van Week van de Geschiedenis een filmpje te vinden waarop bezoekers kunnen stemmen. Van de Berg hoopt dat veel mensen stemmen op hun activiteit. Winnen ze de prijs, dan is het eerste bedrag binnengesleept om aan het oral history project te kunnen beginnen.

De toekomst van de landbouw en ons voedsel – Debatreeks

Binnengekomen post via Netwerk Platteland partner CLM, bij deze integraal overgenomen. Klinkt erg interessant. Hopelijk kan ik zelf enkele debatten bijwonen (hoewel met verlof tot eind November). Zo niet, dan hoop ik zeker op interessante verslagen via het wereldwijde web!

Start 7-delige debatreeks met Felix Rottenberg in de Rode Hoed:

‘De toekomst van de landbouw en ons voedsel’

Dinsdag 22 september 2009, 20.00 uur in De Rode Hoed
 
Ieder mens heeft recht op voldoende en gezonde voeding. Toch lijden 1 miljard mensen wereldwijd honger. Tegelijk lijden bijna evenveel mensen door veranderende eetpatronen aan overgewicht. Er is dus sprake van een tweevoudige voedselcrisis. Dat moet anders, zou je zeggen. Wat zijn de oorzaken? Wie zijn de belangrijkste spelers? In welke richting moeten we de oplossingen zoeken?
 
Het Centrum voor Landbouw en Milieu (CLM), De Rode Hoed en Biologica nodigen burgers en professionals uit om deel te nemen aan deze unieke debatreeks met inleidingen van vooraanstaande denkers uit de landbouw en de voedselketen. De debatcyclus omvat een reeks van zeven avonden in De Rode Hoed in Amsterdam onder leiding van Felix Rottenberg. Inleiders en publiek zoeken samen naar oplossingen om de landbouw te verduurzamen en naar het verdelingsvraagstuk. Wat is de rol van de diverse spelers in de voedselketen, inclusief de consument?
 
De openingsavond is op dinsdag 22 september tijdens de Week van de Smaak over voedsel in historisch perspectief, met o.a. bijdragen van wethouder Marijke Vos over Amsterdam als Hoofdstad van de Smaak, Prof. Frits Muskiet over het gezonde oerdieet van onze verre voorouders, directeur Wim Pijbes van het Rijksmuseum over smaak en identiteit en schrijver Ronald Giphart over de ‘goede smaak’.

De reeks wordt op 1 december afgerond met een slotmanifestatie met vier inspirerende initiatieven vanuit het bedrijfsleven voor innovatie en verduurzaming van de voedselketen; discussie over de belangrijkste inzichten/conclusies uit de debatreeks en de ‘snacks van de toekomst’ met Pierre Wind.
 
Sprekers op de andere debatavonden zijn o.a. Prof. Tim Lang, Prof. Rudy Rabbinge, Prof. Jan Douwe van der Ploeg, emiritus hoogleraar Niels Röling, landbouwbestuurder Antoon Vermeer en directeur Natuurmonumenten Teo Wams. Verder zullen onderzoekers en voortrekkers uit het bedrijfsleven bijdragen leveren aan de reeks. Topkok Eric van Veluwen zorgt elke debatavond voor een toelichting op enkele hapjes passend bij het thema.
 
Organisatie: Centrum voor Landbouw en Milieu en Biologica i.s.m. De Rode Hoed.
Mediapartners: de Volkskrant en Foodlog.nl  
De cyclus is mede mogelijk gemaakt door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
 
Datum: Vanaf 22 september 2009, slotmanifestatie op 1 december 2009
Plaats: De Rode Hoed, Keizersgracht 102, 1015 CV Amsterdam
Aanvang: 20.00 uur (ontvangst vanaf 18.45 uur)
Toegang: Kaartjes à 10 euro aan de kassa of 9 euro via
http://www.derodehoed.nl / Passe-partout à € 45,- voor zeven debatten. Inclusief hapjes en bij binnenkomst een gratis kopje koffie of thee op vertoon van uw kaartje.

Informatie: Voor data en het programma zie: www.rodehoed.nl, www.clm.nl of www.biologica.nl