Tagarchief: platteland

Multifunctionele media voor multifunctionele ondernemers

Een paar weken terug werd ik geïnterviewd over kansen van sociale media voor multifunctionele ondernemers. Voor een artikel in de online nieuwsbrief van de Taskforce Multifunctionele Landbouw (TMFL), die eind juni uitkwam. Ik herken me zelf niet helemaal in alle uitspraken, maar wel in de kern: veel kansen voor multifunctionele ondernemers via sociale media! Juist het werken in meerdere sectoren (dus in meerdere netwerken), het tonen van de verschillende gezichten van je bedrijf, het contact houden met de maatschappij en laten zien wat er op je bedrijf gaande is, zijn allemaal dingen die door sociale media extra ondersteund kunnen worden. Leuke bij multifunctionele bedrijven is dat je online ook écht wat kunt vertellen of laten zien: er gebeurt doorgaans veel op je erf. En dit zichtbaar maken vergroot vervolgens weer de betrokkenheid van burgers / consumenten bij je onderneming. Klanten worden ambassadeurs, de foto van je streekwinkel die je op Facebook plaatst, delen ze met hun kennissen. Laat je weten dat je nog ideeën zoekt voor de eerstvolgende streekmarkt, geheid dat er mensen reageren.

Samen blijven leren

Een week na het interviewtje, bezocht ik met ETC collega Inge de TMFL in Zegveld, waar we spraken met Arjan Monteny. In het gesprek borduurden we voort op de uitkomsten van 4 winteravondworkshops rondom sociale media, die de Taskforce ons afgelopen winter vroeg te organiseren. Ook als team ziet de TMFL de waarde van sociale media. Hopelijk lukt het om de komende maanden de multifunctionele ondernemers  nog een extra aanmoediging te geven. Onder andere via een concrete pilot m.b.t. regionaal leren via sociale media. Na het afbouwen van de Taskforce zou het geweldig zijn als er een sterk netwerk van ondernemers blijft bestaan, dat sociale media weet te benutten om samen verder te leren en innoveren!

Workshops en leertrajecten

Het artikel uit de TMFL nieuwsbrief is hier te lezen. Per ongeluk is men vergeten te vermelden dat we vanuit het Netwerk Platteland verschillende soorten introducties, interactieve workshops en langere (deels online) leertrajecten aanbieden, rondom het thema sociale media en platteland. Heb je interesse, neem dan gerust contact op via info@netwerkplatteland.nl of laat een berichtje achter op dit blog, via Twitter, LinkedIn etcetera.

Minicursus sociale media & platteland

Samen schrijven

  1. Bekijk dit filmpje over Google Docs: http://dotsub.com/view/17eaa9f0-787b-4fd8-b1c7-f8d61db2e310 en het filmpje over wiki’s: http://dotsub.com/view/77366331-a04d-48f0-8cab-cb5e278c4033.
  2. Een wiki is een website waarop gebruikers samen kunnen werken aan een document of een website. Zij kunnen eenvoudig zinnen of pagina’s toevoegen, bewerken en verwijderen. Wikipedia, de online open-community encyclopedie, is de grootste en bekendste wiki van het web. Google Docs is een vergelijkbare tool, voor het online, zelfs gelijktijdig, samen schrijven in één document. Wat maakt het gebruik van dit soort tools zo aantrekkelijk?
    • Iedereen (geregistreerd of ongeregistreerd – dat laatste indien dat gewenst is) kan content toevoegen, wijzigen of verwijderen.
    • De software houdt automatisch het versiebeheer bij en je ziet in één oogopslag wat er veranderd is en door wie.
    • Oude versies van een pagina of document, kunnen altijd worden opgehaald en hersteld.
    • Gebruikers hoeven geen kennis te hebben van HTML om aan de tekst te werken. Een eenvoudige tekstverwerker zorgt voor de juiste opmaak en structuur.
      (Bron: 23dingen.nl)
  3. Open het lege Google document dat voor deze workshop is aangemaakt. Bespreek met degene  die naast je zit(ten) aan wat voor tekst je zou willen schrijven om te oefenen met Google Docs. Beschrijf bijvoorbeeld een anecdote die de kracht van de Leader-aanpak toont of schrijf samen een ideeenlijstje voor toepassingen van sociale media binnen je werk. Probeer daarbij beiden vanaf je eigen computer te werken, maar wel aan een gezamenlijke tekst.

Weblogs en RSS

  1. Bekijk eens dit filmpje over weblogs:

    http://dotsub.com/view/dc75c2e2-ef81-4851-8353-a877aac9fe3c

  2. Bekijk de weblogs van een of meer van de volgende personen / groepen en laat bijvoorbeeld een reactie achter wanneer je een interessant bericht leest.
    - Netwerk Platteland

