Tagarchief: farming_for_health

Een bijzondere ontmoeting op Bronlaak

Group photoAfgelopen zaterdag was ik uitgenodigd om kennis te komen maken met een Indiaas echtpaar dat rond Madurai (Tamil Nadu, India) een uitgebreid centrum runt voor geestelijke gezondheidszorg van voornamelijk arme mensen. Mensen met psychische problemen of een verstandelijke beperking worden in India vaak buitengesloten (of soms juist letterlijk binnen gesloten – hun hele leven) en beschouwd als van weinig tot geen waarde voor de samenleving. Het centrum (M.S. Cellamuthu Trust) biedt deze mensen een programma dat zich richt op genezing waar mogelijk, en verder zoveel mogelijk rehabilitatie: leren omgaan met de beperking en zoveel mogelijk richten op wat wel mogelijk is. Landbouwvaardigheden vormen een essentieel onderdeel van het rehabilitatie programma. Op mijn Engelse weblog schreef ik een verslag over deze bijzondere organisatie.

Kennismaking

De ontmoeting met de familie Ramasubramanian-Rajkumari en hun Nederlandse contactpersoon Gerard Helmink vond plaats bij Bronlaak, waarover zij een artikel hadden gelezen in het LEISA Magazine. Dit vormde een mooie gelegenheid voor mijzelf om ook eens een kijkje te nemen bij deze antroposofische woon-werkgemeenschap in het noordoosten van Brabant, en eindelijk eens kennis te maken met CoP Farming for Health lid Natasha van Dijk en haar partner Michael, beiden werkzaam en woonachtig op Bronlaak. In dit bericht een verslag van wat ik heb meegekregen van het reilen en zeilen van deze gemeenschap.

Dorpsgemeenschap

BronlaakBronlaak – sinds kort onderdeel van de landelijke antroposofische zorginstelling Zonnehuizen – kent momenteel zo’n 90 bewoners binnen de gemeenschap zelf en 30 bewoners in nabijgelegen dorp, beiden als onderdeel van de 24-uurs zorg die de gemeenschap biedt. Daarnaast zijn er nog eens 100 mensen die niet wonen maar wel werken bij Bronlaak.

De bewoners wonen met 5 á 6 mensen in een woonhuis. De samenstelling van de bewoners is nauwkeurig bepaald, o.a. aan de hand van het type zorgvraag en de mate van zelfstandigheid van de bewoners.  In ieder rijtje huizen is daarnaast een woning voor enkele woonbegeleiders, die – samen met anderen in full- of parttime dienstverband – beschikbaar zijn voor directe zorg, ook ‘s nachts. Ook veel van het overige personeel van Bronlaak woont binnen de dorpsgemeenschap.

De gemeenschap is vormgegeven rond drie pijlers: wonen, werken en therapie. Elk van de zorgvragers krijgt een mentor binnen de onderdelen wonen en werken aangewezen (ongeveer 5 bewoners per mentor).

Structuur

De gemeenschap begint de dag gezamenlijk om 8:15 uur, als er in een kring geopend wordt met de ochtend spreuk – een spreuk van Rudolf Steiner. Tijdens de opening is er ruimte voor mededelingen (verjaardagen, ziekte, aangekondigen van afscheid van bewoners) en wordt er na het zingen van een lied elkaar een fijne dag gewenst. Iedereen vertrekt daarna naar zijn eigen werkplek, waar om 8:30 gestart wordt. Natasha legt dit verzamelen en uitwaaieren uit als een soort inademen en uitademen, een natuurlijk ritme dat de mensen houvast geeft. Ook dingen als het ritme van de seizoenen, dat o.a. vanwege het buitenwerk door velen heel bewust wordt ervaren, wordt door de bewoners als prettige vaste structuur ervaren.  

Dagbesteding

Nursery in greenhouseZorgvragers kunnen uit een groot werkaanbod activiteiten kiezen. Op het terrein van Bronlaak zelf is er bijvoorbeeld een grote biologisch-dynamische tuin De Kiem met:

  • Groenten en fruit in de volle grond,
  • Kassen voor bijvoorbeeld tomaten, maar ook voor het opkweken van kleine plantjes voor de eigen tuin en verkoop aan de lokale tuinders,
  • Een tuin met kruiden en medicinale planten, waarmee ook gedroogde kruiden, thee en tincturen op fytotherapuetische basis worden gemaakt voor verkoop in de eigen winkel.

Fresh produce from the gardensVerder kan er bijvoorbeeld gewerkt worden met de koeien op het land en zijn bewoners onder begeleiding betrokken bij onderhoud van het groen op het landgoed. Voor meer binnenwerk  is er een kaasmakerij (van de melk van de Bronlaakse koeien), een pottenbakkerij en kaarsenmakerij en zijn er nog vele creatieve werkzaamheden zoals weven (o.a. sjaals en kleden), zijde schilderen, werken met vilt (o.a. decoratief) en met hout (o.a. speelgoed). Ook zijn er bewoners die graag werken in het huishouden van de gemeenschap, zoals de keuken of de wasserij.

