Tagarchief: leefbaarheid

De twee gezichten van de Rabobank

Sluiting van bankfilialen in kleine kernen

Recent meldde de Rabobank de openingstijden van een drietal filialen in de regio Noordoost Veluwe terug te brengen naar een minimum. Twee kantoren worden geheel gesloten. Een zakelijke beslissing, zo zegt de bank die de afgelopen jaren steeds meer diensten via internet aanbiedt en hiermee het aantal bezoekers van de bankkantoren wist terug te dringen. Heel efficiënt. Maar wel vervelend voor de klanten die nog wél aan het loket (willen) komen. Want internet heeft niet iedereen, en aan telefonische hulp zit een prijskaartje.

Trend

Het is een landelijke trend, zo zegt de bank. En daar hebben ze gelijk in. Al jarenlang trekken verschillende groepen aan de bel – wat zeg ik, een heel klokkenspel wordt geluid. De leefbaarheid in de kleine kernen gaat achteruit, de voorzieningen verdwijnen. De dorpen lopen leeg of mensen zijn er weinig meer actief – ze werken, consumeren en ‘socialiseren’ in de stad verderop. Dus elke balie, of dat nu die van de lokale bakker is of van een bank, heeft moeite om open te blijven. Elke ondernemer neemt hierin zijn eigen beslissingen. De een wat socialer dan de ander.

Reacties

De beslissing van de Rabobank treft vijf kernen van de gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek. Ondernemers(verenigingen) in de verschillende kernen probeerden in gesprek met de bank naar oplossingen te zoeken. Maar zonder succes (Veluweland 19 nov 2009). Inmiddels is in Oldenbroek door burgers een handtekeningenactie gestart. Eén van de initiatiefgroepleden is Willem van Hattem, 20 jaar lang directeur van het bankkantoor in Oldebroek. Context van de reacties in Oldenbroek is overigens dat slechts 5 jaar geleden de lokale onafhankelijke bank fuseerde met de Rabobank, volgens de actievoerders onder voorwaarde dat de continuïteit van bankdiensten in stand bleef. Rabobank zegt hierover niets zwart op wit te hebben (Veluweland 25 nov 2009). Enerzijds betekent dit natuurlijk niet dat deze voorwaarde niet is besproken. Anderzijds zegt het wel dat, wanneer dit werkelijk één van de voorwaarden voor fusie was, de lokale bank hier weinig serieus mee om is gegaan door niets vast te leggen.

Coöperatieve kant

Dinsdag meldde de regionale krant Veluweland overigens dat de Rabobank in de regio binnenkort overstapt naar een bestuur volgens directiemodel. Dit brengt een risico met zich maar dat directeuren en te zakelijke houding aannemen. Een Ledenraad moet er daarom voor zorgen dat de bank haar coöperatieve kant behoudt. Die Ledenraad heeft de regio al, aldus algemeen directeur Jan Smit, “dus daar hebben we nu voordeel van.” Of en wat die Ledenraad heeft kunnen betekenen in de beslissing rondom sluiting van kantoren is me niet duidelijk.

Over de strategie van het regiokantoor zegt directeur Smit: “We streven naar een open contact. Wanneer leden met een probleem worstelen vragen we ze contact met ons op te nemen. We streven tevens naar maatwerk.” Dit klinkt wel mooi, maar is minder te rijmen met de grotere fysieke afstand die de bank schept met een groot deel van haar klanten. Wat betreft veel bewoners en ondernemers in de kleine kernen lijkt het coöperatieve gezicht van de bank in elk geval sterk verminderd.

Zelfs het spreekuur in het bejaardencentrum verdwijnt. Wanneer het voor Rabobankklanten niet al te ver reizen is naar de grotere kantoren om daar hun bankzaken te regelen, is het andersom voor bankpersoneel ook weinig moeite om dat spreekuur open te houden. Kantoorkosten heb je dan nog steeds uitgespaard.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

In reactie op de commotie rondom de sluitingen laat de Rabobank weten de dorpen al een flink eind tegemoet te komen door niet alle kleine kantoren te sluiten. Wanneer alleen naar de bedrijfseconomische aspecten wordt gekeken zouden alle 5 filialen de deuren sluiten en alleen de kantoren in Nunspeet en Elburg zelf open blijven, aldus een woordvoerder.

Dat kan waar zijn, maar zelfs mét de huidige financiële kosten van de kleine kantoren maakte de bank in ‘crisisjaar’ 2008 nog een winst van 2,8 miljard. Een organisatie die zich op allerlei manieren wil profileren als maatschappelijk verantwoord ondernemer kan zich misschien bij een dergelijke winst neerleggen en nieuwe efficiencyslagen achterwege laten. Vooral wanneer het voorzieningenniveau op het platteland een thema is waarvoor de bank wel drie fondsen ter beschikking stelt! Kijkt maar eens in de Kansenkaart voor het Platteland van Movisie, waar de Rabobank met haar fondsen in het subsidielijstje prijkt…

Gemeente

Zodra de gemeente Elburg van de voornemens van de bank op de hoogte was verstuurde zij een brief waarin zij haar bezorgdheid uitte en de bank vroeg de plannen nog eens te heroverwegen. “Wij wachten nog op een reactie. Meer kunnen wij niet doen”, reageerde de betreffende wethouder richting pers. Zelf lijkt me dat een vrij zwakke reactie. Uiteraard kan de gemeente niet heel direct het beleid van een commerciële onderneming beïnvloeden, maar een sterkere verdediging van de leefbaarheid in de kernen zou mooi zijn. Zelf geeft de gemeente al wel een denkrichting voor oplossingen aan: “Wellicht is er een creatieve oplossing mogelijk in de vorm van een bepaalde samenwerking met een andere partij. Denk aan een loket voor bankzaken in een winkel.”