    - Rurale Sociologie Groep

    - Foodlog
    - Limes Nederland
    - Krijn Poppe
    - Innovatie Netwerk
  3. Op de weblogs van bijvoorbeeld Netwerk Platteland en de Rurale Sociologie Groep zijn voorbeelden van tag clouds te zien. Elke individuele blog post (een bericht) krijgt een trefwoord mee, een tag. De tag cloud geeft de groep veel voorkomende tags weer, waarbij de meest gebruikte tags groter worden weergegeven dan de andere tags. De tags zijn aanklikbaar, waarna een lijst verschijnt van alle blog berichten met deze tag.
  4. Nieuwe blogs kun je onder andere vinden via de hiervoor bedoelde Google Blog Search. Als je wilt, zoek eens een blog rondom een onderwerp dat je interesseert of de regio / plaats waar je woont.
  5. Reflectie: Welke berichten spreken je aan? Wat voor berichten zou je graag lezen op een weblog en waarom? Wat zou het schrijven van zulke berichten jou zelf kunnen opleveren?
  6. Als je wilt kun je zelf binnen enkele minuten een gratis weblog aanmaken, via www.wordpress.com. Thuis kun je als je wilt er mee verder aan de slag. Je kunt ook doorgaan met de volgende oefening, om te leren hoe je meerdere blogs makkelijk kunt volgen:
  7. Elk weblog, maar ook veel andere web2.0 tools geven een signaal af wanneer er een nieuw brokje informatie wordt gepubliceerd. Via een RSS reader, zoals Google Reader, kun je je abonneren op die signalen. Zo hoef je niet steeds bij verschillende weblogs langs om te kijken of er iets nieuws is gepubliceerd. Nieuwe berichten verschijnen automatisch in je reader. Je kunt je ook abonneren op een YouTube kanaal of bijvoorbeeld op een zoekopdracht. Steeds wanneer Google nieuwe zoekresultaten vindt, krijg je via je reader een seintje. Bekijk eens dit filmpje over RSS: http://dotsub.com/view/69aa48a4-a95f-4bc8-a511-bb0a1ee95e12
  8. Bekijk Google Reader (vraag evt de workshopleider om in te loggen op een bestaande account) en blader door de berichten in verschillende mapjes.
  9. Reflectie: Wat levert deze oefening op? Wat voor kansen zie je? Wat zou je nog willen uitzoeken?
  10. Laat eventueel wat van je bevindingen achter in dit Google document dat we voor deze workshop aanmaakten.

Twitter

Twitter is smsʼjes sturen in de ether. Berichtjes van 140 tekens lang. Het wordt ook wel microbloggen genoemd. Iedereen die het wil kan afstemmen op jou ʻtweetsʼ (de berichtjes die je schrijft). In principe zijn alle tweets openbaar. Zo kun je allerlei contacten op je radar houden, en anderen van je eigen wel en wee op de hoogte houden.

Twitter account aanmaken

  1. Surf naar Twitter http://twitter.com en klik op ʻsign upʼ.
  2. Vul de verplichte gegevens in, zoals je naam, gewenste Twitter naam en je (zelf gekozen) wachtwoord. (Zie de Tips hieronder.)
    Onthoud username en password goed.
  3. Wanneer je alle gegevens hebt ingevuld, druk je op Create my account. Hiermee wordt je nieuwe Twitter account aangemaakt.
  4. Ter beveiliging tegen spammers wordt er een plaatje met twee woorden getoond. Type deze over en druk op Finish. De stappen die Twitter vervolgens voorstelt, zoals een uitleg over hoe je vrienden kan toevoegen, slaan we nu even over.
  5. Je krijgt nu een email ter controle toegestuurd op het adres dat je hebt doorgegeven. Ga naar je email en klik op de bevestigingslink in de mail. Gefeliciteerd, je Twitter account is aangemaakt, en klaar voor gebruik!

Tips

  • Om de account te kunnen bevestigen straks, heb je toegang tot het ingevulde emailadres nodig.
  • Kies een niet te lange, duidelijke twitter naam. Een korte Twitternaam scheelt tekens in elke Tweet die verstuurt wordt met jouw naam erin. Omdat veel namen al ʻbezetʼ zijn, is het soms even zoeken.
  • Je twitternaam kun je achteraf aanpassen. Wat je voor nu kiest is dus niet zo belangrijk.
  • Het invullen van je ʻbioʼ, (dat is meer informatie over jezelf) en uploaden van een foto / afbeelding is heel belangrijk. Het zorgt dat je herkenbaar en vindbaar bent, en dat mensen je eerder gaan volgen. Het is beter dit achteraf, rustig in te vullen, maar vergeet het niet!

Twitteren!