Het toewijzen van een taak of type werk wordt altijd gedaan in samenspraak tussen therapeut, ouders/partner van de bewoner en de bewoner zelf. Hierbij wordt gekeken naar de mogelijkheden van de bewoner en zijn/haar persoonlijke voorkeur. De ene persoon heeft meer behoefte aan een veilige, besloten omgeving om geconcentreerd te kunnen werken, terwijl een ander liever zijn energie kwijt raakt door het buiten werken.

Deelnemen

Erg mooi is hoe ook mensen die nauwelijke actief kunnen bijdragen aan het uitvoeren van het werk toch bij de gemeenschap betrokken worden. Zoals een bewoner met een zware verstandelijke en lichamelijke handicap, die tijdens het werken in de keuken gewoon aanwezig is en alles volgt via het kijken en luisteren naar de medebewoners. Of de oudere bewoners, die steeds minder goed – of zelfs niet meer – kunnen meewerken, maar toch op Bronlaak kunnen blijven wonen en zijn. In de laatste fase van hun leven krijgen ze de mogelijkheid om hun levensverhaal op te tekenen, bijvoorbeeld aan de hand van foto’s. Zo bereiden zij zich langzaam voor op hun aftocht van het wereldtoneel.

Omgekeerde integratie

Winkel Waterman - BronlaakAl de producten die op Bronlaak worden geproduceerd, van groenten en sierbloemen tot de zijdeschilderingen en houten speelgoed worden verkocht in de winkel Waterman, centraal gelegen op het landgoed. Deze winkel trekt ook mensen uit de omgeving aan, en is daarmee een onderdeel van de “omgekeerde integratie” die Bronlaak wil bewerkstelligen.

Sinds een tijd wordt in Nederland veel aandacht besteed aan het opnemen van mensen met een handicap in de lokale gemeenschap, door woonhuizen in de dorpen en wijken op te zetten, in plaats van geïsoleerd in de buitengebieden. Maar dat iemand in een gewone straat woont naast gewone buren betekent nog niet dat er veel contact is met die buren. Sommige gehandicapten kunnen alsnog heel eenzaam zijn, veel meer dan wanneer zij op een plek als Bronlaak wonen. Bronlaak besteed daarom veel aandacht aan het uitnodigen van mensen buiten de gemeenschap om contact te leggen, te komen ervaren wat het is om op Bronlaak te wonen en werken. In plaats van mensen met een handicap te integreren in onze toch erg individualistische samenleving ligt de focus hier op een hernieuwde kennismaking van mensen met hun meer hulpbehoevende buren. Naast het houden van de winkel, werkt Bronlaak hier ook aan door het organiseren van talloze activiteiten als open dagen, concerten en tentoonstellingen, en door open te staan voor bezoekers die eens willen komen kijken of die willen meewerken als vrijwilliger. Een uitnodigende houding die mij, na dit inspirerende bezoek, doet wensen dat ik iets dichterbij woonde dan de huidige 3 uur reisafstand tussen Bronlaak en mijn eigen woonplaats!

Zie hier de foto’s die ik maakte tijdens dit bezoek. Meer informatie over andere antroposofische zorglocaties van de koepel Zonnehuizen, waaronder een aantal zorgboerderijen en woon-werk gemeenschappen elders in het land, is te vinden op hun website. De ontstaansgeschiedenis van het landgoed en de antroposofische dorpsgemeenschap Bronlaak is opgetekend door Albert Arts in het boek Bronlaak. Antroposofische dorpsgemeenschap met verstandelijk gehandicapten. Ideaal en Werkelijkheid. ISBN 90 901 2088 2. Te verkrijgen bij winkel Waterman op Bronlaak.

De kracht van sociale netwerken

Het Actiecomité

Beste Dorine, je naam heb ik doorgekregen van de directrice van de Noorderhoeve in Castricum. Ik zal me even voorstellen: ik heet Suzanne Kooij, ik woon in Amsterdam West en ik coördineer een reddingsactie voor zorgboerderij De Boterbloem in Amsterdam-Osdorp.

Zo begon het emailtje dat ik 31 Januari ontving van Suzanne Kooij, lid van het kersverse Actiecomité dat zich in wilde zetten voor het behoud van ecologische zorgboerderij De Boterbloem in de Lutkemeerpolder bij Amsterdam. Hannelore Speelman, die Suzanne naar mij had doorverwezen, is niet alleen directrice van de Noorderhoeve, maak ook bestuurslid van Stichting Omslag, en van daaruit een van de eerste leden van de Community of Practice Farming for Health, een netwerk rondom landbouw en zorg waar ook ik lid van ben. Hannelore was net als de andere Nederlandse leden van dat netwerk kort daarvoor door mij gemaild om de aandacht te vestigen op een praktische vraag die een van de leden had gesteld op een online forum rondom plattelandszaken. Van verschillende kanten kwamen reacties en de vraagsteller was snel geholpen. 

Toen Suzanne een tijdje later bij de Noorderhoeve aanklopte voor advies voor de reddingsactie verwees Hannelore haar vervolgens door, met de suggestie om wellicht op datzelfde forum een verzoek om hulp te plaatsen. Ik wisselde wat emails met Suzanne, onder andere met de suggestie een gratis WordPress blog te starten (http://reddeboterbloem.wordpress.com was nog vrij) en zo niet alleen bekendheid onder een breed publiek te krijgen, maar ook de mensen die de actie steunen steeds van informatie te blijven voorzien.