Heel goed! Dat lijkt mij een mooie klus voor gemeente en ondernemers om verder uit te zoeken, mogelijk met betrokkenheid van burgers en andere partijen. Vast wel een Movisie of ander bureau dat hen daarbij wil helpen.

Het zou de Rabobank sieren zich als ondernemer én cruciale speler binnen de lokale economie vanaf de start aan te schuiven bij dat overleg. Doet zij dat niet, misschien dat gemeente en ondernemers dan eens subsidie kunnen aanvragen… bij een van die Rabofondsen voor lokale voorzieningen?

Kennisdag Sociaal Vitaal Platteland – Ochtendsessie (plenair)

Kennisdag Sociaal Vitaal Platteland

Vandaag (dinsdag 2 december) vond in Kasteel Groeneveld in Baarn de Kennisdag Sociaal Vitaal Platteland plaats (Movisie/LNV).

Sociaal kapitaal onderzocht

In een plenaire ochtendsessie presenteerde eerst Lotte Vermeij (Sociaal Cultureel Planbureau) het onderzoeksrapport “Overgebleven dorpsleven. Sociaal kapitaal op het hedendaagse platteland” dat zij recent schreef samen met Gerald Mollenhorst (Universiteit Utrecht).  Waar ‘de media’ gisteren vooral benadrukten dat plattelanders weinig moeten hebben van allochtonen en de krant van de Christen Unie kopte dat huwelijken het platteland leefbaarder maken, gaf Vermeij een wat gebalanceerder beeld door gewoon het hele onderzoek te doorlopen en ons alle interessante grafieken te tonen.

Na Vermeij volgde Frans Thissen, universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, met een inleiding op het UvA onderzoek rondom civil society in kleine dorpen, met als specifieke focus de dorpen in de gemeente Aa en Hunze (Drenthe). Over één van die dorpen, Anderen, schreven John en Dorothy Keur 50 jaar eerder hun ”The deeply rooted; a study of a Drents community in the Netherlands”, wat als mooie baseline study kon dienen voor het recentere UvA onderzoek. Prachtig detail: van de verenigingen die er ten tijde van de Keurs in Anderen waren is er slechts 1 opgeheven (een oudervereniging van de lokale school, die stopte toen de school uit Anderen verdween) en zijn er zelfs vele verenigingen bijgekomen.

Begrippenkader

Alledaagse begrippen als leefbaarheid en sociale cohesie zijn voor onderzoekers maar moeilijk te meten, aldus Thissen. Toch hebben de onderzoekers van beide projecten UvA en SCP/UU) hun best gedaan. Een heel scala aan definities passeerde de revue. Allen bedoeld om de onderzoeksgegevens in het juiste perspectief moeten plaatsen. Zo leerde ik dat er naast stedelingen en plattelandsbewoners ook quasi-stedelingen en quasi-plattelandsbewoners zijn, dat er in de categorie woondorpen (wat uiteraard weer andere dorpen zijn dan autonome dorpen) onderscheid te maken valt tussen bemiddelde en minder bemiddelde woondorpen, dat het SCP platteland definieert als daar is waar er minder dan 1000 addressen onder een postcode gebied vallen, en dat bovengenoemd onderzoek nog eens onderscheid maakt tussen het gesloten platteland, het dorpse platteland, woonplatteland, stedelijk platteland en elitair platteland (u weet wel, waar ze bijvoorbeeld wel grasland en maaimachines hebben, maar dat gazon en de lawn mower noemen).

Praktijk

Misschien had het moeilijke klimaat van de locatie (een verwarmde tent achter het kasteel – daar moet nog heel wat voor ‘gecompenseerd’ worden!) er wat mee te maken, maar hoewel erg interessant, de twee presentaties hadden van mij iets korter gemogen. Dat was wellicht ook het gevolg van mijn eigen moeite een directe koppeling te zien tussen deze onderzoeken en het stimuleren en ondersteunen van sociale initiatieven op het platteland.

Luit Hummel van de Brede Overleggroep Kleine Dorpen in Drenthe (met wie ik sprak tijdens de lunch) zag die link wel degelijk: onderzoeken als deze kunnen heel goed dienen als theoretisch kader om lokale partijen te helpen reflecteren op elkaar en zichzelf, als start voor nieuwe initiatieven voor (behoud van) een vitaal platteland.