  1. Ga naar je eigen Twitter pagina (via ʻsign inʼ)
  2. Zet je cursor in het vakje “Whatʼs happening” en type je eerste twitterbericht. Vergeet niet de hashtag #guusnet in het bericht te typen. (Zie het Twitterwoordenboekje hieronder.) Druk op de knop “Tweet”.
  3. Je tweet verschijnt in je eigen ʻtimelineʼ. Klik nu op de hashtag #guusnet. Dit heeft hetzelfde resultaat als een zoekopdracht uitvoeren op de hashtag #guusnet.
  4. Bekijk de andere twitteraars die twitteren met #guusnet, en ga hen volgen
  5. Stuur een antwoord naar een van de anderen, door je tweet te beginnen met @ en dan (eraan vast!) de twitternaam van deze persoon. Gebruik opnieuw #guusnet.
  6. Stuur eens een ʻdirect messageʼ naar iemand (bijvoorbeeld uit deze groep) die jou is gaan volgen.
  7. Wie zou je willen volgen op Twitter? Kijk eens op de twitterpagina van bv @guusnet bij ʻfollowingʼ of ʻfollowersʼ en abonneer je op mensen die je interessant lijken.
  8. Alvast wat mensen en groepen uitgelicht hieronder:
    Enkele netwerken en groepen:
    @vitaaloldambt
    (Netwerk Vitaal Oldambt), @kempengoed (Streekhuis Kempengoed), @woordvoerderVLM (Vlaamse Landmaatschappij), @ruralnetwork (Ierse Rural Network, @cmoflevoland (CMO Flevoland) @dbgajk (Gelders AJK), @zajkzeeland (Zeeuws AJK)
    Enkele personen actief binnen Netwerk Platteland:
    @mkoot
    (ETC), @rjanmaat (De Lynx),  @allepostmus (VKKL)
    Enkele mensen bij de overheid:
    @dididorrestijn
    (wethouder), @henkaalderink (burgemeester), @jvaaken (ambtenaar), @janabeekman, @waterviolier, @BJMvanEssen, (provincie) @HarryKeereweer (gedeputeerde)
  9. Je kunt op Twitter Search bepaalde steekwoorden zoeken en volgen, zodat je een gevoel krijgt wat er over bepaalde themaʼs gezegd wordt. Een snelle manier om de publieke opinie in beeld te krijgen. Kijk bijvoorbeeld eens wat ʻkrimpʼ oplevert of bijvoorbeeld ‘Westerkwartier’.
  10. Om makkelijker overzicht te houden, of voor je twitter op je mobiel, zijn er programmaatjes als Tweetdeck of Hootsuite.
  11. Laat eventueel wat van je bevindingen achter in dit Google document dat we voor deze workshop aanmaakten.

LinkedIn

  1. Bekijk de korte video intro over social networking: http://dotsub.com/view/3d2a8e25-fca0-465d-83e0-3c2ceca3e6a9.
  2. Ga naar www.LinkedIn.com en meld je aan, aan de rechterkant van het scherm. Voor deze oefening kun je beginnen met heel beknopt de minimale gegevens in te vullen. Als je later meer wilt invullen kan dat.
  3. LinkedIn zal je vragen of ze vast een begin moet maken met het in kaart brengen van je netwerk. Hiervoor kun je bijvoorbeeld toegang geven tot je email adressen bestand. Mensen die een LinkedIn account hebben kun je daarmee makkelijk opsporen en aan je netwerk toevoegen. Je kunt deze stap ook overslaan en later thuis uitvoeren als je wilt.
  4. Zoek in LinkedIn (rechtstreeks via www.linkedin.com of via www.google.com) eens personen die je kent, bijvoorbeeld mensen die vandaag aanwezig zijn. Voeg ze toe als contactpersoon, (rechtsbovenaan > Add this person).
  5. Bekijk eens het netwerk van de door jou toegevoegde  contacten. Zijn er nieuwe namen bij die misschien interessant voor je zijn? Als je doorklikt op een van die mensen, bekijk eens welke andere wederzijdse bekenden jullie wellicht hebben. Dit zie je snel in de rechterkolom, even naar beneden scrollen. Soms levert dit interessante inzichten in je eigen netwerk op, en aanknopingspunten voor als je je netwerk wilt uitbreiden.
  6. Bekijk eens de groep Netwerk Platteland / GUUS of zoek een groep via Search rechts bovenaan in LinkedIn.
  7. Is de groep open of gesloten voor buitenstaanders? Kun je je ervoor aanmelden? Welke omschrijving trekt je aan om lid te worden en welke niet? Wie zijn er lid en ken je die leden?
  8. Blader door de leden en de eventuele discussies die worden gevoerd (voor zover toegankelijk, als je nog geen lid bent van de groep) en laat bijvoorbeeld een bijdrage achter bij een discussie. Zou dit voor jou werken? Om te discussiëren en/of contact te houden met mensen?

Filmpje Klasseboeren

We oefenen met het invoegen van een filmpje in een blog bericht. Natuurlijk een filmpje over boerderij educatie!

Jamie Oliver over Topdorpen

Vanuit het Netwerk Platteland organiseren we een reeks bijeenkomsten over krimp. Of eigenlijk over dorpen in krimpregio’s, die hun energie willen inzetten op het creëren van kansen. Topdorpen, noemde oud-minister Verburg dat eerder dit jaar, als een soort plattelandsequivalent van de stedelijke krachtwijken.

Hier vind je een blog post van enkele deelnemers aan de bijeenkomst vorige week in Zijldijk. Heb je te maken met topdorpen of juist een tobbend dorp dat de koers wil wijzigen, voel je vrij je aan te melden voor een vervolgbijeenkomst.

Jamie Oliver schreef ook eens iets over topdorpen en topsteden op het platteland. Het Italiaanse platteland welteverstaan. In het inleidende hoofdstuk van het boek Jamie’s Italië schrijft hij:

Ik ben al sinds mijn tienertijd helemaal gek van de liefde, passie en bezieling voor eten, famillie en het leven zelf die zo’n beetje alle Italianen in zich hebben, ongeacht waar ze vandaan komen of hoe rijk of arm ze zijn. En daar gaat het mij om – goed voedsel voor iedereen, hoe dan ook. Je zult Italianen maar zelden horen zeggen dat ze uit Italië komen – ze komen altijd uit Venetië, van Sicilië of uit Napels, en dat is het hele punt: hun streekbewustzijn is enorm. Maar ik heb tijdens mijn reis ook geleerd dat het begrip regionaal, als het op koken aankomt, slechts het topje van de ijsberg is. Er zijn veel meer ‘vakjes’. Eigenlijk zou je er een nieuw woord voor moeten verzinnen in de trant van ‘dorpelijk’, omdat Italiaanse dorpelingen, al dan niet terecht, denken dat ze in hun dorp een bepaald product het allerbeste maken en met de nodige minachting neerkijken op wat ze er in een ander dorp van brouwen. (…) Ze kibbelen er al jaren over waar de beste stoofschotel vandaan komt, of de beste pappardelle, olijfolie of het beste zeebanket. Als je ooit zo’n verhit debat hebt meegemaakt, weet je dat ze niet aggressief zijn – ze willen gewoon hun standpunt verdedigen! Ik vind de overtuiging dat hun eigen regionale manier van koken de allerbeste is, de trots op hun eigen producten en de passie waarmee Italianen over eten praten echt schitterend. (…)