Het Resultaat

Inmiddels zijn er vijf maanden verstreken, werd er door het comité breed en soms keihard actie gevoerd en werden er via internet en ‘in het eggie’ vele duizenden handtekeningen verzameld. Een weblog Red de Boterbloem als continue informatiebron met al het laatste nieuws, goed en slecht. En afgelopen week viel dan eindelijk op het weblog te lezen dat de stadsdeelraad Osdorp heeft besloten de gebruiksovereenkomst met De Boterbloem te verlengen met nog eens twee jaar. “De Boterbloem is gered!“, kwam er via Twitter binnen, en de media zette het behaalde resultaat  nog eens mooi in het zonnetje.

De Herkenning

Hoewel een hele andere situatie en manier van werken, doet het succes van De Boterbloem me weer even denken aan het verhaal dat Hannelore Speelman (ja, alweer!) van De Noorderhoeve me eind vorig jaar vertelde. Zie filmpje. Hannelore verhaalde van de internationale steun die de Noorderhoeve had ontvangen toen de gemeente Bergen 7 hectare van hun grond in beslag wilde nemen voor woningbouw. Enkel een mailtje naar de verschillende contacten uit het zorglandbouw netwerk was voldoende om een stortvloed aan bezwaarschriften richting de gemeente te sturen, Henrik Grawert-Lundzelfs een brief van het Ministerie van Sociale Zaken van Zwitserland.

Basis voor die steun, zo is te horen in het gesprek, is de interesse die de mensen in het netwerk hadden om elkaars verhaal aan te horen, en de tijd die men nam om zich in elkaars verhaal ook te herkennen en verplaatsen.

En de gemeente Bergen? Die wijzigde de plannen. De Noorderhoeve kreeg er op de koop toe ook nog eens een sterkere band door met de andere bewoners uit het gebied.

Het Netwerken

Terug naar De Boterbloem. Vanavond ontving ik opnieuw een berichtje van Suzanne:

Hoi Dorine, bedankt voor je goede tips die je me gaf toen ik net de reddingsactie had gestart! Een blog van WordPress was echt een gouden greep. We hebben er ontzettend veel profijt van gehad. Veel dank ook voor het meeleven en meedenken de afgelopen maanden. Het is erg fijn om gesteund te worden met nuttig advies als je als leek zo’n reddingsactie start. Veel groeten, Suzanne

netwerkHoewel het natuurlijk fijn is te zien dat iets wat je hebt gezegd of gedaan een ander ook echt verder heeft geholpen (wie vindt dat nou niet?), is het verhaal van De Boterbloem wat mij betreft ook een heel mooi voorbeeld van de kracht van netwerken. Van elkaar opzoeken en om hulp vragen. Elkaar steunen en degenen die jouw steunen informeren en bedanken. Van je teleurstellingen en successen met anderen delen.

Dit kan via internet tools zoals online petities, weblogs en Twitter, via email, brieven of telefoontjes of combinaties van dat alles. Als je – in wat voor vorm dan ook – maar de tijd neemt om dat contact met anderen te zoeken en inhoud te geven. Dan bouw je niet alleen een netwerk op, maar vooral een netwerk waarop je kunt bouwen.

Moestuin Maarschalkerweerd

Een foto-reportage deze keer, van Moestuin Maarschalkerweerd, een mooi plekje net even buiten Utrecht, vlak bij de Uithof. Mooi voor een wandeling tussen de groenten (oude rassen) en kruiden, langs de bijenstal of door de kassen, o.a. met druiven, kiwi’s en vijgen. Heerlijk om in het café of op het terras iets biologisch (van eigen grond) te eten of drinken, of op het grote grasveld een boek te lezen in de zon, terwijl de kinderen spelen in de speeltuin of bij de dieren.

Stadslandbouw

Snijbiet

Kruidentuin

Boon en venkel in de kas

Vierkante meter schooltuintjes

Landbouw en Zorg

De Moestuin werkt voor de dagbesteding en arbeidsintegratie nauw samen met Abrona. Abrona is een organisatie die zich inzet voor dienstverlening aan mensen met een verstandelijke beperking. Dit gaat zowel om wonen, dagbesteding en arbeidsintegratie. In de provincie Utrecht hebben zij vele projecten. De Moestuin kiest er bewust voor met verschillende doelgroepen samen te werken; daarom zijn er zowel plekken voor dagbesteding als arbeidsintegratie

Laarzen

>> Meer foto’s

Turkse ouderen vinden plek op zorgboerderij

Heerlijke hapjesDe vingers nog plakkerig van de overheerlijke baklava kruip ik even achter de computer om een verslagje te schrijven van een leuke interculturele ontmoeting vandaag. Een ontmoeting tussen Turkse en Nederlandse cultuur, maar ook tussen de cultuur van stad en die van platteland. Ik bezocht de opening c.q. start van ANKA (www.ankazorg.nl), een centrum voor dagbesteding voor Turkse ouderen, op boerderij Het Derde Erf (www.hetderdeerf.nl) in Soest, bij Amersfoort.

ANKA wordt gevormd door Özlen Tanyel-Akkoyun en Yasemin Asçi, beiden met een Turkse achtergrond, in Nederland geboren en getogen, en met een ruime ervaring in de hulpverlening (onderwijs, geestelijke gezondheidszorg en zorg voor mensen met een verstandelijke beperking).