Maar wat ik het meest in Italianen waardeer is dat ze weliswaar een paar van de beste modeontwerpers en auto’s ter wereld hebben, maar op de een of andere manier toch een uniek gevoel voor traditie  en dorpsgeest hebben weten te behouden. Ook nu kom je in heel Italië nog mensen tegen die kaas ruilen voor ingemaakte groenten, of een fles huisgestookte raketbrandstof die ze grappa noemen voor een pot even sterke mostarda di Cremona. Verder vind ik het ongelofelijk hoe ze vasthouden aan de tradities en festivals rond bepaalde producten of gerechten; happenings die wekelijks, maandelijks of jaarlijks terugkomen – massaal, op pleinen in grote steden, maar evengoed in het klein, ook in de meest dunbevolkte gebieden van Italië. Het is pas honderdvijftig jaar geleden dat de toenmalige zevenentwintig staatjes dankzij die goeie ouwe Garibaldi samengevoegd werden tot het huidige Italië. Daarom zijn er ook zulke verschillen in levensstijl. keukens, tradities en dialecten.

En verderop:

Een van de redenen waarom ik deze reis naar Italië gemaakt heb was om te leren, maar ook om te voelen waarom het land zijn ongelofelijke eetcultuur behouden heeft. Ik heb er mijn eigen idee over – ik denk dat het gedeeltelijk komt door het geweldige weer en de fantastische natuurlijke hulpbronnen om lekker eten te maken; het heeft ook te maken met tradities en familiewaarden en volgens mij op de een of andere manier ook met de katholieke kerk, want elk excuus voor een feest of samenkomst wordt aangegrepen. Maar ik denk dat de belangrijkste oorzaak is dat men gewoon geen keus heeft. Plattelandsbewoners, en dan vooral de arbeidersklasse, hebben bij lange na niet dezelfde keuzemogelijkheden als mensen in grote delen van de rest van de wereld. Ik heb zoveel jonge mensen en tieners in Italië gezoen wier ‘moderne leven van nu’ eruitziet zoals we dat in het Engeland van zeventig jaar geleden kenden – ja, ze hebben wel mobieltjes en computers, maar die worden niet beschouwd als een onderdeel van het dagelijks leven en er zijn daar ook veel minder mensen die ze hebben dan hier. Verder is de arbeidersklasse heel groot en zijn er in verhouding maar weinig rijken.

Ik denk dus dat Italië een heleboel van zijn briljante eigenschappen heeft weten te behouden omdat er gewoon weinig te kiezen is. Dat geloof ik echt. En volgens mij creëert dat een diep emotioneel leven; soms kun je door een veelheid aan keuzes de dingen die er echt toe doen uit het oog verliezen – je familie, je kinderen en je gezondheid.

Hoewel het hervinden van waarde en energie in het eigen dorp iets heel anders is dan het al dan niet noodgedwongen behouden van bepaalde eigenschappen en lokaal ingebakende energie – zit er voor mijn gevoel toch iets waardevols in dit stukje kookboek-literatuur. Goed, wanneer de couleur locale van de groeiende dorpen ooit werd opgeofferd aan de verstedelijking, is die mogelijk niet zo snel terug te vinden, en wellicht voorgoed verloren. Dan is het zaak gezamenlijk met oude en nieuwe inwoners opzoek gaan naar een nieuwe kleur die past en waarvoor men zijn energie wil inzetten. ”Authentiek” gaat er dan niet om zaken terug te brengen naar hoe-alles-vroeger-was. Het gaat om een “echt” dat vanuit de mensen zelf komt.

Platteland 2.0 kaart

Voor het leertraject Platteland 2.0 dat morgen afloopt maakten Josien en ik een Google map, waarop we alle deelnemers en oud deelnemers en andere betrokkenen bij het platteland uitnodigen een persoonlijke punaise te prikken, met een linkje naar hun blog / twitter account / linkedin profiel.


View Larger Map

Community vorming – Betekenisvolle online interactie

Gisteren en vandaag zijn we met een groep deelnemers van het leertraject Platteland 2.0 bij elkaar in Kaap Doorn voor een Unconference, onze afsluitende bijeenkomst. Na vier weken intensief online contact ervaar ik het als ontzettend waardevol om de gezichten van alle mensen te zien, stemmen te horen, lichaamstaal mee te pikken. Letterlijk de koppen bij elkaar te steken om projectideeën uit te dokteren en aan de slag te gaan. Gisteren in World Café stijl en vandaag in diverse Open Space sessies praten we over het online ondersteunen van regionale (geografische) communities, over landbouwcommunicatie, belangenbehartiging, online interactie in verenigingsverband, en nog veel meer.

Voor mij springen een aantal dingen eruit, dingen die al veel langer steeds boven komen drijven. In subgroepjes maakten we tijd om wat zaken hiervan te documenteren. In ons groepje deden we dat deels visueel. Hieronder mijn eigen (aan)tekeningen.

  • Blijf bij jezelf. Bij een boer is (was) privé en werk vaak onlosmakelijk verbonden, uit noodzaak en/of juist uit passie voor het vak. Die verbintenis werk-privé en daarmee verbonden houding is essentieel voor succesvolle online contacten. Ook als het gaat om het aanwakkeren van een potentiele community. Neem je het voortouw? Prima, maar blijf dicht bij jezelf, je eigen passie. Daar zit je energie, dat wat je te investeren hebt. Wat heb jij te zeggen, wat zijn jouw vragen?
  • Vraag centraal. Een community groeit vaak rondom een thema. Veel kracht kan er dan uitgaan van de vraag van individuele  leden. Tijd nemen en ruimte geven om vragen te stellen, door te vragen, iemand helpen zijn vraag expliciet te maken – kan zorgen voor onderlinge herkenning, ontdekking van thema’s, en zien van verbanden. Voor de aanpak van individuele vraagstukken kan het helder krijgen en uiten van de vraag al halve werk zijn of zelfs meer. Denkrichtingen en oplossingen doen zich dan soms vanzelf voor.
  • Tags lichten uit en voegen samen. “Ik ben niet in één label te vangen,” zei een van onze deelnemers enkele weken geleden, “behalve in het label [naam].” Goed punt, en het raakt aan de essentie van sociaal gebruik van tags. Iedereen is uniek. Duizenden tags zijn van toepassing, in een voor iedereen unieke samenstelling. Tags helpen ons om dingen kort te duiden. Afhankeljk van wat je tegen wie wilt zeggen, trek je enkele tags uit je repertoire. Gekozen tags zijn een samenvatting, een elevator pitch. Ze vormen geen totaalbeeld, maar een eerste aanknopingspuntje voor verder gesprek.
    Tags kunnen ook zijn: coderingen voor ingewijden, in geval van vakjargon bijvoorbeeld. Meetingspoints op het web. Bij een community die wil werken aan herdefiniëring van begrippen, of juist de ontwikkeling van nieuwe zienswijzen wil stimuleren, is het zaak een eigen vocabulair te ontwikkelen. Woorden die passen bij wat je werkelijk wilt zeggen. Overlap tussen “oude” (mainstream) en nieuwe woorden kan nodig zijn om potentiele communityleden mee te nemen.
  • Open Spaceals basisprincipe. Niet in de tekening, maar wel in de vorm van de onze Unconference (voor het gros Open Space). De principes van Open Space komen steeds weer naar voren in de basisprincipes waarmee je een potentiele community aanwakkert:
    • De mensen die er zijn, zijn de juiste mensen,
    • Wat er gebeurt is het enige dat kon gebeuren,
    • Het begint wanneer het begint,
    • Als het over is, dan is het over,
    • De wet van de twee voeten (neem je verantwoordelijkheid),
    • Waardeer de bij (kruisbestuiver),
    • Waardeer de vlinder (fladdert de wereld in).

Blogs en ik

Share photos on twitter with TwitpicSamen met Josien Kapma faciliteer ik een een online leertraject over platteland en web2.0.  Honderd deelnemers, en vandaag alweer dag 4. Na afloop van het traject, dat de hele maand februari duurt, hoop ik wat meer te schrijven over onze specifieke aanpak en mijn ervaringen als begeleider. Er zitten best leuke uitdagingen aan dit specifieke traject. Maar eerst een stukje over bloggen. dat is namelijk het onderwerp waar we vanaf vandaag mee aan de slag gaan.

Mijn Engelse weblog

Ik blog sinds 2005, toen een collega mij vroeg voor zijn project een weblog aan te maken. Ik had er al wel van gehoord, maar niets mee gedaan. Om uit te proberen eerst maar zelf wat opzetten dus. Eerst in de tool Blogger, maar al heel snel overgezet naar WordPress. Dat eerste blog bestaat nog steeds. Het is in het Engels. Je vind het hier: www.ruter.nl/blog.

Ik gebruikte het om te bloggen over de dingen die ik tegenkwam voor mijn werk. Wat over web2.0 tools, later steeds meer over communities of practice, online leren en kennis uitwisselen, kennismanagement in ontwikkelingssamenwerking, en de laatste jaren nog meer over de inhoudelijke kanten van mijn werk, bijvoorbeeld zorglandbouw en stadslandbouw. Die verschuiving van onderwerp, en het feit dat ik niet heel veel blog betekent ook dat ik geen hele grote vaste lezersgroep heb. Een klein groepje trouwe lezers, en verder veel mensen die de individuele berichten vinden via Google (zoeken) en dan eens verder neuzen naar andere berichten.

Sinds eind 2008 ben ik ook in het Nederlands gaan schrijven, hier op dit weblog. Dit was vooral om inhoud te geven aan het initiatief GUUS van LNV (later in het leertraject meer daarover). Inmiddels schrijf ik veel vaker hier dan op mijn Engelse weblog, ook omdat mijn werk veel meer naar NL is verschoven. Ook hier wordt mijn weblog het meest bezocht door mensen die via een zoekmachine opzoek zijn naar informatie, die zij dan tegenkomen in een berichtje wat ik ooit schreef.