Gewoon beginnen

ANKA initiatiefneemster Özlen Tanyel-Akkoyun houdt toespraakIn een openingstoespraak verhaalt Özlen Tanyel kort van de start van dit initiatief aan de keukentafel tot aan de officiële opening vandaag. Een lang traject van voorbereiding en zoeken naar de juiste partners, maar “praatjes vullen geen gaatjes”, aldus Özlen, en dus zijn zijzelf en haar collega erg blij dat het centrum nu van start is gegaan en één dag per week dagbesteding aanbiedt. Zoals ook de folder en website vermelden gebeurt dit in de vorm van onder andere lotgenotencontact, handenarbeid, tuinieren, koken, bewegen, deelname aan een cursus, bijwonen van voorlichting en het doen van klusjes op de boerderij. Vorige week de eerste dag, “voor spek en bonen”.

Ouderen

Özlen Tanyel spreekt namens ANKA haar dank uit richting o.a. Het Derde Erf, de gemeente Amersfoort, ETC Adviesgroep, de Taskforce Multifunctionele Landbouw, maar ook en vooral richting ouders, ooms en tantes. Uit Turkije weggegaan om hun kinderen een betere toekomst te geven heeft deze generatie veel opgeofferd en veel van hun energie geïnvesteerd in die betere toekomst. Met dit initiatief voor zorg en dagbesteding wil ANKA de generatie van ouders / ouderen iets terug geven.

Multiculti!ANKA hoopt de ouderen door de activiteiten op Het Derde Erf wekelijks een fijne en interessante ervaring mee te geven, maar op hun beurt verwachten zij zelf ook te kunnen leren van de ouderen. De ouderen staan nog veel dichter bij de landbouw dan de jongere generaties en hebben daarnaast veel meer levenservaring. Een mooie bundeling van kracht en kennis dus. En dat alles tegen het decor van Biologische Bezoekboerderij Het Derde Erf van Joop en Corine Wantenaar.

Publiciteit

Wethouder Van Daalen (Amersfoort)Wethouder van Daalen van de gemeente Amersfoort houdt een korte toespraak waarin hij onder andere refereert aan het belang van de verbinding tussen stad en land, en voltrekt daarna de officiële opening met het doorknippen van het rode lint. Met aanwezige fotografen en cameramannen is het weinig zichtbaar voor publiek, maar de publiciteit is ook wel weer een goed teken. Want in feite lijkt Het Derde Erf de eerste (zorg)boerderij te zijn die een plek biedt voor zorg aan allochtone ouderen. Enkele weken geleden kopte de Twentse krant Tubantia dat de eerste allochtone zorgboerderij te vinden is in de buurt van Enschede. Deze boerderij moet echter nog van start gaan, hopelijk de eerste helft van 2010.

Twentse multiculturele zorgboerderij

Ali BingolInitiatiefnemer van de Twentse boerderij, meneer Bingol, is ook aanwezig vandaag en legt uit wat de plannen in Twente inhouden. Het gaat om een belevingsboerderij (dus niet arbeidsmatig) voor groepen van vele verschillende culturen. Met aankomende / potentiële gasten is uitgebreid gepraat om te achterhalen waar hun behoeften liggen. De wensen zijn doorgegeven aan een bouwbedrijf dat de locatie – een boerderij van de gemeente Enschede, op 500m van bestaande zorgboerderij De Viermarken – zal gaan aanpassen. Er komt bijvoorbeeld een traditionele oven. Ook om het gebouw heen op het boerenerf worden aanpassingen gemaakt. Er komen verschillende kleine moestuintjes waar iedereen zijn eigen groenten kan kweken. Ook worden hoogteverschillen aangebracht in de tuin, om het platte van het platteland een beetje te compenseren. Qua activiteiten zal er ook veel gedaan worden op het gebied van integratie en wederzijde kennismaking tussen culturen en generaties. De ligging vlak naast een bestaande ‘reguliere’ zorgboerderij is een mooie directe verbinding. Intussen wordt toegewerkt naar een AWBZ erkenning. Ook hopen de betrokkenen in de nabije toekomst zorginstellingen uit de regio te kunnen adviseren over ruimte bieden aan mensen van verschillende culturen.

Succes!

ANKA heeft gekozen voor een snelle maar kleinschalige start van één dag per week op bestaande boerderij, waarna gekeken zal worden of uitbreiding naar meer dagen en meer locaties mogelijk is. In Twente wordt een uitgebreid multicultureel aanbod uitgerold, wat betekent dat de start nog even op zich laat wachten. Duidelijk is dat er onder “nieuwe Nederlanders” behoefte is aan een stukje terugkeer naar de wortels op het platteland, en dat dat platteland – al dan niet met aangepaste hoogteverschillen – veel te bieden heeft. Ik ben erg benieuwd hoe beide initiatieven zich gaan ontwikkelen en wens allen veel succes!

Multiculti! Turkse dans tegen decor van Hollandse boerderij

Betrokkenheid ETC bij dit project

Ter opvolging van Stad Zoekt Boer 2008 werd de ETC Adviesgroep door de gemeente Amersfoort aangemoedigd ANKA te helpen met het vinden van een geschikte plek op een boerderij voor de groep Turkse ouderen uit Amersfoort. Via GUUS reageerde verschillende mensen op een oproep, waaronder Maarten Fischer (Taskforce MFL) die ons door verwees naar boerderij Het Derde Erf van Joop en Corine Wantenaar. Na een inventariserend gesprek met de Wantenaars organiseerde ETC een kennismaking tussen beide partijen. Inzet en ambitie van ANKA en Het Derde Erf om dit initiatief te laten slagen deed de rest.