Aanmoediging

Wat mij geweldig heeft aangemoedigd om echt door te zetten met het bloggen is een berichtje van online facilitation goeroe Nancy White. Toen ik net een week of twee was begonnen noemde zij mij op haar weblog, en verwees mensen door naar mijn blog. Ik kreeg ineens veel lezers (Nancy’s weblog was erg goed bezocht) en mensen lieten me berichtjes achter met leuke reacties. Eentje was een bekende, Joitske Hulsebosch (mijn eerste lezer). Zij schreef: “En nou wel doorzetten he?” En dat deed ik.

Waar ik blog

Je kunt ervoor kiezen om een persoonlijk weblog op te zetten, een blog voor een project of programma waar je aan werkt, samen met collega’s schrijven op een blog van je organisatie, etcetera. In een eerder leertraject (voor het netwerkteam van Netwerk Platteland) schreef ik hierover het volgende:
 
Met mijn eigen weblog bouw ik een eigen lezerskring op, laat ik mensen in mijn netwerk weten waar ik mee bezig ben / wat ik tegenkom, én ben ik meer zichtbaar voor mensen die mij nog niet kennen. Met een verantwoordelijkheid om betaalde opdrachten binnen te halen is bloggen op mijn eigen weblog ook gewoon een stukje acquisitie, niet alleen ‘leren’, ‘zelfreflectie’ ‘kennisdelen’.

Ik blog daarnaast op groepsblogs als ik het belangrijk vindt om de groep meer zichtbaar te maken, of als ik mezelf wil profileren als een lid van die groep. Als groep is het makkelijker om een dynamisch weblog te creëren, omdat meerdere mensen berichten plaatsen (dus meer berichtjes, dus meer lezers), die ook nog eens allemaal vanuit verschillende hoeken eenzelfde thema behandelen. Risico met een groepsblog (als bedrijf, netwerk, programma) is soms wel dat mensen zich iets minder kritisch durven uitlaten omdat je niet alleen namens jezelf lijkt te spreken maar de hele groep vertegenwoordigd. Dan krijg je meer ‘verslagjes’ dan echt interessante invalshoeken, opinie en intellectuele uitdagingen. Andersom kan het juist zijn dat mensen soms stukjes schrijven die niet in de smaak vallen bij de andere bloggers van de groep.  Dat is iets wat je als groep onderling moet uitzoeken, denk ik. Ook via reacties op elkaar blog berichten kan dat.
 
Soms heeft een website of online communicatie platform (bijvoorbeeld NING of Hyves) ook een weblog functie. Je kunt dan binnen dat platform bloggen. Ik vind “echte” zelfstandige weblogs zoals (zoals Guus, Netwerk Platteland, ETC Adviesgroep of mijn eigen blogs) vaak makkelijker te lezen en te vinden dan weblogs die in zo’n platform verstopt zitten. Op de één of andere manier helpt het visuele aspect van een “omkaderd” of gefocust weblog gewoon bij het lezen en volgen.

Blog als website

Omdat de technologie van weblogs (zoals WordPress) zo makkelijk is, maak ik eigenlijk alleen nog maar gebruik van blog tools als ik een website wil opzetten. Het bijhouden van de informatie is een peuleschilletje, en de technologie biedt je lezers veel handige mogelijkheden, zoals het (per email) abonneren op alle nieuwe berichten. Zie bijvoorbeeld de website die ik maakte voor het project Dorpstuin Nunspeet, of de website van het EASE netwerk over energie en armoede.

De twee gezichten van de Rabobank

Sluiting van bankfilialen in kleine kernen

Recent meldde de Rabobank de openingstijden van een drietal filialen in de regio Noordoost Veluwe terug te brengen naar een minimum. Twee kantoren worden geheel gesloten. Een zakelijke beslissing, zo zegt de bank die de afgelopen jaren steeds meer diensten via internet aanbiedt en hiermee het aantal bezoekers van de bankkantoren wist terug te dringen. Heel efficiënt. Maar wel vervelend voor de klanten die nog wél aan het loket (willen) komen. Want internet heeft niet iedereen, en aan telefonische hulp zit een prijskaartje.

Trend

Het is een landelijke trend, zo zegt de bank. En daar hebben ze gelijk in. Al jarenlang trekken verschillende groepen aan de bel – wat zeg ik, een heel klokkenspel wordt geluid. De leefbaarheid in de kleine kernen gaat achteruit, de voorzieningen verdwijnen. De dorpen lopen leeg of mensen zijn er weinig meer actief – ze werken, consumeren en ‘socialiseren’ in de stad verderop. Dus elke balie, of dat nu die van de lokale bakker is of van een bank, heeft moeite om open te blijven. Elke ondernemer neemt hierin zijn eigen beslissingen. De een wat socialer dan de ander.

Reacties

De beslissing van de Rabobank treft vijf kernen van de gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek. Ondernemers(verenigingen) in de verschillende kernen probeerden in gesprek met de bank naar oplossingen te zoeken. Maar zonder succes (Veluweland 19 nov 2009). Inmiddels is in Oldenbroek door burgers een handtekeningenactie gestart. Eén van de initiatiefgroepleden is Willem van Hattem, 20 jaar lang directeur van het bankkantoor in Oldebroek. Context van de reacties in Oldenbroek is overigens dat slechts 5 jaar geleden de lokale onafhankelijke bank fuseerde met de Rabobank, volgens de actievoerders onder voorwaarde dat de continuïteit van bankdiensten in stand bleef. Rabobank zegt hierover niets zwart op wit te hebben (Veluweland 25 nov 2009). Enerzijds betekent dit natuurlijk niet dat deze voorwaarde niet is besproken. Anderzijds zegt het wel dat, wanneer dit werkelijk één van de voorwaarden voor fusie was, de lokale bank hier weinig serieus mee om is gegaan door niets vast te leggen.