Persoonlijke reflectie op Dag van de Zorglandbouw

Dinsdag 21 april 2009, vond in Apeldoorn de Dag van de Zorglandbouw plaats. Verschillende mensen schrijven erover op verschillende weblogs. Op het blog van GUUS vindt je o.a. mijn globaal verslag. Hier op mijn eigen weblog een meer persoonlijke reflectie.

headerbeheer_afbeeldingheader_2

Man-vrouw verhouding

Een kleine observatie om mee te beginnen. (Misschien beïnvloed door de focus die hier op ligt in de sector van ontwikkelingssamenwerking – die andere tak van sport waar ETC zich mee bezig houdt.) Het viel mij op dat er een hele mooie balans was tussen aantal mannen en vrouwen dat deelnam aan de dag. Heeft dat te maken met de zorglandbouw combinatie op zich, waarin traditionele taken en vaardigheden flink door elkaar gehusseld en vermengd worden?

Persoonlijke ervaring

Tijdens de eerste sessie van de dag werd zorgboerin Hetty geïnterviewd, samen met een oud-deelnemer en zijn vader. Hetty verhaalt onder andere hoe zij geïnteresseerd raakte in de zorglandbouw combinatie door het positieve effect dat zij zag bij vriendjes die met haar kinderen meekwamen naar de boerderij. Veel mensen die zich actief en gepassioneerd bezig houden met zorglandbouw hebben naar mijn idee een vergelijkbaar verhaal. Merk ik ook bij mensen die zich aanmelden bij de CoP Farming for Health en hun Strawberry harvestverwantschap met het werkveld uitleggen. Hoewel er inmiddels voorbeelden van zorgboerderijen te over zijn, ligt de eerste kiem van interesse voor zorglandbouw vaak in de persoonlijke ervaring. Misschien wel de sterkste basis ook, die hele persoonlijke ervaringskennis.

(De) weg van het geld?

Jan de Vries, Tweede Kamerlid voor het CDA, benadrukte dat gemeenten naast WMO gelden ook de beschikking hebben over participatie budgetten. Wanneer zorgboerderijen de dagbesteding (of andere zorgdiensten) niet meer kunnen bekostigen uit de AWBZ/WMO, zouden ze zich kunnen richten op een diversificatie van doelgroepen en diensten, en daarmee voor andere financiering in aanmerking komen.

De Vries reageerde hiermee op een vraagsteller uit het publiek, die aangeeft dat zijn deelnemers (jonge schoolverlaters) maar 2 dagdelen dagbesteding vergoed krijgen omdat de jongeren nog leerplichtig zijn en dus de rest van de tijd op school horen te zitten. In feite is de zorgboerderij echter zo’n beetje de laatste strohalm voor deze groep. Ze zijn er 9 dagdelen per week en volgen hiernaast geen school meer.

Voor de vraagsteller bieden de participatie budgetten dus wellicht uitkomst, en dat het werken met verschillende typen doelgroepen bij elkaar zijn nut heeft is al eerder aangetoond. Maar als een zorgboer zich vanwege de budgetten op verschillende doelgroepen gaat richten lijkt me dat een zorgelijke ontwikkeling. Je kunt dan weinig meer spreken van ‘de cliënt centraal’. En de cliënten die je hiermee aan de kant zet, kunnen die dan voldoende op andere zorgboerderijen terecht?

Babylonische spraakverwarring – Professionalisering of Professionalisering?

Tijdens deze dag en vele andere gesprekken over zorglandbouw keert steeds de term ‘professionalisering’ terug. Wel kan die term op hele verschillende manieren worden ingevuld. Praat je over de professionalisering van de mensen die in de zorglandbouw werkzaam zijn, dan heb je het m.i. over zaken als de vakbekwaamheid van zorgboeren om niet alleen de landbouw, maar ook de zorgaspecten van hun vak te beoefenen. Die professionalisering kun je vergroten door scholing en opleiding, door intervisie, door bij elkaar in de keuken kijken of werkervaring opdoen, etcetera.
Ik heb echter het gevoel dat wanneer mensen uit de overheid of zorgsector (instelling, zorgloket, verzekeraar) spreken over professionalisering van de zorglandbouw als sector, het meer gaat om de presentatie van de sector naar buiten toe. Het bewijzen van de professionaliteit volgens de regels van andere sectoren. Doormiddel van soepele procedures voor intake en plaatsing van cliënten, door kwaliteitskeurmerken, registraties en erkenningen (vooral uit medische hoek), etcetera.

440119001_ac5a98b357_mAls vakbekwame zorgboeren zorg- en landbouwdiensten leveren van hoge kwaliteit – gemeten naar de beleving van cliënten en de beleving en waarneming van hun systeem – kunnen we dan spreken van een professionele sector? Of krijg je dat label pas als je dezelfde werkprocessen hebt in de gangbare zorg? Is die manier van werken het ideale uitgangspunt? Hoeveel moet daarin geïnvesteerd worden? Wat moet en kan er nog allemaal gemeten worden voordat we toch echt “weten” dat zorglandbouw werkt?