Coöperatieve kant

Dinsdag meldde de regionale krant Veluweland overigens dat de Rabobank in de regio binnenkort overstapt naar een bestuur volgens directiemodel. Dit brengt een risico met zich maar dat directeuren en te zakelijke houding aannemen. Een Ledenraad moet er daarom voor zorgen dat de bank haar coöperatieve kant behoudt. Die Ledenraad heeft de regio al, aldus algemeen directeur Jan Smit, “dus daar hebben we nu voordeel van.” Of en wat die Ledenraad heeft kunnen betekenen in de beslissing rondom sluiting van kantoren is me niet duidelijk.

Over de strategie van het regiokantoor zegt directeur Smit: “We streven naar een open contact. Wanneer leden met een probleem worstelen vragen we ze contact met ons op te nemen. We streven tevens naar maatwerk.” Dit klinkt wel mooi, maar is minder te rijmen met de grotere fysieke afstand die de bank schept met een groot deel van haar klanten. Wat betreft veel bewoners en ondernemers in de kleine kernen lijkt het coöperatieve gezicht van de bank in elk geval sterk verminderd.

Zelfs het spreekuur in het bejaardencentrum verdwijnt. Wanneer het voor Rabobankklanten niet al te ver reizen is naar de grotere kantoren om daar hun bankzaken te regelen, is het andersom voor bankpersoneel ook weinig moeite om dat spreekuur open te houden. Kantoorkosten heb je dan nog steeds uitgespaard.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

In reactie op de commotie rondom de sluitingen laat de Rabobank weten de dorpen al een flink eind tegemoet te komen door niet alle kleine kantoren te sluiten. Wanneer alleen naar de bedrijfseconomische aspecten wordt gekeken zouden alle 5 filialen de deuren sluiten en alleen de kantoren in Nunspeet en Elburg zelf open blijven, aldus een woordvoerder.

Dat kan waar zijn, maar zelfs mét de huidige financiële kosten van de kleine kantoren maakte de bank in ‘crisisjaar’ 2008 nog een winst van 2,8 miljard. Een organisatie die zich op allerlei manieren wil profileren als maatschappelijk verantwoord ondernemer kan zich misschien bij een dergelijke winst neerleggen en nieuwe efficiencyslagen achterwege laten. Vooral wanneer het voorzieningenniveau op het platteland een thema is waarvoor de bank wel drie fondsen ter beschikking stelt! Kijkt maar eens in de Kansenkaart voor het Platteland van Movisie, waar de Rabobank met haar fondsen in het subsidielijstje prijkt…

Gemeente

Zodra de gemeente Elburg van de voornemens van de bank op de hoogte was verstuurde zij een brief waarin zij haar bezorgdheid uitte en de bank vroeg de plannen nog eens te heroverwegen. “Wij wachten nog op een reactie. Meer kunnen wij niet doen”, reageerde de betreffende wethouder richting pers. Zelf lijkt me dat een vrij zwakke reactie. Uiteraard kan de gemeente niet heel direct het beleid van een commerciële onderneming beïnvloeden, maar een sterkere verdediging van de leefbaarheid in de kernen zou mooi zijn. Zelf geeft de gemeente al wel een denkrichting voor oplossingen aan: “Wellicht is er een creatieve oplossing mogelijk in de vorm van een bepaalde samenwerking met een andere partij. Denk aan een loket voor bankzaken in een winkel.”

Heel goed! Dat lijkt mij een mooie klus voor gemeente en ondernemers om verder uit te zoeken, mogelijk met betrokkenheid van burgers en andere partijen. Vast wel een Movisie of ander bureau dat hen daarbij wil helpen.

Het zou de Rabobank sieren zich als ondernemer én cruciale speler binnen de lokale economie vanaf de start aan te schuiven bij dat overleg. Doet zij dat niet, misschien dat gemeente en ondernemers dan eens subsidie kunnen aanvragen… bij een van die Rabofondsen voor lokale voorzieningen?

Kennisdag Sociaal Vitaal Platteland – Workshops en debat

Astric van der KooijNa de lunch startte de Kennisdag Sociaal Vitaal Platteland met een publiek debat, met verve gefaciliteerd door Astrid van der Kooij (Movisie). Deelnemers werden uitgenodigd bedreigingen te noemen, maar meer nog, oplossingen aan te dragen voor leefbaarheid op het platteland.

Deze oplossingen dienden zich vooral aan in de vorm van voorbeeldinitiatieven uit alle hoeken van het land. Initiatieven van gemeenten, belangenorganisaties, vrijwilligers, maar ook lokale ondernemers en grotere private partijen als zorginstellingen en woningbouwcorporaties, zoals bijvoorbeeld:

  • De Buurtsuper Speciaal – gerund door mensen met een verstandelijke handicap. Eerste versie geopend in 2003 in het Friese Oldeberkoop. Inmiddels op veel meer plaatsen in Nederland.
    (Video impressie)
  • De door dorpsbewoners gerunde supermarkt in Sterksel, Noord-Brabant.
    (Radio 1 uitzending – 28 Nov 2008)
  • Of een dorpshuis in de gemeente Liesveld dat geëxploiteerd gaat worden door een zorginstelling.