Voor herhaling vatbaar?

Was de dag voor herhaling vatbaar? Wat mij betreft wel, als gelegenheid om elkaar te ontmoeten, om ideeën en ervaringen uit te wisselen, om nieuwe samenwerkingen te starten. Een meer ontspannen en betrokken dagvoorzitter (toch een significant leerpuntje voor Job Boot…) en een interactiever programma met meer tijd voor workshops en meer interactie van deelnemers tijdens die workshops zouden wat mij betreft wel een voorwaarde zijn.

Eén van de deelnemers die naast mij zat gaf aan elk jaar wel een dergelijke dag te willen bijwonen:

“Nu hebben we wel allerlei zaken over wetgeving en financiering besproken, maar volgend jaar kan er wel weer een hele andere situatie zijn. Je wilt toch bij blijven en weten waar je aan toe bent.” 

Netwerken in de zonHoewel de interesse er dus is, is een vraag natuurlijk: Wie neemt het initiatief? Gaat “de sector” wachten op een nieuwe boost vanuit Taskforce/LNV en Reed Business om dit op te pakken? Wat zou het argument zijn voor die partijen om die kar te blijven trekken? Of, wie doet het anders: Stichting Verenigde Zorgboeren? Met opnieuw sponsoring van (private) clubs met belang in de sector? Genoeg om zorgboeren te helpen aan een kaartje met korting, of betaalt volgend jaar iedereen 300 euro…? Ben benieuwd hoeveel mensen er dan nog komen.

In de tussentijd zou ik (jaja, nogmaals) iedereen willen aanmoedigen de opgedane contacten te blijven onderhouden, ook met gebruik van internet. Manieren om dat te doen zijn:

  • Email en ander direct contact (zie adressenlijst van deelnemers, het meest waardevolle papiertje dat je kunt krijgen op een conferentie);
  • Forum Platteland 2.0;
  • Weblogs (lezen of zelf schrijven of beide), onder andere zichtbaar gemaakt via GUUS;

En als nieuwe voeding ook af en toe een echte bijeenkomst maar dan op kleinere schaal, zoals van stichting Omslag (met aanmoediging aan Omslag om hun uitnodigingen nog wat breder te versturen…), regionale bijeenkomsten op initiatief van de zorgboeren verenigingen, of natuurlijk de community of practice Farming for Health.

Dag van de Zorglandbouw in aantocht

Hoeveel weblogs kan een mens bijhouden, zowel om te lezen als om te schrijven? Niet teveel waarschijnlijk. Bij deze daarom even een verwijzing naar buur-blog GUUS op http://guusnet.wordpress.com alwaar verschillende deelnemers aan de Dag van de Zorglandbouw (dinsdag 21 april 2009, Apeldoorn) hun verwachtingen en reflecties delen:

  • Deel 1 (donderdag 16 april)
    > Joop Wantenaar – Het Derde Erf
    > IJsbrand Snoeij – Het Paradijs
    > Jaap Hoek Spaans – Landzijde
  • Deel 2 (vrijdag 17 april)
    > Pieter Seuneke – Rurale Sociologie Groep (WUR)
    > Marie-José Enders – Sociale Wetenschappen (UU)
  • Deel 3 (maandag 20 april)
    > Heleen van Wingerden – Wellantcollege
    > Marjolein Elings – Plant Research International (PRI-WUR)
    > Aïde Roest – Landbouw Economisch instituut (LEI-WUR)

Reacties

Reacties (daar, hier, op uw eigen blog, op het Plattelandsforum) zijn van harte welkom. Zowel om voor te bespreken als om na te praten. Ik hoop in elk geval na afloop wat eigen reflecties op dit weblog te plaatsen. Ben benieuwd naar de impressies van anderen. Tot ziens, in Apeldoorn en/of  hier op het web!

Regionale samenwerking rond zorglandbouw in Noord-Holland

SchuurOp 2 april vond in Soest (locatie Het Derde Erf) een bijeenkomst plaats georganiseerd door ETC Adviesgroep, in het kader van onze betrokkenheid bij een aantal zorglandbouw matches in de regio Amersfoort. Tijdens deze bijeenkomst presenteerde Jaap Hoek Spaans de aanpak van Landzijde, een organisatie die is opgezet om de zorglandbouw in de regio Noord-Holland beter toegankelijk te maken en de sector te professionaliseren. Zorginstellingen Centrum Maliebaan en Beweging 3.0, die via het traject Stad Zoekt Boer – Amersfoort (2008) samenwerking zochten met boerderijen uit de omgeving Amersfoort, legden hun vragen en wensen op tafel betreffende vergelijkbare samenwerking rondom zorglandbouw in de omgeving van Amersfoort. Hierbij zouden de verenigingen van zorgboeren in Utrecht en Gelderland een grote rol zouden kunnen spelen. Bij deze een impressie van de manier waarop Landzijde werkt, naar aanleiding van ons gesprek met Jaap Hoek Spaans. 

Lees verder

De eigenwijze co-pedagoog

Tijdens de netwerkdag van de Community of Practice Farming for Health op dinsdag 13 januari 2009 vonden in de ochtend twee presentaties plaats. In het vorige bericht een kort verslag van de presentatie van Wridzer Datema over jongeren op de welkomboerderij Onstaheerd in Sauwerd, Groningen. De tweede presentatie werd gegeven door Annet Schepers, docent aan de Stoas Hogeschool in Dronten. Bij deze (met excuus voor de vertraging!) een impressie.

Animal Assisted Interventions

Annet Schepers over Ono therapieVoor haar studie Master Ecologische pedagogiek aan de Hogeschool Utrecht deed Annet Schepers onderzoek in Italië naar zogenaamde animal assisted intervention met behulp van ezels, ook wel ono-therapie genoemd.

Animal assisted therapy (AAT) is een veelgebruikte term om die therapeutische activiteiten te benoemen waarbij dieren een essentiële ondersteunende rol spelen. Omdat het vaak gaat om een geheel aan activiteiten, therapie en educatie wordt ook wel gesproken van Animal Assisted Interventions (AAI) – een benoeming die ook Annet het liefst gebruikt, mede omdat de term therapie voor sommige mensen wat geladen is.

Onderzoeksmethode

Annet paste een interessante methode van kwalitatief onderzoek toe. Een reeks praktijkverhalen van trainers en externe experts, door Annet vastgelegd in interviewverslagen en op video, werd voorgelegd aan een groep van 7 analisten die op hun beurt hun interpretatie van de verhalen deelden. De groep bestond onder andere uit studenten toegepaste psychologie, een bioloog, een theologie professor van de Universiteit van Amsterdam en een onderzoeker van de Wageningen Universiteit. Op deze manier ontstond een gevarieerd beeld van de mogelijke bijdrage van ono-therapie aan de gezondheid en het welbevinden van verschillende groepen cliënten.

“Alleen als je je eigen behoeften kent, kun je die van de ander begrijpen”
‘Ezelfluisteraar’ Damiano Biscossi

Haarlemmerolie

Uit de analyse kwamen een aantal essentiële onderwerpen naar voren die een rol lijken te spelen bij ono-therapie. Met name gedragsregulering, contact, relatie, interactie en samenwerking, maar bijvoorbeeld ook concentratie, respect en verantwoordelijkheid. Ono-therapie blijkt volgens de analyse zeer breed toepasbaar te zijn. Van mensen met een eetstoornis tot cliënten met ADHD, van autistische mensen tot borderliners tot mensen met posttraumatische stress stoornis. Ook de effecten zijn legio. Annet noemde er vele, waaronder zelfacceptatie, -vertrouwen en -respect, agressie reductie, expressie van emotie, verbeteren van relaties, verbinding met de omgeving en ook plezier. ‘De ezel lijkt wel haarlemmerolie: hij is eigenlijk overal goed voor’.

schilderij van ezelAnnet spreekt van een ecologisch krachtveld rondom de cliënt. De cliënt is op een of andere manier geblokkeerd geraakt binnen zijn leefomgeving van gezin, cultuur, school, etcetera. Een mooie gave van de ezel is dat hij de cliënt kan terugzetten in zichzelf. Niet eens zozeer in de maatschappij, maar eerst in zichzelf en van daaruit verder.

Terughoudend

Hoewel Annet erg overtuigd is van de waardevolle rol die ezels kunnen spelen in de begeleiding van cliënten (getuige haar aanstekelijke presentatie!) is ze toch terughoudend met het aanraden van ono-therapie aan elke willekeurige geïnteresseerde. Als eigenaar van De Kleine Hoeve, die opvang biedt aan ezels ‘met een verhaal’, krijgt ze vaak verzoeken voor het verkopen of uitlenen van ezels voor dergelijke doeleinden. Het werken met ezels vergt echter wel wat oefening en committment. In eerste instantie moet voor de ezel zelf een goede leefplek en -situatie worden gecreëerd. De ‘eigenwijze’ aard van de ezel is als het ware een stukje zelfbescherming. Ezels zijn vaak wel erg nieuwsgierig, maar bepalen graag zelf of zij toe zijn aan intensief contact met een cliënt of niet. Als trainer moet je dat goed kunnen aanvoelen om zowel de grenzen van de ezel te bewaken als ook het welzijn van de cliënt. Pas wanneer een dergelijke band is opgebouwd tussen trainer en ezel dan kan gekeken worden of het tussen cliënt en ezel klikt en er tussen hen een sfeer ontstaat van waaruit je verder kunt werken.

Onlangs zette Annet Schepers de stichting IAA op (Intervention Asinus Assisted) om kinderen en volwassenen met levenslooppsychologische/pedagogische problemen en/of stagnaties stimuleren en begeleiden in hun ontwikkeling door gebruik te maken van interventies met ezels.

Een verslagje van de eerste presentatie van de dag door Wridzer Datema stond al eerder op dit weblog (28 Jan 2009). Mijn foto’s van de dag zijn hier te bekijken. Aanwezigen van de dag en andere geïnteresseerden: meld je aan op het forum als je het leuk vindt om meer/vaker contact te hebben. Om meer praktijkverhalen uit te wisselen, of juist gesprekken die wat dieper op de zaken in gaan. Via het Nederlandse forum en de Farming for Health website laten we weten wanneer er weer een volgende bijeenkomst staat gepland.