Tijdens de ochtend meldde Lotte Vermeij (SCP) dat niet zozeer het vertrekken van winkels de dorpsbewoners zorgen baarde, maar veel meer nog het verdwijnen van sociale ontmoetingspunten. De aangedragen voorbeelden in het middagdebat gaven echter blijk van aanpak van beide aspecten, vaak in één project. Want die laatste lokale winkel is natuurlijk niet zelden een van de laatste sociale ontmoetingspunten van het dorp.

Beursvloer

Als één van de mogelijkheden om samenwerking tussen lokale partijen opgang te brengen, prijst Movisie de Beursvloer aan. Een instrument, op meerdere plaatsen in het land ingezet, waarbij maatschappelijke behoeftes worden verhandeld en matches tot stand gebracht tussen bedrijven, lokale overheden, serviceclubs, scholen, maatschappelijke organisaties en vrijwilligersorganisaties.

Greenwish

Een interessante dienstverlener op dit gebied is bijvoorbeeld ook Greenwish: “GreenWish stimuleert en ondersteunt het waarmaken van duurzame idealen. Wij zijn er voor mensen die zelf een initiatief in de wereld willen zetten, mensen die initiatieven willen helpen ontwikkelen en voor diegenen die vanuit hun werk met burgerinitiatieven bezig zijn.”

Kennisdag Sociaal Vitaal Platteland – Ochtendsessie (plenair)

Kennisdag Sociaal Vitaal Platteland

Vandaag (dinsdag 2 december) vond in Kasteel Groeneveld in Baarn de Kennisdag Sociaal Vitaal Platteland plaats (Movisie/LNV).

Sociaal kapitaal onderzocht

In een plenaire ochtendsessie presenteerde eerst Lotte Vermeij (Sociaal Cultureel Planbureau) het onderzoeksrapport “Overgebleven dorpsleven. Sociaal kapitaal op het hedendaagse platteland” dat zij recent schreef samen met Gerald Mollenhorst (Universiteit Utrecht).  Waar ‘de media’ gisteren vooral benadrukten dat plattelanders weinig moeten hebben van allochtonen en de krant van de Christen Unie kopte dat huwelijken het platteland leefbaarder maken, gaf Vermeij een wat gebalanceerder beeld door gewoon het hele onderzoek te doorlopen en ons alle interessante grafieken te tonen.

Na Vermeij volgde Frans Thissen, universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, met een inleiding op het UvA onderzoek rondom civil society in kleine dorpen, met als specifieke focus de dorpen in de gemeente Aa en Hunze (Drenthe). Over één van die dorpen, Anderen, schreven John en Dorothy Keur 50 jaar eerder hun ”The deeply rooted; a study of a Drents community in the Netherlands”, wat als mooie baseline study kon dienen voor het recentere UvA onderzoek. Prachtig detail: van de verenigingen die er ten tijde van de Keurs in Anderen waren is er slechts 1 opgeheven (een oudervereniging van de lokale school, die stopte toen de school uit Anderen verdween) en zijn er zelfs vele verenigingen bijgekomen.

Begrippenkader

Alledaagse begrippen als leefbaarheid en sociale cohesie zijn voor onderzoekers maar moeilijk te meten, aldus Thissen. Toch hebben de onderzoekers van beide projecten UvA en SCP/UU) hun best gedaan. Een heel scala aan definities passeerde de revue. Allen bedoeld om de onderzoeksgegevens in het juiste perspectief moeten plaatsen. Zo leerde ik dat er naast stedelingen en plattelandsbewoners ook quasi-stedelingen en quasi-plattelandsbewoners zijn, dat er in de categorie woondorpen (wat uiteraard weer andere dorpen zijn dan autonome dorpen) onderscheid te maken valt tussen bemiddelde en minder bemiddelde woondorpen, dat het SCP platteland definieert als daar is waar er minder dan 1000 addressen onder een postcode gebied vallen, en dat bovengenoemd onderzoek nog eens onderscheid maakt tussen het gesloten platteland, het dorpse platteland, woonplatteland, stedelijk platteland en elitair platteland (u weet wel, waar ze bijvoorbeeld wel grasland en maaimachines hebben, maar dat gazon en de lawn mower noemen).

Praktijk

Misschien had het moeilijke klimaat van de locatie (een verwarmde tent achter het kasteel – daar moet nog heel wat voor ‘gecompenseerd’ worden!) er wat mee te maken, maar hoewel erg interessant, de twee presentaties hadden van mij iets korter gemogen. Dat was wellicht ook het gevolg van mijn eigen moeite een directe koppeling te zien tussen deze onderzoeken en het stimuleren en ondersteunen van sociale initiatieven op het platteland.

Luit Hummel van de Brede Overleggroep Kleine Dorpen in Drenthe (met wie ik sprak tijdens de lunch) zag die link wel degelijk: onderzoeken als deze kunnen heel goed dienen als theoretisch kader om lokale partijen te helpen reflecteren op elkaar en zichzelf, als start voor nieuwe initiatieven voor (behoud van) een vitaal platteland.