Welkomboerderij biedt jongeren een tweede kans

Tijdens de netwerkdag van de Community of Practice Farming for Health op dinsdag 13 januari 2009 vonden in de ochtend twee presentaties plaats. Allereerst aan het woord was Wridzer Datema, ex-student van de Stoas Hogeschool.

Reboundvoorziening

welkomboerderij-onstaheerd-0381Naast leraar op een Gronings AOC werkt Wridzer op Welkomboerderij Onstaheerd, het familiebedrijf van de Datema’s in Sauwerd. Van een (goedlopende) biologische melkveehouderij is Onstaheerd een aantal jaren geleden omgevormd tot een Reboundvoorziening. Rebound is een term uit de sportwereld en betekent zoveel als ‘tweede kans’. Jonge scholieren met ernstige leer- en gedragsproblemen wordt via de reboundvoorziening een tweede kans aangeboden om mee te draaien in het schoolsysteem en zo ook kans te maken op een normale positie in de maatschappij.

De reboundvoorziening op zich is een landelijk geregelde ’repressieve maatregel’ waar scholen gebruik van kunnen maken. Leerlingen die ‘in de rebound’ terecht komen zitten vaak al zo ver in de problemen dat zowel zijzelf als de leerlingen in hun klas niet meer aan leren toekomen.

Financiering

Scholen krijgen voor alle leerlingen in het derde en vierde schooljaar een extra budget, wat onder andere aan dergelijke trajecten te besteden is. Momenteel werkt Onstaheerd samen met twee AOC’s (agrarisch opleidingscentra), die de medewerkers en ruimte op Onstaheerd huren.

Activiteiten

OnstaheerdOp de Welkomboerderij wordt in het ochtendprogramma aandacht besteed aan dit leren, om te zorgen dat de jongeren niet achterop raken. In de middag wordt er onder andere gewerkt aan de sociale vaardigheden en is er tijd voor het praktische werk op de boerderij. Dit werk varieert van appels plukken of werken in de moestuin tot het onderhouden van de afrasteringen op het boerenerf of verkoop in de boerderijwinkel. Onstaheerd is in contact met natuurbeheerorganisaties om te kijken of de leerlingen ook een rol kunnen spelen in het onderhoud van een nabijgelegen natuurgebied.

Gedragsverandering

OnstaheerdDe leerlingen komen voor een periode van 13 weken vijf dagen per week naar de boerderij. Deze 13 weken zijn vastgesteld in de landelijke regels voor Reboundvoorzieningen. Zou die periode verlengd worden, bijvoorbeeld omdat het nuttig lijkt de leerling nog iets langer op de boerderij te houden, dan zou de leerling technisch gezien niet meer als leerling ingeschreven kunnen blijven en valt hij buiten het afgesproken Reboundtraject. Dat betekent ook dat de school geen extra budget voor deze leerling meer ontvangt en er dus geen financier meer is voor het Reboundtraject.

Hoewel 13 weken vaak niet lang genoeg zijn om echte gedragsverandering teweeg te brengen, doet Welkomboerderij Onstaheerd er binnen die periode alles aan om de leerling, ouders en schoolbegeleider te helpen inzicht te krijgen in de problemen en de mogelijkheden met die problemen aan de slag te gaan. Daarnaast zijn ze met de betrokken AOCs in contact over de mogelijkheden leerlingen al in een eerder stadium een (rebound)traject aan te bieden, om zo problemen beter te voorkomen en meer kans te bieden voor de leerling terug te keren naar zijn/haar school.

Foto’s zijn eigendom van Onstaheerd – www.onstaheerd.nl.

Een verslagje van de tweede presentatie van de dag door Annet Schepers volgt nog. Mijn foto’s van de dag zijn hier te bekijken. Aanwezigen van de dag en andere geïnteresseerden: meld je aan op het forum als je het leuk vindt om meer/vaker contact te hebben. Om meer praktijkverhalen uit te wisselen, of juist gesprekken die wat dieper op de zaken in gaan. Via het Nederlandse forum en de Farming for Health website laten we weten wanneer er weer een volgende bijeenkomst staat gepland.

Blog interview – Landbouw en zorg

Ik ben per email geïnterviewd (zie alhier) door Josien Kapma (o.a. Guus community manager). Over landbouw en zorg, de community of practice Farming for Health en onze morgen te houden CoP netwerkdag. (Vreemd om je eigen tekst zo terug te lezen als je het niet zelf op je eigen weblog hebt geplaatst.)

Het hele stuk, en dus ook mijn bedenksels over ‘de toekomst’ van landbouw en zorg, is mijn persoonlijke mening. Ik ben wel heel benieuwd of andere CoP leden (of niet-leden) hier hetzelfde of juist heel anders over denken. Josien heeft een discussie ruimte aangemaakt op de  zogeheten Platteland Ning (netwerk website). Van harte welkom daar mijn ideeën te weerleggen of andere ideeën te plaatsen. Even inloggen om mee te praten.

Group workWe zullen morgen ons best doen wat mooie foto’s te maken en mensen te spreken/interviewen om wat van de Farming for Health dag terug te koppelen, via dit en hopelijk ook andere weblogs. Wordt vervolgd.

* Foto door Marjolein Elings. Tweede bijeenkomst CoP Farming for Health in 2005, Wageningse Berg.